Hoe het ministerie van Volksgezondheid in de coronacrisis steeds meer regie naar zich toe trekt

Crisismanagement Naarmate het nieuwe coronavirus sneller om zich heen grijpt, trekt het ministerie van Volksgezondheid meer regie naar zich toe. Niet elk ziekenhuis hoeft meer zijn eigen mondkapjes te kopen.

Het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding werkt vanuit het Erasmus MC in Rotterdam.
Het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding werkt vanuit het Erasmus MC in Rotterdam. Foto Jerry Lampen/ANP

Trots toont minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) op Instagram en Twitter een lading mondkapjes. „Wordt zo snel mogelijk gedistribueerd naar de plekken waar de nood het hoogst is”, schrijft hij op 21 maart bij de foto. Wat hij nog niet kan vermoeden, is dat de volgende dag artsen in een ziekenhuis aan de bel zullen trekken. De mondkapjes sluiten niet goed af. Ondanks de kwaliteitspapieren die vanuit China met de lading zijn meegestuurd. Er moeten 600.000 kapjes worden teruggehaald uit ziekenhuizen. Sommige zijn al gebruikt.

Bijna een maand eerder werd het kabinet al gewaarschuwd voor dreigende tekorten aan mondkapjes – cruciaal voor de bescherming van zorgpersoneel tegen het coronavirus. Op 28 februari kreeg Bruno Bruins, toen nog de minister voor Medische Zorg, te horen dat er in Nederland problemen „met de beschikbaarheid” zijn. De VVD-bewindsman schreef aan de Tweede Kamer dat het lastig was om aan spullen te komen, dat hij de zaak in de gaten hield, maar dat er „geen signalen van grote tekorten” waren.

Een paar dagen ná de defecte levering, in de derde week van maart, trekt het ministerie van Volksgezondheid en Sport (VWS) alle inkoop van beschermingsmaterialen – niet alleen mondkapjes maar ook spatbrillen en schorten – naar zich toe. In het ‘Landelijk Consortium Hulpmiddelen’ werken zorginstellingen en het ministerie vanaf dan samen om de inkoop en verdeling in Nederland te regelen, „in het landsbelang”.

Na aanvankelijk een afwachtende houding te hebben aangenomen, trekt het ministerie in de laatste weken van maart de regie over de coronacrisis naar zich toe. Ook als het gaat om de verdeling van ziekenhuisbedden en de inkoop van medicijnen en coronatests. Normaal is het ministerie van VWS slechts marktmeester in de semicollectieve zorgsector. De crisis dwong de overheid in maart steeds verder in de rol van regisseur.

Een touringcar met patiënten

Begin vorige maand heeft Nederland nog maar een handjevol bevestigde coronapatiënten. De verspreiding van het virus lijkt overzichtelijk. Líjkt. Want in de eerste dagen van maart schrikken artsen en virologen. De genetische samenstellingen van de virussen die ze bij patiënten aantreffen, duiden op een bredere verspreiding onder de bevolking. Modellen laten zien dat een grote toestroom van patiënten wacht. Ook ziekenhuizen buiten Brabant beginnen zich daarop voor te bereiden.

In de ziekenhuizen weten ze: als we overlopen, gaan er onnodig doden vallen. Ze moeten vooral personeel vinden, ook voor de pandemie was daar in de zorg al schaarste aan. Artsen die normaal niet op de intensive care werken, krijgen vragenformulieren waarop ze hun vaardigheden moeten invullen. Hebben ze ervaring met het intuberen van een patiënt, waarbij een beademingsbuis wordt aangebracht? Ziekenhuizen bellen alle recent gepensioneerde werknemers af met de vraag of ze willen inspringen. Medewerkers met ook maar enige relevante ervaring worden omgeschoold, zodat ze bijvoorbeeld beademingsapparatuur kunnen bedienen.

Lees ook over coronabeleid: Virus sneller dan de overheid

De ziekenhuizen beseffen al gauw dat ze moeten samenwerken om de piek te kunnen verwerken. Ze wisselen informatie uit over hun capaciteit, maken afspraken over de verdeling van bedden en middelen. Dat gebeurt in regionale en landelijke netwerken van acute zorg, de zogeheten ROAZ’en en het LNAZ.

Die medische samenwerking valt buiten de bestuurlijke crisisstructuur. Het kabinet neemt de besluiten om het publieke leven grotendeels stil te leggen en daarmee de verspreiding van het virus af te remmen. Maar of er genoeg IC-bedden zijn, is in principe niet aan het crisisberaad van het kabinet, de ministeriële commissie crisisbeheersing (MCCB). VWS is wel ‘stelselverantwoordelijk’, maar de organisatie van de zorg ligt vooral bij de zorg zélf: bij ziekenhuizen, artsen, verpleeghuizen en de organisaties waarin zij samenwerken.

In het begin is het voor ziekenhuizen nog wennen om de oude gewoonten los te laten. In de dagen voor zaterdag 21 maart hangen artsen in de vollopende Brabantse ziekenhuizen uren aan de telefoon met collega’s elders in het land. Kan mijn patiënt bij jullie terecht? Zo proberen ze op tijd ruimte te maken voor de verwachte stroom nieuwe patiënten. Kolonnes ambulances rijden dat weekend naar het noorden, soms naar ziekenhuizen ver buiten de eigen regio.

Net op tijd, constateren ze na het weekend opgelucht: in de eerste twee dagen na het weekend moeten de Brabantse ziekenhuizen zo’n 250 nieuwe patiënten opnemen.

Pas ná dat weekend geeft het kabinet opdracht voor de instelling van het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (LCPS), voor landelijke regie bij de verdeling van patiënten over intensive cares. Die verdeling gaat soms nog chaotisch. Zo staat er bij een ziekenhuis ’s avonds laat ineens een omgebouwde touringcar op de parkeerplaats met zes coronapatiënten, begeleid door nerveuze vrijwilligers. Van sommigen zijn geen patiëntgegevens bekend, bij anderen zijn die op papier meegeleverd. Dat papier werd direct weggegooid vanwege besmettingsgevaar. De patiënten mogen blijven.

Het weekend erop, van 28 en 29 maart, is het opnieuw spannend of de Brabantse ziekenhuizen de piek van patiënten aankunnen. Weer lukt het net.

Of het blijft lukken, hangt ook af van de medewerking van ziekenhuizen. Dat zijn geen buitendiensten van het ministerie aan wie ambtelijke bevelen kunnen worden gegeven. Twee dagen nadat het landelijke centrum open is gegaan, merken ze daar dat één ziekenhuis zegt geen capaciteit meer te hebben terwijl het in werkelijkheid veertig lege bedden heeft. Als het ziekenhuis daarop wordt aangesproken, geeft het de dag erop helemaal geen informatie meer.

Mondkapjes van Huawei

Lange tijd ‘monitort’ het ministerie vooral dreigende tekorten. Zo besluit Bruins eind januari al om beschermingsmiddelen te inventariseren. De berichten worden de weken daarna steeds zorgelijker. Eerst is er genoeg, dan steeds minder, dan lukt bestellen amper meer.

Lees ook over coronabeleid: Tweede Kamer vol ongeduld

Toch blijven ziekenhuizen de inkoop van beschermingsmaterialen al die tijd zelf doen – zo gaat het buiten crisistijd ook. Ze zijn daardoor elkaars concurrenten op een internationale markt waar iederéén grote partijen mondkapjes wil.

Het duurt tot 17 maart voor het Landelijk Netwerk Acute Zorg, waarin de ziekenhuizen samenwerken, de inkoop en verdeling centraliseert. Weer een week later richt De Jonge een landelijk inkoopconsortium op, met oud-VWS-topambtenaar Mark Frequin als bestuurder. Hoogwaardige mondkapjes zijn dan amper meer op grote schaal te krijgen.

Achteraf, zegt een inkoper van medisch materiaal, heeft Nederland in februari een gouden kans gemist. Tóén waren mondkapjes van goede kwaliteit nog in grote aantallen te verkrijgen in China. En omdat voor grondstoffen in China nog geen exportverbod gold, had ook materiaal ingekocht kunnen worden om zelf mondkapjes te fabriceren.

Nederland is nu ook afhankelijk van giften. Een dag nadat de zending van 690.000 grotendeels defecte mondkapjes is binnengekomen, helpt minister De Jonge met het uitladen van nog eens honderdduizenden exemplaren. Deze zijn door de Chinese telecomgigant Huawei geschonken. Op sociale media deelt De Jonge foto’s en filmpjes. Bij SBS6 laat hij zich voor de stapels dozen interviewen.

Race tegen de klok

Ook de schaarste van coronatesten was een maand geleden al evident. De testen zijn cruciaal om de verspreiding onder de bevolking te traceren, zodat die kan worden vertraagd en de ziekenhuizen de patiëntenstroom kunnen verwerken.

Nederland test relatief weinig in vergelijking met andere landen, en het RIVM blijft de drempel om verdachte gevallen te testen verhogen. Sommige betrokken deskundigen verwonderen zich sinds de uitbraak al over dit beleid. Zo schrijven drie aan ziekenhuizen verbonden hoogleraren in infectiepreventie en epidemiologie halverwege maart dat „laagdrempelig testen juist cruciaal is in deze fase, onder andere om te begrijpen hoe deze epidemie verloopt”.

Lees ook dit artikel over landelijke coördinatie IC-bedden

Volgens het RIVM heeft ruimer testen op dat moment weinig toegevoegde waarde. Corona heeft zich al door Nederland verspreid, wie denkt ziek te zijn moet toch zichzelf isoleren. Maar ook de schaarste heeft het testbeleid bepaald. Of zoals Hugo de Jonge maandag aan de Tweede Kamer schreef: „Omdat het testbeleid in Nederland tot nu toe mede is afgestemd op de beschikbare capaciteit en de verwachte behoefte aan tests, is er tot op heden geen sprake geweest van tekorten aan testkits.”

Nu heeft de minister toch besloten de testcapaciteit te verruimen. Worden er momenteel zo’n 4.000 tests per dag afgenomen, dat moeten er vanaf komende maandag 17.500 per dag worden. Om „steviger te kunnen sturen op de beschikbare testcapaciteit” heeft De Jonge afgelopen maandag ook een Landelijke Coördinatiestructuur Testcapaciteit ingesteld. „Speciaal gezant” Feike Sijbesma, nog geen week eerder door De Jonge aangesteld om te kijken of tests in Nederland kunnen worden geproduceerd, sluit zich daarbij aan.

Te weinig mondkapjes, te weinig coronatesten, te weinig medicijnen, te weinig intensivecarebedden, te weinig zorgpersoneel. Voor de medische wereld is het zoeken. Artsen zijn gewend mensen te behandelen met wetenschappelijk onderbouwde protocollen en alle beschikbare middelen. Nu is het experimenteren met gezond verstand en met wat er nog in de voorraadkast zit. „Het is alsof we in Nederland nu tropengeneeskunde beoefenen”, zegt een arts.

Voor bestuurders is vooral tijd schaars. Het is een race tussen een virus dat zich razendsnel verspreidt en een regering die de verspreiding wil afremmen, de maatschappelijk ontwrichting moet bestrijden én de gezondheidszorg de middelen wil geven om overeind te blijven.

Bestuurders en medici snappen de kritiek dat het kabinet te laat een sturende rol op zich nam, zeggen ze. In deze tijden kijken burgers naar hun politici. Maar die kritiek miskent ook de omvang en aard van deze crisis. Natuurlijk is er lokaal geoefend met crisisscenario’s. Afgelopen najaar hield Rotterdam zelfs een oefening voor een mogelijke pandemie. Maar als het echt gebeurt, is toch alles anders. Zoals de snelheid waarmee mensen besmet worden en zorg nodig hebben.

Heeft de overheid genoeg gedaan, snel genoeg ingegrepen? Is er binnenskamers strijd gevoerd over de aanpak? Die vragen, zeggen betrokkenen, zijn voor later. Nu moet er worden gehandeld.