Opinie

Amerika was allang een derdewereldland

Grunberg in New York

De buren hebben de stad verlaten, zoveel is duidelijk. Voor de meeste deuren liggen pakjes, op de voordeur briefjes van FedEx en UPS. Ik had erover gelezen: wie kon, ging weg.

Ik keerde terug. „Is het hier beter?” had iemand met verbazing gevraagd, alsof er geen plekken op de wereld bestonden waar het slechter was.

Ooit was ik verliefd geworden op New York. Een persoon van wie je houdt laat je niet in de steek als diegene ziek wordt, dat geldt misschien ook voor steden.

En als dit het verval was, dan was het al langer gaande, Trump en het virus hadden het hooguit versneld, zichtbaarder gemaakt. Amerika was allang een derdewereldland in vermomming. Die vermomming was zijn charme, zijn fatale aantrekkingskracht. De nimf van de Loreley zong prachtig en voerde schippers zo naar hun ondergang. Amerika voert met haar prachtige gezang eveneens mensen naar de ondergang. Het komt erop aan dat gezang en die ondergang te beschrijven, dat wist Heine al. Ich weiß nicht, was soll es bedeuten, dass ich so traurig bin.

De veerkracht moet echter niet worden onderschat. Na twee wereldoorlogen kwam het Wirtschaftswunder naar Europa, mede geleverd door Amerika. Aan de andere kant, dit keer landden Chinese en Cubaanse artsen in Italië om hulp te leveren. De symboliek ervan is veelzeggend.

Café China om de hoek bezorgt nog, afhalen mag ook. De spicy cumin lamb smaakt als vanouds.

’s Middags zet ik met mondkapje op en latex handschoenen aan het vuilnis buiten. Aan de overkant zit een dakloze op een krukje een sigaartje te roken. Hij wenkt me, hij ziet eruit als een sater.

Ik wil hem geld geven, maar hij wil geen geld. Hij wijst op mijn mondkapje en roept: „You are all crazy, man.” Dan begint hij bulderend te lachen.

Een demonische, bevrijdende lach.

Schrijver Arnon Grunberg woont in New York City. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.