Zijn automakers straks bouwers van beademingsmachines?

Productie voor coronacrisis Bedrijven in Noord-Amerika stappen over op productie van medische uitrustingen. Dat is niet altijd eenvoudig. „Je kunt niet op een knop drukken en overschakelen op beademingsapparaten.”

Fabriek in Michigan van autoproducent General Motors, die beademingsapparaten wil gaan maken.
Fabriek in Michigan van autoproducent General Motors, die beademingsapparaten wil gaan maken. Foto AFP

Direct nadat de Amerikaanse producent van ijshockey-uitrustingen Bauer onlangs aankondigde transparante gezichtsbeschermers te gaan maken voor medisch personeel, werd het bedrijf overstelpt met bestellingen. De behoefte aan de plastic maskers bleek zo overweldigend dat de sportfabrikant een oproep heeft gedaan aan andere ondernemingen om ze ook te gaan maken, met het oog op de groeiende coronacrisis in Noord-Amerika.

Bauer, dat normaal naast ijshockeysticks en schaatsen ook helmen met vizier maakt, heeft het eenvoudige ontwerp voor het medische masker op zijn website gezet. Afmetingen en specificaties voor materialen staan erbij. Het bedrijf is in allerijl begonnen aan de productie van 500.000 exemplaren in zijn vestigingen in de Amerikaanse staat New York en de Canadese provincie Quebec.

Maar wegens acute tekorten bij ziekenhuizen is er behoefte aan veel meer. „Wij zijn maar één bedrijf en we zijn niet in staat om in de behoefte te voorzien”, zei bestuursvoorzitter Ed Kinnaly van Bauer tegen The Washington Post.

Bauer is een van de vele bedrijven in Noord-Amerika die, net als elders in de wereld, zijn ingesprongen op acute tekorten aan medische uitrustingen die nodig zijn om het hoofd te bieden aan de pandemie. In korte tijd proberen ondernemingen over te schakelen naar productie van hulpmiddelen waar ziekenhuizen naar snakken – en die aansluiten op hun expertise. Zo maken brouwerijen en stokerijen desinfecterende handgel. Kledingbedrijven als Hanes en de maker van modieuze winterjassen Canada Goose produceren ziekenhuiskleding.

„Veel bedrijven willen helpen door medische apparatuur of beschermingsmaterialen te produceren, en dat verdient lof”, zegt Kaitlin Wowak, expert op het gebied van industriële productieketens aan de universiteit van Notre Dame in Indiana, via e-mail. Velen vergelijken de rol van het bedrijfsleven bij de bestrijding van het virus met de Tweede Wereldoorlog, toen de Amerikaanse industrie werd getransformeerd om te voorzien in de militaire behoeften.

Masker voor medisch gebruik, gemaakt door Bauer Hockey. Foto Bauer Hockey/Reuters

Wet voor militaire productie

De snelheid waarmee grote tekorten zijn ontstaan, zorgt nu echter voor unieke problemen bij het omgooien van productieprocessen. „De draai valt relatief snel te maken voor eenvoudige producten als ziekenhuiskleding of maskers”, zegt Wowak. „De grondstoffen, zoals textiel, elastiek en garen, zijn vrij algemeen. Beademingsapparaten zijn veel ingewikkelder, en het is veel moeilijker voor bedrijven om die te gaan maken.”

Op korte termijn zijn tienduizenden beademingsapparaten nodig in de VS en Canada om patiënten met Covid-19 te behandelen. De staat New York, waar de pandemie in Noord-Amerika het hevigst woedt, heeft volgens gouverneur Andrew Cuomo behoefte aan zeker 30.000 machines. Producenten zijn relatief kleinschalig en niet in staat om per direct hun productie drastisch op te schalen, ook al heeft de Amerikaanse regering hun toeleveranciers aangespoord leveranties van onderdelen op te voeren.

Lees ook dit verhaal over de strijd om medische voorzieningen: In alle landen zie je het: eigen patiënt eerst

Daarom zijn grote autoproducenten ingeschakeld. General Motors en Ford werken sinds enkele weken aan plannen om op korte termijn beademingsapparaten te maken. De urgentie van die missie werd onderstreept toen president Donald Trump eind vorige maand per decreet de Defense Production Act inriep om bedrijven te dwingen tot productie van noodzakelijke goederen.

GM werkt samen met Ventec, een producent van medische apparatuur uit Seattle, om beademingsapparatuur te produceren in een fabriek in Indiana waar elektronische componenten voor voertuigen worden gemaakt. Doel: 200.000 exemplaren afleveren. Ford werkt met de medische tak van General Electric om een „vereenvoudigde” variant van een apparaat van GE te maken.

Automakers beschikken over een aantal kwaliteiten om de unieke uitdaging aan te gaan. Ze beheren gecompliceerde, mondiale productieketens die hen tot logistieke duizendpoten maken. „De autoproducenten brengen schaal met zich mee die de fabrikanten van beademingsapparatuur niet hebben”, zegt Nada Sanders, hoogleraar supply chain management aan Northeastern University in Boston, aan de telefoon. „In combinatie met hun knowhow is dat een grote kracht.”

Lees ook: De beademingsmachine is opeens een massaproduct geworden

Productiedraai moeilijk

Toch zijn er ook bedenkingen bij de rol voor automakers. Want de kloof tussen hun producten en beademingsapparaten is relatief groot. De assemblagelijnen van GM en Ford zijn ingericht om producten te maken van een heel andere aard en omvang dan beademingsmachines. Het kost tijd, investeringen in productiemiddelen en training van personeel om dat te veranderen. Dat bemoeilijkt een productiedraai, zeker op korte termijn.

„Je kunt bij een geautomatiseerd productiesysteem niet op een knop drukken en overschakelen op het maken van beademingsapparaten”, zegt Sanders. Ook is het volgens haar de vraag of alle onderdelen op korte termijn kunnen worden geregeld, in voldoende hoeveelheden. Tot slot moet personeel worden getraind en moeten producten op kwaliteit worden getest. Daarvoor is nauwelijks tijd.

De kloof tussen auto’s als product en beademingsapparatuur is relatief groot

Kenners voorspellen dan ook dat automakers het moeilijk krijgen bij hun missie om op stel en sprong beademingsmachines te produceren. „Het is helaas niet zo eenvoudig”, zei Stefan Dräger van de Duitse fabrikant van beademingsapparatuur Drägerwerk eind maart tegen Der Spiegel. „Wíj kunnen ook geen auto’s bouwen.” Volgens hem heeft het meer zin bestaande of verouderde apparatuur op te sporen en die weer bruikbaar te maken.

Hoogleraar Sanders mist bij alle initiatieven tot coronaproductie vooral een overkoepelend plan. „Het is allemaal heel ad hoc”, zegt ze. „Er wordt gezocht naar eenvoudige oplossingen voor ingewikkelde problemen. Ik vrees dat het resultaat zal zijn dat we niet op tijd genoeg beademingsapparaten hebben, want er is niet voldoende aansluiting.”