Zzp’ers zijn in verwarring: heb ik nu recht op steun?

Steunaanvragen NRC volgt de komende periode gemeenten en zelfstandigen bij het aanvragen van tijdelijke steun. „Echt crazy dit”, vinden ze bij de gemeente. „Het maakte me wel onzeker”, zegt een zzp’er.

De opdrachten van zzp’er Bram Willemse (35) zijn door de coronacrisis uitgesteld. Nu heeft hij geen inkomen, maar wél een huis dat door de verbouwing in puin ligt.
De opdrachten van zzp’er Bram Willemse (35) zijn door de coronacrisis uitgesteld. Nu heeft hij geen inkomen, maar wél een huis dat door de verbouwing in puin ligt. Foto Folkert Koelewijn

‘Dat kan er ook nog wel bij”, dacht Marion Leeuw (51) die zondagavond 15 maart, toen tijdens de tweede persconferentie bekend werd gemaakt dat alle sportscholen zouden sluiten. Zes weken daarvoor was ze als zelfstandig sportinstructeur begonnen, naast een „halve” baan in loondienst bij een sportschool in Groningen. De extra lessen voor andere sportscholen declareerde ze sindsdien, en zo kwam ze net op een minimum van zo’n 1.500 euro per maand uit. Ondertussen moest het huis waar ze nu nog met haar ex-partner in woont in de verkoop, want zo was het nu eenmaal gepland. Er gebeurde al zo veel.

Haar opdrachtgevers lieten niets weten over doorbetaling van oorspronkelijk ingeroosterde lessen. Zelf durfde Leeuw er niet om te vragen. „Zij hebben het nu natuurlijk ook lastig, met al die opzeggers. Ik wilde mijn glazen niet ingooien.” Dus richtte ze zich tot de gemeente Groningen, vroeg of ze in aanmerking zou komen voor de ‘bijzondere bijstand zelfstandigen’ (bbz). Binnen die regeling zouden haar gemiste maandelijkse inkomsten aangevuld worden tot het sociaal minimum.

Meld je maar gewoon aan, mailde een gemeentemedewerker diezelfde dag terug. De enige was ze niet allang niet meer.

Sinds de eerste coronamaatregelen op 12 maart werden ingevoerd, regent het steunaanvragen bij Nederlandse gemeenten. Dat was het moment dat veel zelfstandigen met én zonder personeel hun opdrachten verloren – evenementen werden afgelast, sportscholen en horecazaken gingen dicht. Sterker nog: „De maandag vóórdat de officiële steunmaatregelen van het kabinet kwamen, zeiden we hier al: ‘O jongens, dit gaat niet goed’”, zegt Rutger Groot Wassink, wethouder Sociale Zaken (GroenLinks) van Amsterdam. In de hoofdstad wonen 83.700 zelfstandigen.

Tienduizenden aanvragen

Vrijdag 20 maart stond de teller al op 7.272 aanvragen. Maandag 23 maart: 13.126. Woensdag 25 maart: 21.808. „Echt crazy dit”, laat Groot Wassink die woensdag weten. „Vrijdag verwachten we te starten met het uitkeren van voorschotten.”

Inmiddels deden zo’n 36.640 mensen een aanvraag, bijna de helft van alle zelfstandigen in de stad. Die cijfers komen overeen met de 50 procent van de zelfstandigen die volgens vakbond FNV geen financiële buffer hebben. Nederland telt ongeveer 1,4 miljoen zelfstandigen, waarvan 1,1 miljoen zonder personeel (zzp’ers).

De gemeente Amsterdam schakelde negentig extra medewerkers in. In een week tijd moesten zij allemaal worden omgeschoold. Zo hoopt de stad binnen twee weken te kunnen uitbetalen.

Daar heeft achter de schermen ondertussen wel een hoop voor moeten gebeuren. Te beginnen bij het kabinet. Dat zei op dinsdag 17 maart, een kleine week nadat de eerste zelfstandigen hun opdrachten verloren, de bestaande bbz-regeling drie maanden te verruimen. De inkomenstoets van de partner zou vervallen, zelfstandigen hoefden niet meer aan te tonen dat hun onderneming levensvatbaar is en er zou niet meer worden gevraagd naar vermogen, zoals een buffer of een koophuis.

Het schrappen van al die controlemechanismen leek in eerste instantie een genereus gebaar: het maakt niet uit hoeveel geld je als zelfstandige op je rekening hebt staan, dit geld is voor iederéén die door de coronacrisis inkomsten verliest. Maar tijdens de officiële bekendmaking van de nieuwe regeling, sinds een week de ‘tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers’ (tozo) genaamd, was staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken, VVD) daar toch iets voorzichtiger over.

De uitkering tot 1.500 euro per maand, het bedrag van het sociaal minimum, is puur bedoeld voor levensonderhoud, zei zij die vrijdag 27 maart. „Het is voor mensen die aannemelijk kunnen maken, en dat proberen we zo laagdrempelig mogelijk te doen, dat ze door de coronacrisis geen inkomsten meer hebben.”

Het níét controleren van bijvoorbeeld het partnerinkomen is daarmee hoofdzakelijk een middel om de regeling toegankelijk te houden, legde Van Ark uit. Om ervoor te zorgen dat de behandeling van aanvragen niet ellenlang lang duurt, waardoor zelfstandigen te lang op hun geld moeten wachten. Maar, zei Van Ark ook, „daarom vind ik het tegelijkertijd belangrijk een appèl op zelfstandigen te doen: kijk of je deze regeling wel echt nodig hebt.”

Heb je „een miljoen op de bank” of een goed verdienende partner, en verwacht je de komende tijd niet in de knel te komen met het betalen van de huur of de boodschappen? Dan is deze regeling eigenlijk niet voor jou bedoeld. Bovendien, gaf Van Ark aan: er wordt achteraf wél gecontroleerd of het opgegeven inkomen klopt.

‘Huur plus hypotheek is killing’

Onder zelfstandigen veroorzaakte dat afgelopen weken verwarring. Kwamen zij nu wel of niet in aanmerking voor steun? En, mochten zij onverwacht toch een opdracht binnenslepen de komende drie maanden, pleegden ze dan fraude?

Zo verdient Bram Willemse (35), websiteontwikkelaar in Amsterdam, goed als zzp’er – zo’n tachtig euro per uur. Maar een half jaar voordat de coronacrisis uitbrak nam hij vijf maanden vrij en kocht hij een huis om dat te gaan renoveren. Dat kon ook, hij had reserves. Een hoop zelfs. „Ongeveer nu” zou hij weer beginnen met een nieuwe klus, en zouden er een paar maanden inkomsten binnenkomen.

Maar die opdracht werd halverwege maart door de coronacrisis uitgesteld. Nu moet hij zijn reserves, bedoeld voor het huis dat nog niet bewoonbaar is en hij net begon te verbouwen, aan zijn huurhuis en de boodschappen uitgeven. Willemse: „Alle hulp is daarom welkom. Een huur plus hypotheek is killing. Ik had gerekend op veel inkomsten de komende maanden, en ineens komt dat geld er niet meer.”

Enerzijds zit Willemse in een „luxepositie”, zegt hij zelf. Já, hij heeft reserves. En néé, hij is niet van de ene op de andere dag blut. „Maar tegelijkertijd hoop ik wel dat de gemeente mijn steunaanvraag goedkeurt”, zegt hij. Want een inkomensaanvulling tot bijstandsniveau voorkomt nu bijvoorbeeld dat hij zijn huurhuis moet opzeggen en bij iemand anders zal moeten intrekken.

Voor operazangeres Veerle Sanders (29) waren er minder twijfels of ze in aanmerking kwam. Halverwege maart wist ze al dat het volledige concertseizoen, tot en met de zomer, zou worden afgelast. En ook de zanglessen die ze aan kinderen geeft werden een voor een afgezegd. Een snelle berekening van de schade: „8.000 euro, op zijn minst.” April en mei zouden eigenlijk de „beste” maanden zijn. Een week later kwam daar een kleine meevaller bij: De Nationale Opera zal de helft van haar geplande uren tot 6 april alsnog uitbetalen.

Deze week lukte het Sanders eindelijk door de overbelaste site van de gemeente Tilburg te komen en het formulier in te vullen. Maar daar begonnen ook de twijfels. Het bedrag die ze in april nog van De Nationale Opera ontvangt, voor in januari en februari gewerkte uren, zijn dat inkomsten van april? En wat als zich onverwacht toch nog leerlingen aanmelden voor Skype-lessen? „Ik moest veel bewijsstukken aanleveren en ondertekenen dat ik alles naar waarheid had ingevuld – anders zouden er boetes volgen. Dat maakte me wel onzeker”, zegt ze. „Ik wilde het goed doen.”

Volgens Sanders liet een gemeentemedewerker haar weten dat ze gewoon moest invullen wat ze weet, en dat ze dit achteraf zullen controleren. „Ze beboeten dan alleen de moedwillige fraudeurs, zei hij.”

Foto Folkert Koelewijn

Het is haastwerk

Het antwoord van de ambtenaar zegt veel over de stroomversnelling waar gemeenten de afgelopen weken in terecht kwamen. Een beleid dat nog moest worden gemaakt, terwijl het ook al werd uitgevoerd. Een gigantische toename van werk. En een duidelijke opdracht: snel uitbetalen.

Pas op 27 maart ging de ‘tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandig ondernemers’ officieel van start, terwijl de eerste aanvraagformulieren toen al een week online stonden. In de grote steden werden de eerste voorschotten op dat moment zelfs al uitgedeeld. En dan moet de noodwet nog worden goedgekeurd door de Raad van State.

„Je bent als wethouder ineens veel praktischer bezig, en minder met politieke meningsverschillen”, zegt Linda Voortman, wethouder Werk en Inkomen (GroenLinks) van de gemeente Utrecht. „Normaal denk ik weleens: jongens, waarom duurt dit zo lang. Maar nu het écht haastwerk is, mag je gaandeweg ook van mening veranderen en zeggen: ‘O, hier hebben we toch iets minder goed over nagedacht.’”

Omdat het beleid zich deels gaandeweg vormt, zijn de lijntjes met het kabinet ook korter dan anders, zeggen Voortman, wethouder Rutger Groot Wassink van Amsterdam en Peter Heijkoop, wethouder van de gemeente Dordrecht (CDA) en gesprekspartner voor het noodplan voor zelfstandigen. Groot Wassink: „We overleggen als wethouders wekelijks met de staatssecretaris over de knelpunten die we tegenkomen. Daar wordt goed naar geluisterd.”

De maandag vóórdat de officiële steunmaatregelen van het kabinet kwamen, zeiden we hier al: ‘O jongens, dit gaat niet goed’

Rutger Groot Wassink wethouder

Want haastwerk betekent ook dat er dingen misgaan, die de gemeenten liever eerder hadden ontdekt. Zo veranderden er voor sportinstructeur Marion Leeuw nog twee cruciale dingen. In de eerste aanvraagformulieren die vanaf 23 maart online stonden, kwamen alleen ondernemers die vóór 1 januari 2020 zijn gestart in aanmerking voor steun. Leeuw richtte haar bedrijf in februari op, en zou dus buiten de boot vallen. „Het is echt heel zuur”, laat ze woensdag 25 maart weten.

Maar nog geen twee dagen later is daar de opluchting: in de officiële regeling blijkt de startdatum ineens te zijn veranderd naar vóór 17 maart. Groot Wassink: „We hebben daar als gemeenten hard op gehamerd. Deze mensen mochten er niet buiten vallen, vonden we.”

Volgend probleem voor Leeuw: door haar uren in loondienst, komt ze niet aan de vereiste 24 werkuren per week. Een ambtenaar laat haar wederom weten dat ze de boel gewoon moet aanvragen. Leeuw: „Ze zeiden dat er nog dingen kunnen veranderen.”

Het vereiste minimum aantal werkuren van 1.225 per jaar, het bekende urencriterium van de Belastingdienst, is nu inderdaad punt van discussie, zegt Peter Heijkoop. „We zien schrijnende gevallen van mensen die er een bijbaantje in loondienst naast hebben en daardoor net niet aan hun uren komen. Maar met alléén dat baantje komen ze wel onder het sociaal minimum terecht. Daarover heeft de staatssecretaris nu toegezegd dat we als gemeenten eigen inschattingen mogen maken, over wat wij per geval denken dat goed is om te doen.”

Er is gekozen voor snelheid, zegt Heijkoop. „Dat betekent dat we onderweg nog moeten bijschaven.” Maar de bereidheid daartoe is groot, merkt hij.

Ontzettend druk

In de gemeente Utrecht werden tot nu toe 10.000 aanvragen gedaan, op een totaal van zo’n 43.000 zelfstandigen. Bij de sociale dienst van de Drechtsteden, waar Dordrecht toe behoort, zitten ze op zo’n 3.400 aanvragen, van de in totaal 12.000 zelfstandigen. De gemeente Groningen heeft inmiddels zo’n 2.900 aanvragen binnen op een totaal van 10.000 zelfstandigen.

De mails van de gemeente Groningen aan Marion Leeuw kwamen soms nog om elf uur ’s avonds binnen. Voorheen werd er door tien mensen aan de bijstand voor zelfstandigen gewerkt, nu zijn er zestien mensen van elders binnen de sociale dienst omgeschoold, zegt Carine Bloemhoff, wethouder van de gemeente Groningen (PvdA). „De werkcoaches hadden nu bijvoorbeeld even minder werk, omdat het aanbod van werk terugloopt.”

„Het is ontzettend druk, maar het gaat tot nu toe goed”, zegt Linda Voortman van de gemeente Utrecht. Al neemt dat niet weg dat de wethouders geen zorgen hebben over de toekomst. Zowel Voortman, als Groot Wassink en Heijkoop zeggen dat het aantal aanvragen voor de ‘gewone’ bijstand intussen ook oploopt. Dat is óók een kostenpost. En er is een kans dat daar straks, als de tijdelijke regeling voor zelfstandigen stopt, een hoop zzp’ers in terecht komen.

Voor de betaling van alle steunaanvragen krijgen gemeenten in totaal 3,8 miljard van het Rijk. Voor de uitvoering ervan krijgen zij in totaal 300 miljoen.

Bram Willemse ontving op vrijdag zijn eerste maandbedrag: 1052,32 euro.