Opinie

Wat komt er na een lockdown?

Frits Abrahams

We beginnen alweer ongeduldig te worden. De opgewonden teneur: die lockdown moet niet te lang duren, anders dondert onze hele economie in elkaar.

Hoogleraar Ira Helsloot zei het netjes, journalist Jort Kelder zei het grof („We zijn 80-plussers aan het redden die te dik zijn en gerookt hebben”) en VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer zei het zakelijk. De Boer ging er vanuit dat de lockdown tot na de meivakantie, dus begin mei, zou duren en wilde daarna economisch „weer gas bij geven”.

Dat laatste zie ik om me heen al op kleine schaal gebeuren. Op zondagmorgen trof ik in de Amsterdamse binnenstad een café dat een tafeltje voor zijn geopende deur had gezet. Klanten konden zich voor dat tafeltje opstellen als ze een kop koffie wilden. Iemand van de bediening nam in de deuropening de bestelling op en haastte zich op en neer. Ik telde twee klanten in vijf minuten.

Ook een kapper, even verderop, was vindingrijk geweest. Op de deur had hij een briefje bevestigd met zijn telefoonnummer en de geheimzinnige uitnodiging „afspraak voor locatie en tijd”. Als ik het vrij mag vertalen: „Bel me rustig op, deze kapper komt aan huis”.

Je kunt het onverantwoord noemen, maar vreemd is het niet dat ondernemers bij wie „het water tot aan de lippen staat” (ik klink nu wel erg hansdeboerachtig), weer aan de slag willen. Zij zullen de komende weken grote druk op het kabinet uitoefenen om de lockdown aanzienlijk te verzachten. Gaat de economie daarmee vóór de gezondheid? Hans de Boer en de zijnen wijzen erop dat de volksgezondheid ook wordt aangetast als de economie instort.

Lodewijk Asscher noemde het in Buitenhof een „vals dilemma” en zag een middenweg: én goede zorg blijven bieden én de economie overeind houden. Pas als het qua gezondheid weer beter gaat, aldus Asscher, zou je een exit-strategie kunnen uitvoeren waarbij eerst de maatregelen voor de scholen en vervolgens die voor de bedrijven verzacht worden. In haastige opheffing van de lockdown zag hij niets: „Je kunt de bocht niet afsnijden, daar is dit virus te gemeen voor.”

Ik vermoed dat dit kabinet, met de rustige RIVM van Jaap van Dissel op de achtergrond, eerder op de lijn van Asscher dan die van Hans de Boer zit. Toch ben ik er op termijn niet helemaal gerust op. Er is namelijk ook nog een andere ontwikkeling denkbaar.

Stel, het loopt tegen augustus en het jongere, fitte deel van Nederland vindt het welletjes geweest met die lockdown, ook al waart het coronavirus nog steeds rond – verzwakt, maar niet verslagen. Zal Jong Nederland dan niet tegen Oud Nederland zeggen: „Sorry, wij moeten verder, het heeft lang genoeg geduurd, we zullen goed voor jullie zorgen als je ziek wordt, maar wij willen nu weer een vrij en goed leven”?

„Maar wat moeten wij dan?” zal Oud Nederland vragen. Waarop Jong Nederland zegt: „Jullie blijven zoveel mogelijk lekker thuis, want jullie zijn kwetsbaar, wij niet, en als je buiten komt blijf je op anderhalve meter afstand.” „Is dat een verbod”, vraagt Oud Nederland. „Nee”, antwoordt Jong Nederland, „je mag dat vrijwillig doen, het is je eigen leven en je eigen verantwoordelijkheid.”

Als die Oude Nederlander dan doodgaat aan het virus, heeft hij het helemaal aan zichzelf te wijten. Dat Nederland lijkt me geen leuk Nederland.