Reportage

Alleen ‘coronaverpleegkundige’ werkt met extra bescherming, de rest moet zonder

Thuiszorg De thuiszorg heeft onvoldoende beschermend materiaal voor alle medewerkers. Pakken, brillen en mondkapjes zijn er alleen voor wie coronapatiënten behandelt.

Esmée Verschoor is een van de ‘coronaverpleegkundigen’ van thuiszorgorganisatie Aafje in Rotterdam.
Esmée Verschoor is een van de ‘coronaverpleegkundigen’ van thuiszorgorganisatie Aafje in Rotterdam. Foto Ilvy Njiokiktjien

Vijf tot zeven keer per dag hijst Esmée Verschoor zich op de deurmat van haar cliënt in haar blauwe lange jas. Ze doet handschoenen aan, zet haar veiligheidsbril op en haar mondmasker. Dan pas stapt ze naar binnen.

Esmée Verschoor (25) is sinds twee weken ‘coronaverpleegkundige’ voor thuiszorgorganisatie Aafje in Rotterdam. Dat veranderde haar werk drastisch, alleen al door het maanmannetjespak dat ze nu draagt in plaats van een spijkerbroek en jasje van de thuiszorgorganisatie. Een lot dat ze met schwung draagt.

Drie kwartier tot een uur na binnenkomst staat Verschoor weer op dezelfde mat. Daar trekt ze haar jas uit, doet haar handschoenen binnenstebuiten en propt die in een vuilniszak. Haar bril zal ze straks in de auto – die ze heeft omgedoopt tot ‘corona-auto’ – ontsmetten. Haar mondkap draagt ze vier uur achter elkaar zonder die te mogen aanraken. Op straat staren mensen haar na. Ze lacht: „Ik ga er geen mannen mee aantrekken.”

Aafje is niet de enige instelling die een ‘coronateam’ heeft samengesteld. Overal in Nederland stappen thuiszorginstellingen over op dat model. Het heeft een aantal voordelen: de coronaverpleegkundigen krijgen handigheid in het aantrekken en opzetten van de bescherming en het in maanpak verzorgen van de zieken. Verschoor: „Mensen zijn écht heel ziek. Je bent de hele tijd klinisch aan het redeneren: als ik dit doe, dan gebeurt er wellicht dat. Doe ik dat, dan dat.”

En: „Alle informatie over de patiënt, medicijnen en wat je moet leveren aan zorg, moet in je hoofd zitten. Je kan niet even op je tablet kijken als je in beschermend pak zit. Dat is niet steriel.”

Verschoor bood zichzelf aan: „Verpleegkunde is een roeping. Dit komt langs, dus ik doe dat. Ik vind het ook bijzonder. Bovendien: ik ben jong, gezond en woon alleen. Ik kan dit beter doen dan collega’s met kinderen, of collega’s die voor hun ouders op leeftijd moeten zorgen.”

Foto Ilvy Njiokiktjien
Foto Ilvy Njiokiktjien
Foto Ilvy Njiokiktjien
Esmée Verschoor gaat bij haar cliënten binnen met mondmasker, handschoenen en veiligheidsbril.
Foto’s Ilvy Njiokiktjien

Geen extra bescherming

Het werk van de coronaverpleegkundige staat in groot contrast met dat van ‘gewone’ wijkverpleegkundigen en thuiszorgmedewerkers. Zij gaan bij mensen langs die geen corona hebben, of in elk geval geen verschijnselen. En zij doen dat zonder extra bescherming.

Daarover is steeds meer discussie. De cliënten zijn vrijwel altijd extra kwetsbaar, anders zouden ze geen thuiszorg nodig hebben. En medewerkers zelf maken zich ook zorgen om hun eigen veiligheid. Vakbonden vinden de situatie onacceptabel en dreigden maandag hun achterban op te roepen niet meer naar het werk te gaan.

De reden voor het onbeschermd werken is eenvoudig: er is niet voldoende materiaal. Bij Aafje worden geen schaarse middelen ingezet als dat volgens de richtlijnen van het RIVM niet noodzakelijk is. Er is ook veel ondeugdelijk materiaal en dat geeft bij gebruik alleen maar schijnzekerheid, zegt de woordvoerder van Aafje.

Lees ook Zorgen over het gebrek aan beschermingsmateriaal bij thuiszorgmedewerkers

Regiomanager Sjoukje Veenstra van Thuiszorg Het Friese Land wijst ook op de richtlijnen van het RIVM. „Mondkapjes bijvoorbeeld zijn niet noodzakelijk als er geen klachten zijn. Was het wel verplicht, dan is het eenvoudig: dan zouden we veel zorg niet kunnen leveren.” Thuiszorg Het Friese Land heeft net een particuliere donatie van 3.000 mondkapjes gekregen. Veenstra: „Zo kunnen we even voort. Maar het blijft extreem krap.”

Veenstra merkt dat de coronacrisis een hoop onrust veroorzaakt. Niet iedereen wíl meer thuiszorg. „Sommige mensen zijn opeens minder hulpbehoevend dan eerst. Een man die nu zelf de steunkousen bij zijn vrouw aantrekt, bijvoorbeeld. Maar er zijn ook cliënten waarover we ons zorgen maken. Die bellen we wekelijks.”

Kriebeltje in de keel

„Ook bij de Brabantse thuiszorgorganisatie Standby werken de verpleegkundigen zonder persoonlijke beschermingsmiddelen. Als de zorgverlener gezondheidsklachten heeft, meldt deze zich ziek. Directeur Huub Landman: „We hebben daarom wel een klein capaciteitsprobleem. Nu hebben 60 van de ongeveer 300 verzorgenden zich ziek gemeld. Bij een kriebeltje in de keel blijven zorgverleners al thuis. We willen besmetting natuurlijk voorkomen.”

Mevrouw Amman (82) klopt het meteen af op de tafel als coronabesmetting ter sprake komt. „Ja, dat kloppen we altijd af”, zegt Mieke Smits, verzorgende bij Standby. Zij zit vandaag met mevrouw en meneer Amman (86) aan de koffie. „Toen de crisis net begon, heb ik heel veel zeepjes gekocht”, zegt mevrouw Amman. „En wc-eend.” Smits lacht. „Aan wc-papier is ook geen gebrek.” Meneer Amman: „We hebben wat schrik van het virus, maar hier zitten we veilig.”

Naast het douchen en aankleden van mevrouw Amman maakt Smits het huis schoon. De deurklinken krijgen een extra poetsbeurt in deze tijd. Haar aanwezigheid is extra fijn nu meneer en mevrouw Amman met bijna niemand meer van dichtbij een praatje kunnen maken. Zelfs hun dochter blijft in de tuin staan.

Coronaverpleegkundige Esmée Verschoor bij een huisbezoek in Zwijndrecht. Foto Ilvy Njiokiktjien

Complexe situaties

Zolang er onvoldoende materiaal is, werken alleen thuiszorgmedewerkers die met coronapatiënten werken met bescherming. Ook Thuiszorg Het Friese Land heeft een ‘C-team’. Daarin zitten verpleegkundigen die „met complexe situaties om kunnen gaan”, zegt regiomanager Veenstra. „Het volledig ingepakt je werk doen, kost extra energie. Je moet ook op een handige manier de familie erbij betrekken.”

Ineke Wonder (63) werkt voor dit Friese team. Ze moest wennen aan het pak. „Ik dacht eerst: ik voel me zo geen Ineke. Mensen horen je slechter door het mondkapje en ze zien je mimiek niet. Je moet luid praten. Maar het went.”

Wonder werkt sinds haar achttiende in de verpleging en juist haar leeftijd en ervaring werken nu in haar voordeel, denkt ze. „Ik heb zelf ook een groeiproces doorgemaakt, dat maakt het voor mij makkelijker om met de cliënten in gesprek te gaan over zware onderwerpen. Toen ik 25 was dacht ik wel: oh god, hij begint over de dood. Nu kan ik daar makkelijker op inhaken en heb ik mensen ook op dat vlak meer te bieden.”

Dat coronapatiënten thuis kunnen blijven is het grootste voordeel, zegt Wonder. „Ook heel zieke mensen zijn het liefste in hun vertrouwde omgeving. Niet zelf te gast, maar met mij als gast, die hen zo goed mogelijk helpt en verzorgt.”