Zo brengt de ‘zelfcheckapp’ mogelijk de ziekte in kaart

Apps om ziekte te meten Het LUMC en het OLVG proberen via apps het publiek corona-symptomen te laten registreren. Werkt het?

Hoeveel mensen in Nederland zijn er nu mogelijk besmet met het coronavirus? Inderhaast opgezette apps en websites proberen dat nu in kaart te brengen.

Gebruikers vullen een postcode in en ook welke symptomen ze hebben. Met deze apps hopen de makers een indruk te krijgen van de omvang en ontwikkeling van de epidemie.

De geregistreerde gevallen die het RIVM dagelijks meldt, zijn alleen mensen met duidelijke klachten die ook positief getest zijn. Het doel van de zelfrapportage-apps is vooral om in te schatten hoe groot de groep mensen is met líchte klachten, en ook waar ziekenhuizen mensen met ernstige Covid-19 kunnen verwachten.

Het heikele punt daarbij is om voldoende gebruikers te bereiken én hen dagelijks te laten terugkomen. Hoe meer mensen meedoen, hoe betrouwbaarder het beeld is.

Het lijkt daarom logisch dat de verschillende apps hun gegevens zouden delen. Maar er heerst niet alleen spanning tussen de honger naar gegevens en de privacy. Ook balanceren de makers tussen de logica om gegevens te delen én om ze vast te houden voor eigen onderzoek.

Lees ook: De smartphone als wapen tegen Covid-19

Als eerste lanceerde het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) in Amsterdam op 16 maart de OLVG corona-check-app waarop mensen hun klachten invullen. Als die wijzen op Covid-19 (kortademigheid of koorts) worden ze binnen 24 uur gebeld. Het ziekteverloop wordt dan gevolgd. Als het nodig is kunnen ze voor een CT-scan van de longen direct naar de triagetent die voor de deur van het OLVG is opgetrokken.

Aanvankelijk was de app bedoeld voor Amsterdammers en mensen in die regio, maar inmiddels doen ook het UMC Utrecht en ziekenhuizen in Nijmegen, Assen en Rotterdam mee. En meer zullen volgen, zegt OLVG-longarts Paul Bresser, mede-initiatiefnemer van de app. „Van de 65.000 actieve gebruikers zijn 3.300 mensen teruggebeld, van 50 is een CT-scan gemaakt, en een klein deel daarvan is opgenomen.”

Door de landelijke toepassing is de symptomenchecker-app nu uitgegroeid tot een Covid-19-traceerapp. Bresser hoopt uit de gegevens uiteindelijk een beter beeld te krijgen van de epidemie in Nederland.

Minder dan 1,5 meter

Het LUMC in Leiden lanceerde afgelopen vrijdag de Covid-radar, een app die dagelijks niet alleen naar symptomen vraagt bij gebruikers, maar ook naar het aantal contacten op die dag, en of die dichterbij kwamen dan 1,5 meter. Vlak voor het weekend hadden al 47.000 mensen de vragenlijst ingevuld.

Op twee kaarten van Nederland is in de app te zien hoe goed gebruikers zich houden aan sociaal afstand houden en hoe de verspreiding van mensen met mogelijke symptomen is. „Deze app is voor wetenschappelijk onderzoek en geeft bewust geen medisch advies, zoals de OLVG-app”, zegt LUMC-woordvoerder Hennie Castelein.

De initiatieven doen denken aan de Infectieradar die het RIVM op 17 maart startte met hetzelfde doel. Maar nog diezelfde avond haalden ze de website weer uit de lucht. Het verouderde systeem, gebaseerd op de bestaande griepradar, kon de enthousiaste toeloop van 30.000 deelnemers niet aan, en leverde problemen op met de beveiliging van de gegevens, meldde het instituut op 24 maart op de website.

Veel mensen en bedrijven bieden nu het RIVM hulp aan om de Infectieradar weer in de lucht te krijgen. Een daarvan is SymptoTrack, dat op 28 maart een website met symptomentracker lanceerde. Tot nu toe hebben 568 mensen hun klachten daar ingevuld. Pas als dit aantal de 10.000 overstijgt, heeft het RIVM mogelijk interesse en zullen zij de gegevens delen, laat Adrian Dongus van SymptoTrack weten.

„Idealiter zouden de gegevens elkaar moeten aanvullen”, zegt Bresser. De gegevens van het LUMC zijn onder voorwaarden ook beschikbaar. Het RIVM meldt dat het alle aanbiedingen inventariseert.