Overal op de straten duiken verhuisbusjes op

Covid-19 beïnvloedt het dagelijks leven. Verhuizers sjouwen zich nog steeds suf.

Bij de Student Verhuis Service is het nog steeds heel druk.
Bij de Student Verhuis Service is het nog steeds heel druk. Foto Thomas Schlijper

‘Weet je hoe moeilijk het is niet aan je gezicht te zitten met zo’n zweetkop?” Met ferme pas loopt Thomas van Steen (27) naar de verhuiswagen en spuit reinigingsgel op zijn handen. Het afgelopen uur sjouwde hij talrijke dozen uit een Amsterdamse bovenwoning de steile trappen af naar beneden– een straaltje zweet loopt over zijn voorhoofd. Maar vegen voor hij zijn handen heeft ontsmet, mag niet. „Corona, hè?”

Aanvankelijk leek de handel van Student Verhuis Service, met ongeveer tweehonderd verhuizers, het merendeel studenten, een flink tik te krijgen. Maar na een rustige week is het nu weer behoorlijk aanpoten. Overal in Amsterdam duiken de verhuisbusjes op. Op een doordeweekse dag als deze sjouwen ongeveer vijfenveertig man – „ik heb nooit een vrouwelijke collega gehad” – zich suf.

Nieuwelingen worden de eerste dagen getest, zegt Van Steen. Als je in een duootje geen wasmachine kan tillen, hoor je hier niet, zegt hij. Als je de kantjes er vanaf loopt, ook niet. Verhuizen is „niet lullen, maar poetsen”. zegt hij, elke dag „beuken”.

Sinds Covid-19 zijn de regels aangescherpt. „’s Ochtends, bij aanvang van de dienst, krijg ik een thermometer in mijn oren”, zegt hij. Geen collega is nog besmet, wel iemands partner. Verder: maximaal twee verhuizers per bus. Afstand houden van elkaar. Vaak handen wassen. En om het matras gaat een speciale hoes.

Bij sommige klanten komt Van Steen überhaupt niet binnen. Ze verzamelen zoveel spullen dat de deur niet meer open kan, zegt hij. Of het huis is te smerig. Een jaar geleden moest hij een vrouw verhuizen waar de hond, hamsters en muizen los rondliepen. „Ik heb nog nooit zoveel kakkerlakken bij elkaar gezien.”

En je hebt „penny pinchers”, zegt hij: mensen die voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten. Op het onlineaanvraagformulier vullen ze in dat drie dozen en een bank verhuisd moeten worden, zegt Van Steen, in werkelijkheid staat hun hele huis vol met spullen.

Het werk heeft ook leuke kanten. Zo verhuisde hij met collega’s een „heel duur” schilderij van „één of andere grachtengordelkerel”. En hij mocht een keer op en neer naar de Pyreneeën voor een verhuizing. „Toch een vet tripje.”

In het begin was Van Steen, die in de afrondende fase van zijn studie interdisciplinaire wetenschappen (een combinatie van psychologie, sociologie en antropologie) zit en zijn scriptie schrijft, „een beetje paranoia” over het coronavirus. Wat als hij het ook kreeg? Zou hij het doorhebben? Na werk jeukten zijn handen ineens „als de tering”. Mogelijk het gevolg van het vele handenwassen in combinatie met het sjouwen. Zijn moeder adviseerde hem handcrème – nu gaat het beter.

Stoppen is sowieso geen optie, zegt Van Steen. Klanten hebben hun huurcontract vaak al opgezegd en kunnen niet meer terug. „Je wilt de mensen niet laten zitten, die rekenen erop dat ze verhuizen.”