Geen snelle remedie voor de problemen in de olie-industrie

Overleg De olieprijs staat zwaar onder druk. Hebben productie-afspraken, als die al worden gemaakt, wel effect?

Zonder de VS, de grootste olieproducent, is een structurele oplossing voor de problemen nauwelijks denkbaar.
Zonder de VS, de grootste olieproducent, is een structurele oplossing voor de problemen nauwelijks denkbaar. Foto EPA

De Amerikaanse president Donald Trump dacht ten onrechte vorige week al een akkoord te hebben bereikt over een lagere olieproductie. Dit weekeinde vlogen Saoedi-Arabië en Rusland elkaar verbaal in de haren, waarna een overleg van OPEC+ – de organisatie van olieproducerende landen plus Rusland – maandag niet doorging. Inmiddels staat het overleg voor donderdag gepland. Heeft het gesprek tussen producenten eigenlijk wel zin nu de vraag door de coronacrisis is ingestort?

„De ruzie vorige maand tussen Rusland en Saoedi-Arabië is door de ingestorte vraag helemaal achterhaald. Normaal is het al crisis op de oliemarkt als vraag en aanbod een paar procent van elkaar verschillen”, zegt energie-expert Jilles van den Beukel. „We praten nu over een verschil tussen vraag en aanbod van meer dan 25 procent.”

Door het coronavirus ligt de economie en ook het verkeer voor een deel stil. Benzinestations in Nederland verkopen zo’n 40 procent minder brandstoffen dan normaal. En nu de meeste vliegtuigen op landingsbanen staan geparkeerd is de vraag naar kerosine nog veel verder teruggevallen.

„In de afgelopen vier weken zag je de schattingen van de olievraag elke week met 5 tot 10 miljoen vaten dalen. Nu zijn er al schattingen dat de behoefte 30 miljoen vaten per dag lager ligt”, aldus Van den Beukel.

Beperkte impact

De producenten moeten dus wel met hele rigoureuze productie-afspraken komen om uitzicht te krijgen op structurele prijsverhogingen. En voor de korte termijn ziet geen analist dat gebeuren. Als er al een deal komt, zegt een analist van Goldman Sachs, „zal een materiële impact op zijn minst een aantal weken op zich laten wachten”.

Tot voor kort was de mondiale vraag rond 100 miljoen vaten per dag en ondanks alle klimaatinspanningen voorzag niemand voor de komende jaren een substantiële daling. In de afgelopen 35 jaar, memoreerde The Economist onlangs, is de olievraag alleen in 2008 en 2009 ten opzichte van het voorafgaande jaar gedaald. En volgens zakenbank Morgan Stanley is de huidige vraaguitval zeker vijfmaal groter dan toen.

Niemand wil zijn productie beperken om Amerikaanse producenten vrij spel te geven

Een conflict tussen Saoedi-Arabië en Rusland over beperking van de olieproductie zorgde al voordat de coronacrisis wereldwijd uitbrak voor een overaanbod. Gevolg: dalende prijzen. Toen Saoedi-Arabië half maart aankondigde zijn productie met een kwart te verhogen daalde de prijs van Brent-olie onder de 35 dollar, bijna een halvering ten opzichte van de prijs begin dit jaar. Toen eind maart duidelijk werd wat corona voor de wereldeconomie betekende, kwam de prijs zelfs rond de 20 dollar.

Vooral voor de Verenigde Staten zijn de gevolgen op korte termijn groot. Het aantal nieuwe boringen naar schalie-olie is snel gedaald, vooral omdat de kosten van deze oliewinning relatief hoog zijn. „Schalie-olie floreert bij 100 dollar, overleeft bij 50 en sterft bij 25 dollar”, citeerde de Financial Times een Amerikaanse analist.

Daar komt bij dat de werkelijke prijs voor producenten nog lager kan liggen dan de handelsprijzen die nu in de media worden genoemd. Voor Europese Brent-olie was die handelsprijs dinsdag zo’n 34 dollar, voor Amerikaanse WTI 27 dollar. „Die benchmarks geven een vertekend beeld”, zegt Van den Beukel. „Een vat olie dat zich nu in een dobberende tanker op de oceaan bevindt, is veel meer waard dan een vat olie die een producent in het westen van Texas nu aanbiedt. Die krijgt van de raffinaderij in Houston te horen dat die nauwelijks nog olie kwijt kan.”

Rusland heeft het zwaar

De olie die nu in Texas, het Canadese Alberta of de Russische Oeral wordt opgepompt moet eerst nog de internationale markt bereiken, en dat is momenteel niet zo gemakkelijk. Vooral Rusland heeft het als olienatie zwaar. „De Russen moeten hun olie in Rotterdam zien te krijgen, waar het door gebrek aan vraag behoorlijk volloopt. China is dan een alternatief, maar de Chinezen spelen de Russen en de Saoediërs tegen elkaar uit. Saoedi-Arabië heeft nog als voordeel dat olieconcern Aramco over veel eigen tankers beschikt waarin olie kan worden opgeslagen”, zegt Van den Beukel, die jarenlang voor Shell heeft gewerkt.

De lagere vraag zorgt voor volle depots en tankers, en dat is niet het enige probleem. Ook de vraag naar de verschillende olieproducten verandert. Er is bijvoorbeeld nauwelijks vraag naar kerosine en als die niet meer kan worden opgeslagen lopen de raffinaderijen op een gegeven moment vast.

Saoedi-Arabië en Rusland zijn vorige maand tijdens een OPEC+-overleg in conflict met elkaar geraakt, maar zelfs een eventuele overeenstemming tussen deze grootmachten lost niet veel op. Zonder de VS, de grootste olieproducent en geen lid van OPEC+, is een structurele oplossing nauwelijks denkbaar. Maar dat wordt niet gemakkelijk, al was het maar omdat Amerikaanse wetgeving gezamenlijke afspraken tussen olieproducenten in de meeste gevallen verbiedt.

Gevolg is dat andere olieproducenten terughoudend zijn in het maken van afspraken. Niemand wil zijn productie beperken om Amerikaanse producenten vrij spel te geven. „Om de markt te stabiliseren moeten ook de landen deelnemen die eerder niet betrokken waren bij de coördinatie”, zei maandag de woordvoerder van de Russische president Poetin, zonder Amerika bij naam te noemen.

Als de olieproducenten deze week niet tot een vergelijk komen, is de kans groot dat de markt zelf voor een stevige productiedaling zorgt. Een lage olieprijs en volle depots en tankers brengen het moment nabij dat het voor een producent verstandiger wordt de olie in de grond te laten zitten.