Recensie

Recensie Film

Een misogyne ploert als homerische held in ellenlang ‘Berlin Alexanderplatz’

Marathonkijken: Berlin Alexanderplatz Fassbinders tv-serie ‘Berlin Alexanderplatz’ was in 1980 een grof schandaal in West-Duitsland: de serie zou een perverse en nihilistische verspilling van belastinggeld zijn. Maar de onappetijtelijke hoofdpersoon Biberkopf nestelt zich wel in je hoofd.

Franz Biberkopf (Günter Lamprecht) met Eva (Hanna Schygulla) in ‘Berlin Alexanderplatz’.
Franz Biberkopf (Günter Lamprecht) met Eva (Hanna Schygulla) in ‘Berlin Alexanderplatz’. Foto VPRO

Een verfilming die twee keer zo lang duurt als het lezen van de roman. Dertien afleveringen en een epiloog, ruim vijftien uur: Rainer Werner Fassbinders tv-serie Berlin Alexanderplatz is net zo episch als Alfred Döblins gelijknamige roman, met als onappetijtelijke held de vrouwenmoordenaar Franz Biberkopf in Berlijn anno 1927.

Na vier jaar in tuchthuis Tegel wankelt Biberkopf angstig met de ogen knipperend het stadsrumoer binnen. Ditmaal wordt hij een fatsoenlijk mens, prent hij zichzelf in. Maar aflevering één heet ‘de straf begint’: als ‘fatsoenlijk man’ moet hij met nazi-krant Der völkische Beobachter homo-erotische blaadjes, dasspelden colporteren. Hij wordt bedrogen, slaat aan de zuip, valt terug in de onderwereld als inbreker, heler, pooier. Biberkopf valt en staat op, valt dieper en staat weer op. Tot hij zijn plaats kent.

Grof schandaal

Berlin Alexanderplatz was in 1980 een grof schandaal in West-Duitsland. De omroepen WDR en RAI staken 13 miljoen D-mark in dit project van het maniakaal productieve enfant terrible Fassbinder, toch waren er weinig ‘money shots’ die de Weimar-Republiek wervelend tot leven brachten. Denk eerder aan vijftien uur kamerspel in een doorrookte kroeg en de benauwde kamer vol lege flessen waar Biberkopf zuipt, brult, wauwelt, huilt, neukt en mept. Rood neon knippert door het raam, overdag staart hij onbestemd door de vitrage naar buiten.

Ik ben oud genoeg om me de serie van tv te herinneren. De VPRO zond hem eind 1980 elke zondag uit en kijken was burgerplicht. De rechtse Duitse boulevardpers ging immers tekeer tegen het genie Fassbinder omdat Berlin Alexanderplatz een perverse, nihilistische en obscure verspilling van belastinggeld zou zijn. En veel te donker opgenomen: je keek soms naar gewoel in nacht en nevel. Die laatste kritiek was terecht, bekende cameraman Xaver Schwarzenberger bij de digitaal opgefriste restauratie van 2007. Qua clair-obscur gingen hij en Fassbinder tot het randje, waarna de vertaling van 16mm naar tv-formaat mislukte. Fassbinder deed alsof dat altijd al de bedoeling was. En wij geloofden hem, met samengeknepen ogen.

Stijl heeft Berlin Alexanderplatz, een nare, benauwende stijl. Het licht is diffuus, de focus soft, het palet bronskoper en de lens staat zo wijd open dat ogen, lampen en glazen flonkeren als sterren in de nacht. Het geluid is kakofonisch en vervreemdend: dialoog, omgevingsrumoer, geneuzel op radio en muziek kabbelen elk met eigen logica voort. Aan trivialiteiten als spanningsboog, karakterontwikkeling of cliffhangers doet Fassbinder niet. Net als in Döblins roman fladderen we door het hoofd van Biberkopf en anderen. Emoties en gedachten lossen op in flarden van krantenberichten, reclame, liedjes, gelal, statistieken. Zo ervaar je de illusie van individuele vrijheid en tegelijk de dwingende patronen van de mierenhoop, lijkt het idee.

Het verhaal van Franz Biberkopf vond Fassbinder melodrama, wat hem boeide was zo’n botterik de statuur van homerische held te geven. Staat Biberkopf daarmee voor ‘de moderne massamens’? Dat suggereert de theatrale epiloog, waar we ons in een onderwereld vol wagneriaanse helden, nazi’s en communisten bevinden. Kennelijk gaat dit ook over (Duitse) geschiedenis, met Biberkopf als hol vat dat zomaar nazi, communist of kapitalist kan worden, heilige of moordenaar. Wat die oersoep in zijn dikke kop maar toevallig in beweging brengt.

Misogyne ploert

Berlin Alexanderplatz werd gemaakt in tijden van radicaal feminisme en provoceert in tijden van #metoo nog erger. De held is een misogyne ploert die zijn vriendin doodslaat, haar zus verkracht en daarna – berouwvol en al – kindvrouw Mieze toch weer aftuigt in een vlaag van jaloezie. Waarom vallen al die geharde vrouwen – Ida, Lina, Eva, Cilly, Mieze – toch voor deze botte aardappel? Biberkopf is een karikatuur van toxische masculiniteit die likt naar boven en erop los mept als een vrouw hem in zijn onmacht treft. Hij denkt dat de wereld om hem draait, en bij Fassbinder is dat ook zo. Acteur Günter Lamprecht wekt eerder morbide fascinatie dan sympathie: een kubistische abstractie van zwetende blokken en bollen vlees met een expressief, infantiel gezicht.

De moord op vriendin Ida is een steeds terugkerend leidmotief: is Biberkopfs straf soms zelf opgelegd, wroeging à la Dostojevski? Crimineel Reinhold vergeeft hij alles: een psychopaat die zijn eigen latente homoseksualiteit sublimeert in verknipt geweld, vooral tegen vrouwen. Herkent Biberkopf iets in hem of is Reinhold de demon die hij onbewust uitkoos om hem te straffen?

Dat laatste is de kern van een moderne, meeslepende remake van Berlin Alexanderplatz die in februari in première ging op de Berlinale. Daar is ‘Francis’ Biberkopf geen papzak maar een charismatische Afrikaanse immigrant. En geen vrouwenmepper: regisseur Burhan Qurbani wil dat we van deze Biberkopf houden en kookt de roman in tot het melodrama dat Fassbinder verwierp.

Het is best zwaar werk, 15 uur Berlin Alexanderplatz. Maar het is volbracht, en Biberkopf heeft zich opnieuw in mijn hoofd genesteld. Wat wil Fassbinder toch zeggen? Dat de sociale orde Biberkopfen produceert? Of heeft kuddevee als Biberkopf die orde juist nodig? Voor de dictatoriale anarchist Fassbinder was beide vermoedelijk even waar.