Reportage

In Italië rotten de aardbeien op het veld

Landbouw Zuid-Europese landen, Italië voorop, weten niet hoe ze de oogst van het veld moeten krijgen nu door corona seizoensarbeid vrijwel onmogelijk is. „Er dreigt een drama. De grond wacht niet.”

Boer Claudio Caramadre is bang dat de Indiase arbeidskrachten die hij altijd naar Italië laat komen om te oogsten, dit jaar thuis moeten blijven vanwege de coronacrisis.
Boer Claudio Caramadre is bang dat de Indiase arbeidskrachten die hij altijd naar Italië laat komen om te oogsten, dit jaar thuis moeten blijven vanwege de coronacrisis. Foto’s Marc Leijendekker

Claudio Caramadre staat een beetje beteuterd te kijken naar zijn akkers. De bieten staan er goed bij. De kleine slaplantjes zijn net deze morgen in de grond gezet, het zonlicht speelt op lange rijen jong groen. Maar daarnaast ligt een grote lap omgeploegde grond te wachten. Hier zouden de meloenen komen, de courgettes, de watermeloenen. Maar durft hij wel te planten?

„Ik ben bang dat ik straks niet voldoende mensen heb om die oogst binnen te halen”, vertelt hij. „Ik moet binnen een paar dagen een besluit nemen of ik ga planten. Maar het risico dat ik mijn investering kwijtraak, is door het coronavirus heel groot.”

Overal in Europa komen boeren in de problemen omdat de goedkope arbeidskrachten uit andere landen van wie zij afhankelijk zijn, niet of nauwelijks kunnen reizen. Caramadre werkt al jaren met een groepje mannen uit India. Ze komen in het voorjaar, blijven tot eind november, gaan een paar maanden naar huis, en komen dan weer terug. „Ik vertrouw ze en weet wat ik aan ze heb”, zegt Caramadre. „Het is een soort familie geworden. Maar door het coronavirus kunnen ze nu niet naar Italië komen.”

Roemenen en Bulgaren

Hetzelfde geldt voor de tienduizenden Roemenen en Bulgaren die als seizoensarbeider naar Italië komen, voor de tienduizenden Marokkanen, Egyptenaren en Tunesiërs die ieder jaar op en neer reizen met een tijdelijk contract. De landbouworganisatie Confagricoltura waarschuwt dat er op korte termijn 200.000 seizoensarbeiders nodig zijn in de landbouw. In Veneto, in het noordoosten, staan de aardbeien te verrotten op het veld en is er niemand om de asperges te steken. Wijnboeren zeggen dat ze onvoldoende handen hebben om de wijngaarden voor te bereiden op het nieuwe seizoen. Na Pasen begint in het zuiden het planten van de tomaten voor de industrie en ook daar zijn enorme tekorten aan mensen.

„Er dreigt een drama in de landbouw”, waarschuwt Caramadre. „De grond wacht niet.” En al die Italianen die in de horeca werken, in de toeristenindustrie? Dat ligt nu stil. „Het zou mooi zijn als we die handen konden gebruiken. Maar op het land werken, dat willen Italianen niet meer. Zich inspannen doen ze alleen op de sportschool. Er is een kloof gegroeid in de samenleving. Vroeger waren wij een agrarisch land. Maar de meeste Italianen hebben daar volledig afstand van genomen.’’

Caramadre is lid van Confagricoltura. Die organisatie heeft er bij de regering op aangedrongen om het papierwerk te versimpelen voor wie nu zonder werk zit en bereid is een paar maanden op het land te werken. Geen medische keuring, werk zonder je recht op een uitkering te verliezen. „Ik ben daar sceptisch over”, zegt Caramadre. „Er is bijvoorbeeld, voor wie de weg niet weet, geen goed platform waarop vraag en aanbod van landbouwkrachten elkaar kunnen ontmoeten. Het probleem is ook dat mensen niet op het land willen werken. Het kan weleens regenen. En ja, je wordt er moe van. We zijn rijk in Europa. Alles waar we geen zin in hebben, laten we anderen doen.”

Betekent dit dat de landbouw in Italië en andere rijke Europese landen minder afhankelijk zou moeten worden van goedkope ingehuurde krachten uit het buitenland? „Als je me naar de toekomst vraagt, word ik wat filosofisch”, antwoordt Caramadre. „Ik hoop dat we terugkeren naar wat echt belangrijk is. We hebben veel spullen om ons heen die we helemaal niet nodig hebben. En we zijn de aandacht voor de kwaliteit van voedsel verloren. Globalisering betekent in de praktijk dat alles goedkoop moet. Maar het mag best wat duurder worden. We moeten ons ervan bewust worden dat goedkoop voedsel niet vanzelfsprekend is.”

Hij trekt een parallel met het coronavirus. „We praten nu over een virus dat mensen bedreigt. Maar wij strijden als boeren voortdurend tegen virussen. Veertig jaar geleden was er nog weinig aan de hand. Maar door de toegenomen contacten over heel de wereld verspreiden de virussen zich ook over de gewassen. Neem het New Delhi-virus, dat zeer schadelijk is voor courgettes. Wat als er zoiets gebeurt met rijst, of graan?”

Speciale corridors

Caramadre vertelt dat hij uiterlijk met Pasen een besluit moet nemen over planten of niet planten. Dat ‘zijn’ Indiase werkkrachten nog kunnen komen dit jaar, verwacht hij niet. Misschien komt het kabinet nog snel met maatregelen die hem andere opties bieden. Zoals de speciale corridors die worden bepleit door Confagricoltura om seizoensarbeiders vanuit Oost-Europa te laten reizen naar landen als Italië, Frankrijk, Duitsland en ook Nederland.

Buiten koeren de duiven. Zwaluwen scheren tussen de pijnbomen, eucalyptussen en oleanders door. Caramadre haalt diep adem en gebaart om zich heen. „Dit is toch een ideale omgeving in tijden van corona? Ruimte genoeg om afstand van elkaar te houden bij het werk. En de lucht is heel wat beter dan in een callcenter. Ik hoop maar dat snel meer Italianen dat gaan inzien.”