Interview

Hans Kesting: ‘Dit doet denken aan de tijd dat aids over de wereld raasde’

Hoe gaat het met? Veel kunstenaars zijn hun podium kwijt. Wat doen ze nu? Acteur Hans Kesting (1960) zou in regie van Ivo van Hove een solo spelen. „Ik heb een sterk einde-der-tijdengevoel.”

Foto Jan Versweyveld

De dag dat Hans Kesting wordt gebeld (1 april) zou hij (acteur bij Internationaal Theater Amsterdam) in première gaan met zijn solo Wie heeft mijn vader vermoord? Het is hem ontschoten. „God ja, daar sta ik niet eens bij stil. Kun je nagaan. Ik heb uitgewist dat ik naar Antwerpen zou gaan om te spelen, omdat ik teleurgesteld was en overstroomde van begrip dat het niet door kon gaan.

„De tekst ligt voor me en die herhaal ik om de twee dagen. Doodsaai. Ik kan alleen de woorden oefenen. Meestal heb ik er geen zin in, dus ik doe het als ik met de hond naar het Vondelpark ga. Als mensen op me letten, kunnen ze wel zien: die meneer loopt in zichzelf te praten.

„Voor de hond is het een toptijd. Ik ga elke dag drie uur wandelen met hem.”

„Ik ben ziek geweest, flink beroerd, negen dagen lang. Mijn man woont in Brazilië, dan is alleen ziek zijn thuis nogal confronterend en eenzaam. Ook omdat ik mijn hond naar een oppas moest brengen.

„Wij zijn een rijk land, maar in Brazilië woont een kwart van de mensen onder de armoedegrens, met een gek aan het roer. Er gaat nog zo veel ellende komen. Ik heb een sterk einde-der-tijdengevoel. Ik wil er minder over lezen, maar grijp toch elke dag naar het nieuws.

„Deze periode doet me denken aan de tijd dat aids over de wereld raasde en ik een twintiger was. Ook toen was ik me ervan bewust dat je van intimiteit iets kon oplopen. Nu hou je automatisch afstand. Je kunt niemand omhelzen.

„Ik denk ’s avonds niet: godverdomme, kon ik maar het theater in. Ik mis het normale omgaan met elkaar meer dan het spelen of het applaus.

„Net als iedereen kijk ik meer series, lees ik meer. Na drie keer alleen het eerste deel van Oorlog en Vrede te hebben gelezen, ben ik nu meteen doorgegaan met deel twee. Die gekrulde ruggen kijken me al te lang gekweld aan.

„Voor de hond is het een toptijd. Ik ga elke dag drie uur wandelen met hem. Ik ben ook uitgerust. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zo regelmatig heb geleefd.”

„Wat ik hoop is dat we hierna met een grote zachtheid met elkaar omgaan. De vanzelfsprekendheden van het leven, van elkaar aanraken, blijken nu een groot goed. Voor mezelf weet ik dat ik, als dit voorbij is, met een hernieuwd bewustzijn door het leven zal gaan.”