Help, ik woon in het Parijs van Amélie Poulain

De grand confinement als gevolg van corona leidt in Parijs tot een verarming van het straatbeeld, ziet correspondent Gert Van Langendonck.

De straat in Montmartre die voor filmopnames is teruggebracht naar de jaren 40.
De straat in Montmartre die voor filmopnames is teruggebracht naar de jaren 40. Foto Christophe Petit Tesson / EPA

De timing had beter gekund. Precies één week heb ik mijn nieuwe standplaats op een normale manier kunnen verkennen, voordat op 17 maart le grand confinement begon. Nu is Parijs voor mij beperkt tot het zicht uit mijn raam – op de Eiffeltoren, dat wel – en de dagelijkse wandeling naar de winkel.

Een week was wel genoeg om te beseffen dat dit tijdelijke appartement in Montmartre niets voor mij was. Het is hier te weinig divers en je hebt elke dag hordes toeristen voor je deur.

Die toeristen vormen geen probleem meer. De lockdown is lastig maar het is ook een unieke manier om Parijs te ontdekken. De Sacré Coeur – normaal vergeven van de toeristen – is nu mijn buurtparkje waar ik soms in het gras ga zitten als de zon schijnt, in het gezelschap van hooguit een dozijn andere mensen.

Parijs is opnieuw van de Parijzenaars. Maar het is ook minder divers dan ooit. Dit is een dure buurt waar vooral rijke blanken wonen – veel van mijn buren lijken te zijn vertrokken naar hun vakantiehuis. Het personeel van al die gesloten cafés en restaurants zit nu thuis in een banlieue, zo vermoed ik. Alleen de koeriers van Deliveroo en co brengen nog wat kleur in de zaak.

Ik heb het gevoel dat ik in het Parijs van Amélie Poulain woon. Toen Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain in 2001 uitkwam, werd die film behalve bejubeld ook bekritiseerd vanwege het nostalgische beeld dat werd opgehangen. Van een Parijs waaruit alle sporen van moderne diversiteit waren verwijderd.

Als ik de tweede uitgang van mijn gebouw neem, die uitkomt op de Passage des Abbesses, kom ik in een nog vroeger tijdperk terecht. Hier en in nog twee straten waren tot voor kort de opnames bezig voor de film Adieu Monsieur Haffmann – over een Joodse juwelier die zich in het Parijs van 1942 moet verstoppen voor de nazi’s. Sinds de lockdown zijn de opnames stilgelegd, maar het decor is gebleven.

Het duurt even voor je het ziet. De winkelfaçades die er wel heel erg ouderwets uitzien. Een bericht in het Duits aan de bevolking over de avondklok, een poster die waarschuwt voor het bolsjewistische gevaar.

Een pamflet vat de oproep van oorlogspremier Laval aan de Fransen samen om op de velden te gaan werken om de Duitse oorlogsinspanning te helpen. Vorige maand heeft Landbouwminister Didier Guillaume de Fransen die door het coronavirus werkloos zijn geworden, opgeroepen om te gaan helpen met de oogst. Meer dan 150.000 mensen hebben zich aangemeld

Slechts één winkel ontsnapt aan de 1942-illusie: de kruidenier Au Marché de la Butte op de hoek van de Rue Androuet en de Rue des Trois Frères. Een historische attractie op zich, want het is de winkel uit Amélie Poulain.

In de film speelde Jamel Debbouze het zwakbegaafde hulpje van kruidenier Collignon; hij was het enige personage met een migratieachtergrond. In werkelijkheid was de winkel eigendom van een Fransman van Marokkaanse afkomst. Die heeft er alles aan gedaan om een centje mee te pikken van het Amélie-toerisme. De gevel is behangen met affiches van de film en foto’s van de acteurs. Vijf maanden geleden is de zaak verkocht.

„Normaal krioelt het hier van de toeristen die foto’s nemen van de winkel. Die kochten dan een souvenir”, zegt Abdel, de jongen die de kassa bemant. „Nu is het meer The Walking Dead dan Amélie Poulain.”

Ik moet eraan denken om de bakkersvrouw beneden een positieve Yelp-recensie te geven. Voor het coronavirus kreeg bakkerij ‘Coquelicot’ goede recensies voor zijn baguette, maar negatieve over de uitbaatster. Die zou creatief omspringen met wisselgeld en arrogant zijn tegenover buitenlandse toeristen.

Nu de toeristen zijn verdwenen is ook Coquelicot opnieuw een buurtbakker geworden. „Geen eieren voor mijnheer vandaag?” „Nee dank u, ik heb er nog.” „Morgen misschien dan.” Zo’n bakker waar de uitbater haar klanten kent, en zich hun vorige bestelling herinnert. Zo’n bakker uit Amélie Poulain.