Ruinerwold-verdachten blijven voorlopig vastzitten

Ruinerwold Gerrit Jan van D. en Josef B. worden er onder meer van verdacht negen kinderen van Van D. tegen hun wil vastgehouden te hebben.
Media bij de rechtbank in Assen voor een eerdere pro-formazitting, half januari.
Media bij de rechtbank in Assen voor een eerdere pro-formazitting, half januari. Foto Robin van Lonkhuijsen/EPA

Gerrit Jan van D. en Josef B., die worden verdacht van vrijheidsberoving van de negen kinderen van Van D. in een boerderij in Ruinerwold, blijven in voorlopige hechtenis. Dat heeft de rechtbank Noord-Nederland maandag bepaald. De twee worden verdacht van ernstige strafbare feiten die rechtvaardigen dat ze nu niet op vrije voeten zijn, zei de voorzitter. Als verdachten meer dan twaalf jaar gevangenisstraf boven het hoofd hangt, kan dat een reden zijn om ze langer in voorlopige hechtenis te houden.

De advocaat van Josef B. betoogde dat zijn cliënt zijn zaak in vrijheid zou moeten kunnen afwachten. Een van de argumenten is dat zijn cliënt in de gevangenis een grotere kans zou hebben om besmet te raken met het coronavirus dat Covid-19 veroorzaakt. Daartegen zou de rechter hem moeten beschermen, aldus de raadsman. De rechter was het daar niet mee eens, omdat het niet waarschijnlijk is dat de kans op besmetting in de gevangenis groter is dan die daarbuiten.

Lees ook: Geïsoleerde kinderen Ruinerwold leefden ‘in angst voor slechte geesten’

Gerrit Jan van D. en zijn klusjesman Josef B. hebben de kinderen van Van D. volgens het Openbaar Ministerie tegen hun wil vastgehouden in de boerderij, onder meer door ze te vertellen dat ze in de buitenwereld niet veilig zouden zijn voor de „slechte geesten” die daar in ze zouden kunnen varen. De kinderen zouden door beiden ook mishandeld en door Van D. misbruikt zijn. Aanvankelijk werden beide mannen beschuldigd van witwassen, maar het geld in kwestie bleek op een legale manier tot ze gekomen te zijn, zo werd maandag voor de rechter duidelijk.

De verdachten, hun advocaten en anderen die normaal bij een zitting zouden zijn, waren er vanwege het coronavirus niet fysiek bij. In plaats daarvan waren er audio- en videoverbindingen gelegd, ook voor de pers. De zitting liep enige vertraging op doordat Josef B. de zaak ook van afstand wilde volgen. Hij luisterde uiteindelijk vanuit de gevangenis via de telefoon mee. De volgende zitting is op 2 juli.