Opinie

Straks is er geen Italië meer

Dagboek Coronavirus

Toen ik vanochtend naar buiten ging om verse focaccia te kopen voor Stella, trof ik Gene aan, de eigenaar van Caffè Latino onder ons huis. Hij stond hoofdschuddend geleund op het hekje voor zijn gesloten bar.

„Dit had niemand zich ooit kunnen voorstellen”, zuchtte hij.

Ik kon van zijn gezicht lezen waaraan hij dacht. Hij dacht aan een lang vervlogen era toen Caffè Latino een van de drukste terrassen had in het hart van het Genuese uitgaansleven op Piazza delle Erbe. Op vrijdag- en zaterdagavond waren de cocktails niet aan te slepen geweest. Zijn bar was een van de hotspots voor de boaties, de Engelse, Amerikaanse en Australische deckhands en stewardessen op de luxe jachten, die veel te veel te besteden hadden. Hij had niet zo lang geleden een tweede etablissement gehuurd op Largo Pertini voor de opera, net zo’n A-locatie als Piazza delle Erbe met vergelijkbare vaste lasten. Hij had misschien wel twintig of dertig man personeel in dienst. Alles is nu al een maand dicht. Oorspronkelijk was er een rafeltje hoop dat de bars morgen weer konden openen, maar het decreet is onlangs met minstens twee weken verlengd en dat kwam voor niemand als een verrassing.

„Als dit nog een paar weken langer duurt”, zei hij, „dan ben ik failliet”.

Ik mompelde iets over staatssteun, maar het lukte mij niet erg overtuigend over te komen.

„Ja, bij jullie daar in Nederland misschien. De Italiaanse staat is zelf failliet. Dit zou een moment zijn waarop Europa zou kunnen laten zien dat het meer is dan een vrijhandelszone voor multinationals. Maar iedereen in Europa denkt alleen aan zichzelf. Als jouw Nederlandse vrienden straks in de zomer nog een cappuccino willen drinken op een idyllisch pleintje, moet er nu wel iets gebeuren. Anders is er straks geen Italië meer.”

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.