Opinie

Tweespalt in corona-nieuws: ellende op de IC maar leuke tips voor thuisblijvers

De ombudsman

Daar sta je dan in je huiskamer. In pak (zeker niet in pyjama!) stoïcijnse teksten op te zeggen en met flessen cola je biceps-training te doen. Terwijl je alvast nadenkt over de vergadering met de kinderen en de rest van de dag, inclusief snoepmoment (conform het noodplan voor een „vreetbui”). Ook niet vergeten: op tijd naar bed, de warme kruik mee.

Ergens doet het een beetje denken aan Harry Mulisch’ Wenken voor de jongste dag (1967), waarin de schrijver een noodpakket samenstelde voor een atoomoorlog (onder meer: twee boterhammen, een ei, jam, koffie en thee, kadetjes). Maar het is een kleine greep uit de „tips en trucs” van de Grote Thuisblijfgids van NRC om thuisblijven door corona „te overleven”. Die gids, samengesteld door redacteuren én lezers, wordt gestaag geraadpleegd: dagelijks zo’n 10.000 leesminuten. De productie linkt ook door naar andere stukken in het corona-dossier.

Alom lees je nu zulke tips, zelfs van een oud-astronaut. Burgers voorzien van raad hoort in tijden van nood bij de journalistiek. En je steekt er wat van op, zoals het weetje dat je hoofd „vijf à zes kilo weegt” (ik heb het niet nagewogen), nóg een reden om thuis „goed te zitten”. Ik ben nog bezig met het maken van een „piekerkaart” (tip van zorgstichting ‘s Heeren Loo) en het kiezen van een geschikte „uitraasplek” in huis (tip van de Volkskrant), waar je opgekropte agressie kunt botvieren op iets anders dan huisgenoten. Les voor trendy minimalisten of hunkeraars naar „authenticiteit” in hun interieur: je inrichting moet vooral praktisch zijn, geen „plaatje” (NRC).

Allemaal nuttig, die tips, alleen al omdat je er een halve dagtaak aan hebt. Een paar aspecten ervan zijn wel opmerkelijk. Allereerst de montere toon ervan, die van de empathische therapeut of tante die je een pepermuntje toestopt. Je moet niet denken dat het nu „elke avond vrijdagavond [is] met kaasjes en wijn”, maant deze krant. En hoe moet je al skypend vergaderen „terwijl een peuter aan je been jengelt om een banaan”, vraagt de Volkskrant zich af. Zelfs het tuttige woordje leuk is uit journalistieke ballingschap teruggekeerd. Want je moet het „leuk in huis” houden.

Die informele, opgewekte stijl hoort bij zulke service-gerichte journalistiek. Maar staat wel in schril contrast met de berichten over sterftecijfers en IC-bedden en de hartverscheurende reportages die je leest over zorgpersoneel en patiënten die „oorlog” voeren met het virus. Een vervreemdende tweespalt van collectieve ellende en particulier welzijn. Dat is geen kritiek, we leven tenslotte in een gebroken wereld. Maar het mag een onsje minder „leuk”, zeg ik vanaf mijn uitraasplek.

Ander punt: het kan aan mij liggen, maar uit veel adviezen rijst een harmonieus model-gezin op, dat nu tijdelijk voor een uitdaging staat: twee ouders, kinderen, redelijk geschoold en behuisd en in staat tot overleg. Een onderhandelingshuishouden dus dat práát en waar ruzie hooguit „kissebissen met je partner” is (NRC). Maar wat moet een krap behuisd, groot gezin van werkloze ouders of een alleenstaande in Amsterdam-West of Charlois met zulke tips?

Het is daarom goed en ook nodig, dat de krant tegelijk stukken brengt zoals die over de rauwe werkelijkheid van kinderen die huiswerk moeten maken „in een kast, achter een gordijn, of zelfs in de badkuip”. Over de onmogelijke dilemma’s van verpleegkundigen en artsen. En over de tol die het gedwongen binnen blijven ongetwijfeld nog gaat eisen in gezinnen zonder riante uitraasplek.

Intussen blijft het nut van zulke tips dat mensen handelingsperspectief krijgen, iets wat ze tenminste zelf kunnen doen. Uit tal van onderzoek blijkt dat langdurige of overdadige blootstelling aan slecht nieuws mensen depressief of onnodig angstig kan maken. Amerikanen die veel tv keken over de aanslag op de marathon van Boston bijvoorbeeld, hadden achteraf meer klachten dan ooggetuigen. En in een wereld zonder grenzen kan ook een drama of ramp ver weg voelen alsof die voor de deur staat.

Modieuze mediacritici trekken daaruit graag de conclusie dat „nieuws” op zichzelf al schadelijk is, omdat het per definitie gaat om een inbreuk op de normaliteit: een schandaal, ramp, oorlog.

Dat is een karikatuur. Het deprimerende effect treedt vooral op bij groot onheil waar je niets aan kunt doen; dat versterkt het gevoel stuurloos te dobberen in een woeste wereld. Juist daarom kunnen gidsen met tips wat je wél kunt doen angst en paniek dempen – dan liefst wel gebracht met oog voor sociale context en privileges (of het gebrek daaraan).

Overigens speelt in de kritiek op de ‘slecht nieuws’-fabriek van de media nog iets anders mee. Dat is het geloofsartikel dat, nu we online allemaal onze eigen journalist zijn, het vertrouwen in de ‘gevestigde’ media peilloos moet zijn gedaald. De Titanic zinkt!

Een beetje empirie zou ook hier geen kwaad kunnen. Uit recent onderzoek blijkt juist het tegendeel: het vertrouwen in de media is in Nederland bovengemiddeld hoog. Het gevarieerde media-gebruik van Nederlanders verschilt ook sterk van het mediagebruik in bijvoorbeeld de gepolariseerde VS, waar de elite aan beide kusten The New York Times leest en grote groepen daartussen uitsluitend van het zwaar ideologische Fox een kijkje door de schutting krijgen.

Trouwens, ook tegen een overdosis aan onheilstijdingen heeft de NRC Thuisblijfgids een middeltje paraat. Althans, ik las dat je ook „slechte gewoontes” kunt reguleren zoals snoepen of: „te veel coronanieuws consumeren”. Lees voor het slapen gaan liever iets „over tuinieren”.

Nu doe ik dat zelf al jaren (al heb ik geen tuin), maar het is een idee. Immers: morgen is er weer tijd voor nieuws – goed én slecht. Daar is de krant voor.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.