Opinie

Jeugdstrafrecht staat bijna stil en dat gaat tegen mijn natuur in

Niemand mag meer naar de zittingzalen, schrijft jeugdofficier van Justitie Ad de Beer, in de Togacolumn. Nostalgie naar de crisis van vroeger.
Foto Roos Koole/ ANP XTRA

Een paar weken geleden verzuchtte ik in de raadkamer gevangenhouding jeugd: we hebben geen cellen, de recherche is op rantsoen, de Kinderbescherming heeft geen mensen om onderzoek te doen, pro Justitia rapporteurs moet je met een lampje zoeken en bij alle vormen van hulpverlening worden vraagtekens gezet vanwege de onbetaalbaarheid van het systeem.
Kinderrechters en jeugdofficieren van justitie maken overuren om in elk geval de meest dringende zaken te behandelen. Het is puzzelen om alle zittingen vol te krijgen en te houden. Die dag werd de voorlopige hechtenis behandeld van 14 jongens in de leeftijd van 12 tot 17 jaar: het betrof bezit en gebruik van een pistool, pogingen doodslag door te steken met een mes, straatroven waarbij messen, tasers en boksbeugels waren gebruikt en een verdwaalde woninginbreker die voor de derde keer betrapt was.

Alles stilgelegd

En toen was er het coronavirus. Alles werd stilgelegd: de rechtbank behandelt alleen nog de meest ernstige zaken, niemand mag meer naar de zittingzalen komen. Het cellentekort is minder nijpend, de politie is met blauw op straat, de recherche pakt alleen nog heftige geweldszaken op: overvallen, steek- en schietpartijen, straatroven met wapens, verkrachtingen. De rest blijft liggen tot na de crisis.
En iedereen werkt vanuit huis aan het wegwerken van achterstanden. Kinderbescherming en jeugdreclassering werken met videobellen. Behandeling van agressieproblemen, school, stage en werk: allemaal stilgelegd. Schorsing van voorlopige hechtenis onder allerlei voorwaarden is een tandeloze tijger geworden. In normale omstandigheden zijn die voorwaarden van belang om het herhalingsgevaar in te dammen en jongeren een nieuwe start te laten maken. De controle van politie op straat heeft ook een ander karakter gekregen.

Tegen natuur in

En het gaat volstrekt tegen mijn natuur in als officier: het Openbaar Ministerie is alleen maar bezig om zaken van de zitting te halen, zonder uitzicht op een nieuwe datum voor behandeling. In Rotterdam hebben we vijfien zittingen van de kinderrechter uitgesteld naar een onbekende datum in de toekomst: circa honderd verdachten en veroordeelden wachten nu, evenals de benadeelde partijen. Dat heeft betrekking op minder ernstige feiten. Althans in onze ogen, een benadeelde kan daar heel anders over denken. En daarnaast zijn zes meervoudige kamerzittingen met zo’n 26 verdachten niet inhoudelijk behandeld. Van sommige jongeren is alleen een beslissing genomen over de voorlopige hechtenis. En dan gaat het over steken, bedreigen met een vuurwapen, reeksen straatroven, meerdere inbraken. In een onderzoek met tien verdachten hebben we maanden gesmeekt om zittingsruimte: vijf zittingsdagen om een nare zedenzaak te kunnen behandelen zijn verlorengegaan, als we geluk hebben wordt dat in het najaar van 2020 ingehaald.

Probleem blijft

Als alles meezit gaan we binnenkort jongeren in een jeugdinrichting met een videoverbinding horen, op 25 maart is de wetgeving aangepast. De faciliteiten worden nu aangelegd. Dan blijft nog het probleem hoe je - wettelijk verplicht in het kinderstrafrecht - de ouders en de kinderbescherming betrekt in de procedure, om over benadeelden maar te zwijgen. Nu gaat de behandeling nog telefonisch.
Komende week hebben we opnieuw een raadkamer gevangenhouding. Deze keer met tien jongeren in de leeftijd van 13 tot 18 jaar: verdacht van een overval op een 83-jarige bewoner, een steekpartij waar de slachtoffers het ternauwernood hebben overleefd, oplichters die via Marktplaats hun slachtoffers hebben benaderd en vervolgens beroofd onder bedreiging van een vuurwapen. Ik denk dan met enige weemoed terug aan vier weken geleden. Hoe heftig de beschuldigingen ook zijn, het gaat om jonge mensen bij wie hervatting van hun leven voorop zou moeten staan.

De Togacolumn wordt geschreven door een advocaat, officier van justitie en rechter. Ad de Beer is jeugdofficier van Justitie in Rotterdam.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.