Necrologie

Kleurrijk, eigenzinnig dwarsdenker

Arnold Heertje (1934-2020) | econoom Generaties scholieren kenden hem vooral van het lesboek De Kern van de Economie.

Arnold Heertje, een econoom die volgens collega Arnoud Boot „niet meeging met de waan van de dag”.
Arnold Heertje, een econoom die volgens collega Arnoud Boot „niet meeging met de waan van de dag”. Foto Vincent Mentzel

Voor econoom Arnold Heertje begon het met een simpele vraag: waarom zijn sommige mensen arm? Dat komt door de economie, leerde hij tijdens de Tweede Wereldoorlog al van een prediker met wie hij als kind uit een joods gezin in contact kwam via zijn onderduikadres. Het antwoord zei hem niets. „Maar ik wist wel: als ik de kans krijg, ga ik later economie studeren”, zou hij later verklaren.

De zaterdag op 86-jarige leeftijd overleden Arnold Heertje wijdde zijn leven aan de economie. Hij zou het na de oorlog in 1951 gaan studeren aan de Universiteit van Amsterdam. De academie was voor de in Breda geboren Heertje de ultieme plek voor vrijdenkers. Hij zou er tot aan zijn pensionering in 2006 nooit meer weggaan. Als hoogleraar staatshuishoudkunde en later economische geschiedenis leerde hij menig student wat volgens hem de kern van de zaak was: welvaart moest breder worden begrepen dan tot dan toe gangbaar was.

Economie, vond Heertje, werd te nauw gedefinieerd. „De economie geeft alleen maar aandacht aan de prijs van een oliebol”, zei hij in 1999 in NRC Handelsblad. Wie echte welvaart wilde bestuderen, moest volgens hem ook zaken als milieu, geluk en leefomgeving in de definitie betrekken.

Talloze leerlingen op middelbare scholen namen zijn kennis vanaf de jaren 60 tot zich via het leerboek De Kern van de Economie, wat een standaardwerk zou worden in het voortgezet onderwijs. Volgens hemzelf zijn er bijna een miljoen exemplaren van verkocht. Heertje bleef het naar eigen zeggen elke vier jaar vernieuwen.

Faam verwierf hij ook met een ander werk, Economie en technische ontwikkeling. Al in 1973 waarschuwde hij daarin voor bedrijfsmonopolies die kunnen ontstaan bij voortgaande technologische ontwikkeling en de afzijdigheid van de overheid daarin. Bovendien gebruikte hij als een van de eersten in Nederland de speltheorie: een manier van kansberekening om de strategie van marktdeelnemers te voorspellen.

Heertje keerde zich tegen wat hij zag als een fixatie op economische groei

Het waren kritische kanttekeningen zoals hij die wel vaker zette binnen het publieke debat. Heertje was een dwarsdenker. Niet in de laatste plaats nam hij daarbij geregeld zijn eigen Partij voor de Arbeid en haar fixatie op economische groei onder vuur. Met name wijlen premier Wim Kok moest het ontgelden. Die had volgens Heertje in de jaren 90 dé kans gemist om werkelijk te investeren in de toekomst van Nederland. Ook hier kwam zijn begrip van welvaart om de hoek kijken. „Zorgen voor groei, maar met oog voor cultuur, natuur en milieu, de niet-reproduceerbare goederen. Dat heeft Kok verzuimd. Nee, de geschiedenis zal zeer negatief over Wim Kok oordelen.”

Ook collega-economen kregen er nog wel eens van langs. Heertje was naar eigen zeggen geabonneerd op „wel veertig internationale tijdschriften”. In tegenstelling tot zijn vakgenoten. „Als ík een artikel schrijf in The history of political economy, ziet helemaal niemand dat. Nederlandse economen hebben geen idee. Ze zijn te gierig om al die tijdschriften aan te schaffen”, zei hij in 2006 tegen NRC. En hij bewaarde alles, tot een collectie van wel 12.000 economische werken, waaronder een eerste druk van Das Kapital, van Karl Marx.

Na zijn pensionering als hoogleraar wist Heertje de media nog steeds te vinden met zijn ideeën. Nadat hij columnist was geweest in NRC Handelsblad, kreeg hij rond de eeuwwisseling een column in Het Parool, samen met zoon en cabaretier Raoul. Zo hield hij zich aan wat hij bij zijn afscheid als hoogleraar staatshuishoudkunde in 1999 al had aangekondigd: „Ik heb gezegd, maar nog steeds niet alles.”

Arnold Heertje was getrouwd en had drie zoons.