Bovenaan links: Hannelore; bovenaan rechts: Hannelore en haar zusje. Midden: Het klooster in Velddriel, waar sekteleden samen woonden. Onder: Sekteleider Sipke Vrieswijk.

Privécollecties Hannelore van Otterloo/Frank Krake/Julia van Geerdink

Interview

Haar leven in een sekte was best normaal, dacht ze zelf

Sektes Hannelore van Otterloo was als meisje lid van de sekte Gemeente Gods, samen met haar gezin. Het kostte veel moeite zich los te maken. „Ik had me voor niets zo bijzonder gevoeld.”

Hannelore tijdens haar jeugd bij Gemeente Gods. Uit privécollectie

Alleen voormalig verzekeringsagent Sipke Vrieswijk kon zien wie of wat bezeten door demonen was. De eerste keer dat hij de kwade geesten zag bij het gezin van Hannelore van Otterloo waren die in de schilderijen van hun bescheiden nieuwbouwhuis aan de rand van Krimpen aan den IJssel geslopen. Weg, moesten ze. Twee jaar later was er iets niet pluis met het hondje van de Van Otterloo’s. Ook weg. Uiteindelijk, de familie woonde inmiddels met andere sekteleden in een voormalig klooster in het Gelderse Velddriel, zag Sipke Vrieswijk dat Hannelores zusje bevangen was door demonen – ook zij moest weg, ze werd ondergebracht bij familie.

Hannelore van Otterloo (42) zit met een cappuccino voor zich aan een ronde tafel in Hotel Hoogeveen langs de A28, in Drenthe. Hier sprak ze de afgelopen jaren bijna wekelijks met non-fictie-auteur Frank Krake, die ook aangeschoven is, over haar leven als sektelid van Gemeente Gods. Hoe bracht zij vijftien jaar door bij een sekte en hoe werd ze ervan verlost, wilde hij weten. In februari verscheen het antwoord op die vragen in een boek van bijna vijfhonderd pagina’s: Hannelore, het meisje uit de sekte. Van Otterloo: „Ik wil dat mensen die nu in sektes zitten, weten dat ze eruit kunnen.”

Het gevaar buiten de deur

Zelf dacht Van Otterloo jarenlang dat haar leven best normaal was. „Het gevaar bevond zich juist buiten de deur”, zegt ze. Van haar derde tot haar zeventiende groeide ze op als lid van Gemeente Gods onder leiding van Vrieswijk, die de sekte in 1975 oprichtte, in 1998 werd veroordeeld en in 2019 overleed. Onderzoekers van het Pieter Baan Centrum omschreven hem als een „psychotische prediker met een nietsontziende neiging tot narcistische zelfverheerlijking, heerszucht en misbruik”.

Gemeente Gods begon in het Zuid-Hollandse ‘s-Gravendeel, toen de lokale Volle Evangelie Gemeente de welbespraakte Vrieswijk vroeg als voorganger. In 1983 verhuisden tientallen volgelingen op zijn aandringen naar een voormalig klooster in Velddriel.

Lees ook: In Ruinerwold leefden ze ‘in angst voor slechte geesten’

Hoe kwamen de ouders van Hannelore – hij maatschappelijk werker, zij hoofd van een kleuterschool – bij een sekte terecht? „Ze wilden meer houvast en richting dan de kerk waar ze al bij aangesloten waren, hen kon geven”, zegt Van Otterloo. „Ze hadden het plafond van het bijbelonderwijs bereikt en leerden niets meer.” Via een kennis kwam eerst Van Otterloo’s moeder en later ook haar vader terecht bij een studiegroep van Vrieswijk, die zei dat hij door God zelf was onderwezen.

Frank Krake tegen Van Otterloo: „Jouw moeder zei: zo’n sessie voelde als een soort dope voor mij. Ze voelde de energie weer door haar aderen vloeien, zei ze. Ze was als een junk verslaafd aan onderwijs over Jezus Christus.”

Krake deed de afgelopen jaren onderzoek naar Gemeente Gods en verdiepte zich ook in machtsdynamieken binnen sektes. „Mensen die uiteindelijk sekteleden werden, hadden gemeen dat ze niet helemaal tevreden waren over de manier waarop ze hun geloof beleden. Ze hadden behoefte aan structuur en die werd hen door Vrieswijk geboden.”

Van Otterloo: „Ik denk dat Vrieswijk door zijn geestesziekte kon zien wie gevoelig was voor zijn autoriteit. Daardoor durfde hij dingen uit te proberen die een normaal mens niet zou doen. Hij zegt niet meteen: je moet nu je hond weg doen. Eerst test hij of je de schilderijen vervangt als hij zegt dat ze bezeten zijn.” Uiteindelijk werden sommige meisjes en vrouwen jarenlang stelselmatig seksueel misbruikt door Vrieswijk en zijn vriendin Aagje Folkerts. Vrieswijk en Folkerts zijn daarvoor veroordeeld. Ook Van Otterloo werd hier slachtoffer van.

Lange rokken

Hannelore van Otterloo kwam vrijwel alleen buiten de muren van het klooster om naar school te gaan. „Ik was anders. Droeg lange rokken. Niemand vond me aardig en klasgenoten kwamen liever niet in de buurt.” Heel af en toe zag Van Otterloo de aanlokkelijke kanten van de buitenwereld, zoals toen ze met de decaan moest bespreken wat ze later wilde worden. „Ik griste een folder over een bakkersopleiding uit een rek en mijn verlangens begonnen op te spelen.” Het leek haar een leuk beroep. „Dit is niet mijn taak in het leven, wist ik meteen. Ik was de dienstknecht van Sipke Vrieswijk.”

Langzaam maar zeker werden bewonderaars van Vrieswijk toegewijde leden van zijn sekte, en het losweken ervan was – als het gebeurde – ook een traag proces. De vader van Hannelore ging pas weg nadat hij door Vrieswijk weer herenigd werd met zijn vrouw, van wie hij jarenlang gedwongen gescheiden had geleefd. Vrieswijk had hem opgedragen om een vogelkooi in hun woonkamer te hangen – symbolisch bedoeld want hij had zijn vrouw weer ‘gevangen’. Dat was voor hem de druppel.

Pas toen ik aangifte deed, voelde het definitief. Ik gooide mijn eigen glazen in

Hannelore van Otterloo - maakte zich los uit een sekte

Hannelores moeder werd steeds heviger geplaagd door de vraag waarom ze door Vrieswijk zo werd gestraft, terwijl in de Bijbel geschreven staat dat je je naasten lief moest hebben. Ook zij verliet de Gemeenschap Gods. Dat haar ouders vertrokken was voor Hannelore op dat moment geen traumatische gebeurtenis. „Ze voelden niet als mijn vader en moeder, je was een kind van de sekte.”

Vrieswijk vluchtte uiteindelijk naar Israël, Zweden en Cyprus, omdat hij de kinderbescherming en de Belastingdienst achter zich aan kreeg. Hij nam Hannelore en andere ‘zusters’ met zich mee. „Wij wisten niet dat het een vlucht was, we voelden ons uitverkoren.”

Bruid van Christus

In Nederland had haar moeder aangifte gedaan en werd Hannelore door de politie naar Nederland gehaald. „Je mag nooit je mond open doen”, zei Vrieswijk vlak voor ze vertrok. „De wereld begrijpt ons niet en de wereld is slecht, demonen hebben het in de buitenwereld voor het zeggen. Jij als Bruid van Christus bent ver verheven boven de mensen daar.”

In een politieauto werd ze naar haar oom en tante in Vriezenveen gebracht. Haar tante zei: je weet niet hoe ons leven is. Je blijft hier tot je achttien bent. En als je dan terug wilt, moet je gaan. De eerste dagen was ze zo in de war dat ze nauwelijks sprak. „Terugkeren naar Vrieswijk was het enige dat mij bezighield.”

In familieromans las ze intussen hoe het gewone leven eigenlijk ging. Hoe families in elkaar steken, hoe je met liefdesverdriet omgaat, en met vriendinnen. Haar schoonmoeder leerde haar hoe je visite moet ontvangen. „Het eerste kopje koffie begreep ik nog wel, dat schonk je als mensen binnenkwamen. Maar wanneer was het tijd voor het tweede kopje? Wat is een cadeaubon? ”

Het klooster in Velddriel, waar sekteleden samenwoonden
Foto privécollectie
Sekteleider Sipke Vrieswijk
Foto privécollectie

Toch zit ze hier, in een hotel langs de A28, en is ze bijna 25 jaar na haar vertrek uit Cyprus volledig losgezongen van Gemeente Gods. Dat kwam onder meer doordat de oom en tante bij wie ze terecht kon haar veel vrijheid en warmte gaven, denkt ze. „Ik kreeg een goede fiets, een portemonnee en een huissleutel. Daar moest ik het mee doen.” Ze leerde ze wat regelmaat was, en die vond ze eigenlijk wel prettig. „’s Avonds een kopje koffie. Televisie kijken voor je naar bed gaat. Een eigen slaapkamer.” Er waren ook praktische bezwaren die ervoor zorgden dat ze niet vertrok: „Ik wist helemaal niet hoe ik een trein of een bus moest nemen.”

De genadeklap kwam uiteindelijk van het vriendje. Tegen hem zei ze in het begin van hun relatie steeds dat ze het jammer vond dat ze verliefd op elkaar waren geworden. Zij zou immers weer weggaan. Oké, antwoordde hij dan, maar bel je me dan wel als je daar bent?

Het bleef lang lastig om hardop te zeggen dat ze eigenlijk niet meer terug wilde. Dan zou ze toegeven dat ze alle andere jaren een verkeerd leven had geleid en dat ze zich voor niets bijzonder had gevoeld. „Ik zou Vrieswijk als nepprofeet verklaren.” Ze stelde haar terugkeer uit. „Pas toen ik aangifte deed voelde het definitief. Toen gooide ik mijn eigen glazen in.”

Hannelore van Otterloo woont nu in Hoogeveen, met het vriendje van toen, ze kregen vier kinderen. Ze zegt dat ze de gebeurtenissen in de sekte ‘in stukjes’ uit haar hoofd heeft geruimd. Lang spoelde het nare gevoel over de gebeurtenissen van toen nog over haar heen, bijvoorbeeld als ze parfum ruikt die ze toen droeg.

Er is geen hulploket voor mensen die uit een sekte zijn gestapt. „Ook nu is hulp er nog maar met mondjesmaat. En wat er is, daar moet je je vraagtekens bij zetten”, zegt Frank Krake. Hij benaderde voor zijn boek over Hannelore ook nog andere oud-leden van Gemeente Gods. Sommigen wisten hun leven op te pakken, anderen is dat nooit gelukt. „Ze waren alles kwijt. Huwelijken zijn kapot, ze zijn financieel uitgekleed. Gebruikt en misbruikt. De schaamte is enorm.”

Vrieswijk kwam in 2010 vrij uit de gevangenis en kon terecht bij vrouwelijke volgelingen die in een rijtjeshuis in Papendrecht dertien jaar lang op hem hadden gewacht.