Reportage

De wielersport zit in de problemen, vooral bij de vrouwen

Wielrennen Het voortbestaan van veel wielerploegen is in gevaar door het schrappen van koersen. Een rampseizoen met de Tour als strohalm.

Mike Teunissen rijdt in zijn bijkeuken op de rolband.
Mike Teunissen rijdt in zijn bijkeuken op de rolband. Foto Robin Utrecht/ANP

Het had een sacrale wielerweek moeten worden in Vlaanderen, met als hoogtepunt De Ronde op zondag, editie 104, bij temperaturen die geen ruimte hadden gelaten voor pessimisme. Van Antwerpen tot Oudenaarde hadden er mensen gestaan, met een speciaalbier aan de lip, en er was een nieuwe held geboren, opvolger van een Italiaan die nu vastzit in Zwitserland. Maar uiteraard bleef de Kapelmuur leeg, en restaurant ’t Hemelrijck gesloten. Dertien renners deden een digitale Ronde op de hometrainer, met live verslag op tv en radio. Greg Van Avermaet won. Mooi hoe sport kan innoveren in crisistijd, maar van een hoogmis was geen sprake.

Buiten koersen is naar de herinnering verbannen. Alleen in Nederland en België mag nog in de openbare ruimte worden getraind. Voorlopig wordt er tot 1 juni nergens gekoerst, wat daarna gebeurt is ongewis. Zeker is: als de Tour de France daarna óók niet doorgaat, heeft de wielersport een probleem.

Drijfzand

Luca Guercilena slaapt al dagen slecht, in zijn Milanese appartement. Hij is de baas van wielerploeg Trek-Segafredo, waar Bauke Mollema onder contract staat, en voelt zich nu en dan in drijfzand wegzakken. Want het is simpel: „Segafredo is een koffiemerk, en in geen bar of restaurant kan nog koffie worden gedronken”, zegt Guercilena. „Als het slecht gaat met een bedrijf, dan is sponsoring een van de eerste dingen waar de leiding naar gaat kijken. Onze overeenkomst loopt door tot 2021. Wie weet waar de wereldeconomie dan staat? Het zal een uitdaging worden om ze aan boord te houden. De hele sportbranche krijgt het moeilijk.”

In tegenstelling tot veel andere sporten leunt de wielrennerij op sponsorinkomsten, zo’n twintig miljoen op jaarbasis voor een gemiddelde ploeg op het hoogste niveau, meestal opgehoest door meerdere geldschieters. In sommige gevallen springen nationale overheden bij. Het prijzengeld dat is te verdienen is verwaarloosbaar, inkomsten uit kaartverkoop bestaan niet, en aan tv-rechten houden vooral organisatoren en de wereldwielerbond UCI grof geld over. Er wordt al jaren geroepen dat het verdienmodel niet klopt, maar in de conservatieve wielerwereld is amper beweging te krijgen. Het zou betekenen dat partijen moeten inleveren, er herverdeeld moet worden.

Geen Tour, geen zichtbaarheid

Bedrijven die in de wielersport stappen doen dat om gezien te worden, tijdens wedstrijden waar de hele wereld naar kijkt. Daar verdienen ze die miljoenen mee terug. Nu alle klassiekers dit voorjaar niet doorgaan kost dat geld, maar als er eind juni ook een streep gaat door de Tour de France, kan dat grote gevolgen hebben voor het voortbestaan van een aantal ploegen. Sponsoren zullen in die zomerse weken miljoenen mislopen als hun bedrijfslogo niet langer de wereld overgaat.

Organisatoren, de bond, de wielerteams – het zijn eilandjes die hun eigen hachje willen redden

Jetse Bol wielrenner

Vooruitlopend op barre tijden hebben een aantal ploegen al in de kosten gesneden. Renners van Astana zijn er 30 procent in salaris op achteruitgegaan, en bij het Belgische Lotto-Soudal schijnen ze vrijwillig een derde van hun loon te hebben ingeleverd om te zorgen dat tijdelijk ontslagen stafleden door kunnen worden betaald. Wout Poels en zijn collega’s bij Bahrain-McLaren moeten het in maart, april en mei doen met 70 procent minder salaris. Het Poolse schoenenbedrijf CCC wil naar verluidt zelfs volledig onder de sponsorovereenkomst uit omdat het geen zichtbaarheid in het verschiet heeft, en omdat het bedrijf in waarde keldert nu winkels gesloten blijven. Dat zal ook in 2021 doorwerken. Vooralsnog is besloten tot een salarisvermindering van 80 procent, en driekwart van het personeel – veelal freelancers – is ontslagen. De rijkste ploeg, Team Ineos, verwacht volgens ploegleider Servais Knaven geen problemen, „omdat Ineos met olie werkt en die markt niet is ingestort”. Maar dat kan zomaar veranderen, weet Knaven ook.

De Koppenberg, een van de beklimmingen in de Ronde van Vlaanderen, de voorjaarsklassieker die zondag niet doorging. Foto Eric Lalmand/AFP

Bij Jumbo-Visma, werkgever van Tom Dumoulin, Steven Kruijswijk en Robert Gesink, is volgens ploegbaas Richard Plugge geen sprake van financiële problemen nu er niet gefietst wordt. De Nederlandse wielerploeg heeft langlopende contracten met de supermarktketen en een Noors softwarebedrijf, concerns die de crisis vooralsnog goed lijken door te komen. Alleen co-sponsor Hema kampt met omzetverlies, maar Plugge kreeg „geen signalen” dat die sponsoring in het geding komt. Ook bij Team Sunweb, actief in de noodlijdende reisbranche, zegt een woordvoerder „gelukkig niet” gehoord te hebben dat de geldkraan dicht moet. Wel worden de kosten gedrukt door voorlopig afscheid te nemen van freelance medewerkers.

Hopen op een snelle doorstart

Tourdirecteur Christian Prudhomme zei vorige week dat de Tour voorlopig gewoon van start gaat op 27 juni, maar dat er ook wordt gekeken naar een datum in augustus. Een Tour zonder publiek, zoals de spookeditie van Parijs-Nice vorige maand, ziet hij niet zitten. „We moeten hopen op een snelle herstart van het seizoen”, zegt Guercilena van Trek-Segafredo. „Veel voetbalcompetities zullen niet worden gespeeld, er zijn geen Olympische Spelen. Misschien zijn we straks de enige sport die op televisie te zien is. Daar kunnen we van profiteren.”

Hoewel zijn belangrijkste renners zich openlijk afvragen of de Tour sportief nog wel haalbaar is als er geen voorbereidingskoersen worden gehouden en er in de meeste landen alleen binnenskamers kan worden getraind, heeft Richard Plugge de hoop nog niet opgegeven. „Wielrennen is altijd de sport van hoop en verwachting geweest”, zegt hij. „Tegen juli snakken we naar een verzetje. De Tour heeft niet alleen een economisch maar ook een maatschappelijk belang. Wat zou het een opsteker voor de wereld zijn als de Tour door kan gaan. Dat zou betekenen dat we het virus onder controle hebben. Wie weet, de wereld ziet er over een maand weer heel anders uit.”

Daar heeft Servais Knaven van Ineos een hard hoofd in. „Het wordt complex, of het moet nu snel in de goede richting kantelen. Frankrijk kan in juli wel zeggen dat het door kan gaan, maar als renners uit allerlei landen niet mogen reizen, dan heb je een half veld aan de start staan. We mogen al blij zijn als er in de zomer weer regionaal gekoerst mag worden.”

Gaat de crisis de sport hervormen?

Luca Guercilena hoopt dat de crisis, die wielerploegen weldra de kop kan gaan kosten, zal zorgen dat grote partijen opnieuw met elkaar gaan praten over een hervorming van de sport. Hij denkt aan een soort Champions League, waarbij een gedeelte van de tv-gelden naar de wielerploegen terugvloeit en er wat vet rond de botten zal ontstaan. Want in deze zware tijden wordt eens te meer duidelijk hoe kwetsbaar de wielersport is. Daar hebben de grootverdieners ook geen baat bij. „Als er te veel pilaren omvallen, is er geen systeem meer”, zegt Guercilena. „We zouden hier allemaal beter uit kunnen komen.”

Dat is ijdele hoop, vindt Jetse Bol, renner bij de Spaanse ploeg Burgos-BH, actief op het tweede niveau. Voor hem en zijn ploegmaten is door de coronacrisis een tijdelijke WW-uitkering aangevraagd. Hij leeft bij de dag, probeert zich met zijn zoontje en vrouw in Girona niet te veel zorgen te maken over hun toekomst. „We moeten hier met z’n allen doorheen, maar met z’n allen bestaat niet in de wielerwereld. Organisatoren, de bond, de teams – het zijn eilandjes die hun eigen hachje willen redden.” Hij rekent voor: „Als er tien ploegen omdonderen, zijn er nog tien ploegen over om wedstrijden te rijden. Zeventig, tachtig renners. Wie wil zo’n Tour? Iedereen is de sjaak.”

De Kapelmuur, een andere beroemde beklimming in de Ronde van Vlaanderen. Foto Eric Lalmand/AFP

Dat de wereldbond UCI de ernst van de situatie in het wielrennen nog niet doorheeft of niet wíl zien, bleek vorige week uit een tweet waarmee werd aangekondigd dat de WK wielrennen in september over twee weken zullen worden uitgesmeerd, in een kalender die tegen die tijd hevig onder druk zal staan omdat evenementen die nu zijn afgelast dan worden ingehaald. Lekker meegedacht, vindt Bol.

Nog meer zorgen over de vrouwen

Ook Iris Slappendel heeft geen goed woord over voor de UCI. Ze is de oprichter van The Cycling Alliance, de vakbond die de belangen in het vrouwenwielrennen behartigt, en in die hoedanigheid stuurde ze een brief naar de federatie met de vraag wat men gaat doen om teams financieel door de crisis te helpen. Toon leiderschap, was de boodschap, want als de mannen het zwaar hebben, dan moeten de vrouwen, financieel veel fragieler, nu al op omvallen staan. „Ze stuurden terug dat ze erbovenop zitten”, zegt Slappendel. „Verder heb ik niks gehoord. Ze roepen dat ze het vrouwenwielrennen belangrijk vinden, maar nu zien we waar de prioriteiten liggen. Berichten over veiligheid en het verplaatsen van wedstrijden zijn op mannen gericht. Wij horen niets.” Ze pleit voor een noodfonds, opgezet door de UCI. „Die hebben geld zat.” Uit het jaarverslag van de UCI over 2018 blijkt dat er destijds een spaarpot was van 45 miljoen Zwitserse franc, 43 miljoen euro.

Het is een kwestie van tijd voordat ploegen de salarissen niet kunnen uitbetalen

Iris Slappendel vakbondsvrouw

Slappendel maakt zich grote zorgen over het voortbestaan van het vrouwenwielrennen. „Ploegleiders zeggen dat het een kwestie van tijd is voor ze salarissen niet kunnen uitbetalen, omdat sponsoren niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Volgend jaar gaat dit grote impact hebben. Als je nu vijftien rensters in je ploeg hebt, zullen dat er dan nog dertien zijn. Wat doe je dan? Als een bedrijf honderden mensen moet ontslaan, wie ben jij dan met je wielerploegje? Hoe gaat de sport dit overleven?”