Olympiërs doorbetaald tot ‘Tokio 2021’

Olympische Spelen Na het uitstel van de Spelen tot 2021 betaalt de overheid sporters en hun coaches gewoon door. „Niemand hoeft bezorgd te zijn.”

Foto Behrouz Mehri

Het uitstellen van de Olympische Spelen van Tokio tot 2021 leidt niet of nauwelijks tot inkomstenderving voor Nederlandse sporters en hun coaches. Dat zegt Maurits Hendriks, technisch directeur van NOC-NSF, na een overleg met Martin van Rijn, minister van Sport.

Degenen die zijn aangewezen op het stipendium, de regeling voor topsporters die geen of onvoldoende inkomen hebben voor hun levensonderhoud, hoeven niet te vrezen voor stopzetting. Van Rijn heeft ermee ingestemd dat zij tot en met de Spelen gegarandeerd zijn van hun maandelijkse toelage, ook als vanwege de coronacrisis niet aan de vereiste prestatie-eisen is voldaan.

Gecompliceerder is de situatie voor sporters die buiten het stipendium vallen en afhankelijk zijn van start- en prijzengeld, zoals de beachvolleyballers, voor wie het internationale circuit momenteel stilligt. Zij verdienen hun geld in het buitenland, betalen in Nederland belasting, maar komen niet in aanmerking voor de noodregeling voor zzp’ers. In overleg met de ministeries van VWS en Sociale Zaken probeert NOC-NSF voor die groep zo snel mogelijk een regeling te treffen.

Contracten verlengd

Coaches en technisch directeuren van wie de contracten in 2020 zouden aflopen, kunnen hun werk ook voortzetten tot en met de uitgestelde Spelen, zegt Hendriks. Hun inkomsten zijn in vrijwel alle gevallen gekoppeld aan de financiering van topsportprogramma’s, die eens per vier jaar voor elke olympische bond afzonderlijk wordt vastgesteld. Met instemming van de minister is besloten die geldstroom tot en met 2021 te continueren.

Voor de olympiade tot en met de Spelen van Tokio groeiden de topsportgelden van jaarlijks ruim 18 miljoen euro in 2017 tot bijna 22 miljoen in 2020. Voor de Paralympics liep die jaarlijkse bijdrage op van drie miljoen in 2017 tot bijna vier miljoen in 2020. Dat geld wordt bijeengebracht door de overheid, de Nederlandse Loterij en sponsors van NOC-NSF.

Hoe verschuiving van de Spelen zich verhoudt tot de verdeling van de topsportgelden voor ‘Parijs 2024’, moet nader worden uitgewerkt. Hendriks: „We willen niet dat er door de coronacrisis vertraging ontstaat, maar de bonden zekerheid geven voor de komende cyclus van vier jaar. We willen per se geen tijd verliezen. Bij een aantal sporten is de toekenning echter mede afhankelijk van de prestaties bij de Spelen in Tokio. In die gevallen zullen we ons beperken voor financiering tot met 2021. Tot die tijd is de financiering verzekerd, daarover hoeft niemand bezorgd te zijn.”

Maurits Hendriks, technisch directeur van sportkoepel NOC-NSF. Foto Marco de Swart/ANP

Meer geld voor ‘Parijs 2024’

NOC-NSF zet voor ‘Parijs 2024’ in op substantieel meer geld voor topsportprogramma’s. Maar Hendriks kan nog niet zeggen of die wens gehonoreerd wordt. Daarover is nog intensief overleg met de overheid gaande. Hendriks: „We zien dat steeds meer sporten zich in de top-acht van de wereld nestelen. En we zien dat bonden hun opleidingsprogramma’s steeds beter voor elkaar hebben. Tegelijkertijd willen we bij innovaties meer wetenschappelijke ondersteuning. Dat bij elkaar legt grotere druk op de financiering.”

Het jaar uitstel van de Spelen leidt mogelijk ook tot aanpassing van normen en limieten voor sporters die zich nog moeten kwalificeren. Volgens Hendriks wordt met elke bond afzonderlijk bekeken of er nog aanvullende eisen verlangd worden. Dat zou bij atletiek het geval kunnen zijn. In die sport geldt deels de stand op de wereldranglijst als toelatingseis. Maar zonder (voldoende) wedstrijden kan dat criterium eventueel moeilijk toepasbaar zijn. Globaal verwacht Hendriks evenwel geen ingrijpende limietwijzigingen.

Wat nog wel tot discussie kan leiden, zijn de leeftijdsgrenzen. Maar dat probleem ligt bij de internationale sportbonden. Het IOC voert al overleg met wereldvoetbalbond FIFA om de leeftijdsgrens van 23 jaar voor de voetbalteams (mannen) met één jaar op te verlengen. Van de turnbond zal bijvoorbeeld een standpunt wordt verlangd bij de minimum leeftijd (16 jaar) voor turners en in de paardensport bij die van ruiters (16 of 18 jaar) en paarden (8 of 9 jaar).

Appartementen in Tokio

Grotere zorgen maakt Hendriks zich over huisvesting van sporters in Tokio. Hij verwacht niet het olympisch dorp in 2021 nog beschikbaar is, vanwege de voltooide verkoop van de appartementen. NOC-NSF heeft bij het Japanse organisatiecomité voorgesteld het water bij het olympisch dorp te gebruiken en de sporters onder te brengen in bijvoorbeeld cruiseschepen. Hendriks: „Wij hopen daarmee te bereiken dat de infrastructuur van het dorp intact kan blijft, wenselijk met het oog op vervoer en gebruik van maaltijden. We wachten met spanning op de oplossing waarmee ‘Tokio’ en het IOC komen. Dat kan voor ons gevolgen hebben voor de vorm en kosten van uitzending.”

Tussen alle onzekerheden heeft Hendriks inmiddels één toezegging binnen: de Nederlandse sporters kunnen zich voorbereiden in het geplande acclimatiseringskamp in Chiba, aan de overzijde van de Baai van Tokio. De gouverneur van de prefectuur heeft laten weten dat alle afspraken met gesloten beurs gekopieerd worden tot en met 2021.