Israëls orthodoxen negeerden voorschriften corona – nu vallen ze eraan ten prooi

Covid-19 Ultra-orthodoxe Israëliërs bleven ondanks overheidsmaatregelen tegen de coronacrisis hun gang gaan. Zij zijn nu het grootste slachtoffer.

Ultra-orthodoxe joden wachtend voor een supermarkt in Bnei Brak, dat is afgesloten van de buitenwereld.
Ultra-orthodoxe joden wachtend voor een supermarkt in Bnei Brak, dat is afgesloten van de buitenwereld. Foto Menahem Kahana/AFP

In de hoofdstraat van de ultra-orthodoxe wijk Mea Shearim in Jeruzalem staan tien politieauto’s. Op een synagoge hangt een briefje ‘tot nader order gesloten op instructie van het ministerie van Volksgezondheid’. In de anders zo drukke winkelstraat lopen nu maar een paar mensen, sommigen met mondkapjes. Een apotheker leunt over de toonbank in zijn stille winkel.

Maar dieper de wijk in, waar de straatjes smaller en ongelijker worden en jongetjes met pluizige pijpenkrullen tussen vaal wasgoed op roestige balkonnetjes zitten, loopt een groepje mannen gehaast een hoek om, fluwelen tasjes met religieuze attributen in de hand.

In Israël zijn ultra-orthodoxen, zo’n 12 procent van de bevolking, het hardst getroffen door de coronacrisis. Ze maken bijvoorbeeld de helft van het aantal ziekenhuisopnames uit. Donderdag 2 april werd de ultra-orthodoxe stad Bnei Brak zelfs in zijn geheel geïsoleerd omdat het een van de grootste besmettingshaarden bleek. Het is een gevolg van het feit dat Israël de crisis vanaf het begin weliswaar voortvarend aanpakte, maar daarbij te weinig oog had voor ultra-orthodoxen en andere specifieke groepen.

Lees ook: Wie God samen met anderen wil ontmoeten, komt corona tegen

Inmiddels heeft de Israëlische minister van Volkgezondheid Covid-19, en zijn vrouw ook. De positieve test van de ultra-orthodoxe minister Yaakov Litzman kan symbool staan voor de falende strijd tegen de ziekte.

De komende feestdagen mag in het hele land niemand meer reizen en er geldt van woensdagmiddag tot donderdagochtend zelfs een nog strenger uitgaansverbod dan gebruikelijk. Zo moeten winkels vanaf woensdagmiddag dicht en wordt ook het dragen van mondkapjes verplicht.

Hoewel her en der nog illegale gebedsbijeenkomsten plaatsvinden, gehoorzaamt sinds vorige week het overgrote deel van de ultra-orthodoxe gemeenschap aan de voorschriften om afstand te houden.

Wie dat niet doet, kan rekenen op arrestatie of een boete, maar dat heeft wel even geduurd. Toen het Israëlische ministerie van Volksgezondheid drie weken geleden besloot de scholen te sluiten, stelden sommige ultra-orthodoxe rabbijnen dat de yeshiva’s, de religieuze scholen, open moesten blijven, volgens het credo dat de thora „beschermt en redt”. En terwijl Israëliërs zich sinds vorige week niet zonder dringende reden verder dan honderd meter van huis mochten bewegen, circuleerden er op sociale media filmpjes van ultra-orthodoxe mannen die de politie te lijf gingen of en masse begrafenissen bijwoonden.

Keerpunt

Het keerpunt kwam 29 maart, toen de prominente rabbijn Chaim Kanievsky zijn volgelingen alsnog in strenge bewoordingen opdroeg niet meer in groepen te bidden. Dat die reactie pas in zo’n laat stadium kwam, heeft tragische gevolgen. Van de ruim negenduizend bekende coronapatiënten in Israël komen er 1.323 uit Bnei Brak, een ultra-orthodoxe stad bij Tel Aviv met bijna tweehonderdduizend inwoners. Jeruzalem telt iets meer coronagevallen, maar heeft vijf keer zoveel inwoners. Tot nu toe overleden in Israël zestig mensen aan de ziekte. In de Palestijnse gebieden zijn 254 coronagevallen bekend, waarvan twaalf in Gaza en de rest op de Westelijke Jordaanoever. Eén Palestijnse vrouw overleed aan het virus.

Voor de hoge besmettingsgraad in haredi-gemeenschappen zijn verschillende oorzaken. Om te beginnen gaan de gezondheidsvoorschriften rechtstreeks in tegen hun levenswijze. Met acht kinderen in een klein appartementje is het lastig binnen blijven en afstand houden, zeker nu het bijna Pesach is. Bij het Joodse paasfeest hoort een grote schoonmaak, waarbij mannen en kinderen normaal gesproken het huis uit worden gebonjourd.

Ook het religieuze leven is gezamenlijk. Een gebedsbijeenkomst bestaat uit minstens tien man. De Israëlische regering draalde om synagogen te sluiten, zelfs toen uit de cijfers bleek dat 29 procent van de besmettingen in synagogen of yeshiva’s had plaatsgevonden. Toen het eind maart alsnog gebeurde, was dat naar verluidt onder protest van de ultra-orthodoxe minister van Volksgezondheid. Inmiddels zijn ook gebedsbijeenkomsten in de open lucht verboden.

Bron van zonde

Maar de belangrijkste reden is dat haredim de wereldlijke autoriteiten niet als relevant beschouwen. „Ze luisteren naar de rabbijnen, niet naar de politieke leiders”, zegt Yedidia Stern, onderzoeker bij het Israel Democracy Institute en kenner van de ultra-orthodoxe gemeenschap. De informatie die mensen zelf vergaren, is beperkt. „Leven in Mea Shearim – zonder internet en films” staat op muren in de wijk. Omdat internet en smartphones als bron van zonde worden gezien, zijn haredim nauwelijks geconfronteerd met de afschrikwekkende beelden uit landen als Italië en Spanje. Pas toen ultra-orthodoxe kranten berichten plaatsten over prominente leden van de gemeenschap in New York die de ziekte hadden, drong de urgentie door.

Volgens Stern heeft het ministerie van Volksgezondheid de verschillende gemeenschappen niet effectief benaderd, ook al is minister Litzman zelf ultra-orthodox. Hij is er niet eens in geslaagd de religieuze leiders van zijn eigen groep te overtuigen”, zegt de onderzoeker. „Ze hadden eerder de vijf, zes belangrijkste rabbijnen moeten aanspreken en informeren. Dat had veel levens kunnen redden.”

De coronacrisis verdiept in de Israëlische samenleving de bestaande kloof tussen seculiere en religieuze Israëliërs. De ultra-orthodoxen worden aangewezen als hoofdschuldigen van de virusverspreiding. „Als er straks een tekort aan beademingsapparatuur is – hopelijk komt het niet zo ver – dan vrees ik dat mensen zich tegen de ultra-orthodoxen keren, zoals vroeger niet-Joden in Europa tegen de Joden”, zegt Stern. De gemeente Ramat Gan, die aan Bnei Brak grenst, liet maandag een hek neerzetten op de weg naar Bnei Brak. Na woedende reacties uit de buurgemeente werd het hek weer verwijderd.

Taalbarrières

In de steden en dorpen met een Palestijns-Israëlische meerderheid spelen deels vergelijkbare problemen als bij de ultra-orthodoxen: grote gezinnen, armoede, taalbarrières, wantrouwen tegenover de Israëlische regering. Pa na weken werden de richtlijnen van het ministerie in het Arabisch vertaald. Een verschil is dat veel Palestijnse Israëliërs in de gezondheidssector werken en daardoor beter op de hoogte zijn.

Dat in Palestijns-Israëlische steden tot nu toe nauwelijks besmettingen zijn geconstateerd, komt volgens experts voornamelijk door te weinig testen. „Ik denk dat het virus al in de gemeenschap is”, zegt professor Fahed Hakim, medisch directeur van het grootste ziekenhuis in Nazareth. „Het bestaat niet dat er in Nazareth geen gevallen zijn, en in Nazareth-Illit en Afula [Joodse steden een paar kilometer verderop, red.] wel.”

Een bijkomend probleem is het stigma dat bij sommige Palestijnse Israëliërs aan corona kleeft. „Ze zien het als een schande om te testen en om besmet te zijn”, zegt Hakim. Met voorlichtingsfilmpjes proberen hij en anderen duidelijk te maken dat testen van levensbelang is.

De arts ziet de komende weken met zorg tegemoet. „We kijken naar een tijdbom”, zegt Hakim. „Net als in de ultra-orthodoxe groepen zullen hele families tegelijk getroffen worden. Als het komt, komt het in één keer hard.”