Singer-songwriter Lian Ray

Foto Andreas Terlaak

Interview

Zelfdestructie nam al mijn tijd in beslag

Lian Ray Zanger

Op zijn betoverende debuutalbum Rose zingt de Franse zanger Lian Ray over een korte, verloren liefde. Het album verscheen uiteindelijk pas zes jaar nadat het was gemaakt. Ray was even afgeleid geraakt.

Het debuutalbum Rose van de Franse zanger Lian Ray is betoverend. In een stroom aan melancholische klanken, met een stem die twijfelt tussen gebroken en fluwelig, in decadent gezelschap van kwijnende violen en pianoakkoorden, ondersteund door de ironie van droge basklanken, ontvouwt zich het sprookje over Rose, de ongrijpbare geliefde.

Het weelderige album klinkt actueel. Maar dat is schijn. De ontstaansgeschiedenis van dit album is een van de merkwaardigste die de zelfkant van de popmuziek de afgelopen decennia heeft opgeleverd. Want inderdaad, voor wie het zich afvraagt in dit tijdperk van instantsucces en gestaalde producties: de zelfkant bestaat nog. En er rolt zo nu en dan een parel uit.

De parel werd gemaakt door Lian Ray, pseudoniem van zanger/liedjesschrijver Aurélien Marie (38) die na omzwervingen langs Berlijn en Frankrijk nu is gevestigd in Amsterdam.

Hoewel hij in de buurt is, praten we via het computerscherm. Ray staat, want zijn vriendin gebruikt de stoel. En wat blijkt, Rose is geen ‘nieuw album’. Rose was al zes jaar klaar, voordat het vorige maand werd uitgebracht door het Nederlandse label Snowstar, waar Ray al sinds 2008 contact mee had. Maar ook Snowstar verloor hem uit het oog, rond 2014.

Die vertraging hing samen met zijn twee woonplaatsen: in Berlijn raakte hij aan de drugs, in Frankrijk kickte hij af.

Polaroid

Maar daar ging nog iets aan vooraf. Lian Ray, opgegroeid in het Franse provinciestadje Annecy, 40 kilometer onder Genève, maakt al muziek sinds zijn achttiende, als voorman van het indierocktrio Rhesus. Met die groep had hij Europees succes tot 2008, toen hij genoeg had van het keurslijf van de powerrock, en uit de band stapte. Hij vertrok naar Berlijn, wegens een geliefde, en omdat het daar ‘goedkoop’ was. Daar kon hij enkele jaren leven van het geld dat hij had verdiend met liedjes van Rhesus, die gebruikt waren voor reclames.

Hij maakte ook muziek. „Maar het duurde lang voor ik mijn eigen stijl gevonden had. Het eerste jaar was ik geobsedeerd door blaas-arrangementen zoals ik hoorde bij Sufjan Stevens en op het tweede album van The National. Toen was ik blazers beu, en had ik vervolgens een jaar lang geen ideeën.”

Tot Ray zijn muze ontmoette. „Ze heette Rosa en ze was nogal grillig. Zo had ze eigenlijk al een vriend. Die heette Mateo. Steeds als wij samen waren, voelde ze zich schuldig en ging terug naar hem.” De relatie duurde niet lang. „Maar ze maakte veel indruk, juist door haar onbereikbaarheid.”

Het verdriet over de breuk gaf stof voor nieuwe liedjes. „Toen ik Rosa ontmoette, was de inspiratie opgedroogd. Maar het verlies nam me geheel in beslag en gaf me de inspiratie voor een heel album.”

Lian Ray woont op dat moment in een appartement in de wijk Prenzlauer Berg en neemt thuis zijn liedjes op. „De akoestiek was er prima, gelukkig. Ik had er een piano, een drumstel en een paar gitaren. Ik speelde alles zelf. Om de beurt nam ik een instrument op.” De violen blijken te zijn voortgebracht door een mellotron, die hij ook gebruikte voor spookachtig dunne keyboardtonen, die vaak opduiken. „De mellotron was de lijm die alles bij elkaar hield.”

Hij maakte de opnamen en deed de mix zelf, met behulp van het computerprogramma Logic. De kleinschaligheid is een voordeel. Als luisteraar lijk je dichtbij aanwezig bij Rays elegante verwerking van emoties; aan het eind van het eerste nummer, ‘Rose (Preface)’, hoor je een pianotoets zachtjes terugveren.

Een van de liedjes werd ‘Mateo’, met daarin de onmogelijke vraag, „Do you love him/ more than I love you?” Een ‘polaroid’, noemt Ray het nummer, van zijn „periode van verslaving aan mensen die me uiteindelijk niets gaven”.

Ouder worden

Terwijl hij aan het album werkte, begon Ray drugs te gebruiken. De verslaving kreeg hem snel in de greep. „De zelfdestructie nam al mijn tijd”, zegt hij. „Daardoor had ik geen tijd meer om mijn muziek aan de man te brengen, ik verloor het contact met anderen. Na een paar maanden dacht ik alleen nog maar aan drugs.”

Hij belandde in het Berlijnse uitgaansleven, waar hij de nodige creatieve mensen ontmoette met wie hij kon feesten maar die overdag ‘nergens te bekennen waren’. „Ik heb de Berlijnse droom tot op het bot geleefd”, zegt hij ironisch. Daarna was het tijd om te vertrekken, en de drugs af te zweren. Dat is gelukt, zodat Rose uiteindelijk kon verschijnen. Nu werkt hij in Amsterdam, en woont hier samen met zijn nieuwe vriendin.

We hebben het over de toekomst. Ook in de afgelopen zes jaar heeft hij nieuwe liedjes gemaakt. Vroeger schreef hij „altijd over vrouwen”, zei hij in eerdere interviews. Geldt dat ook voor de recente nummers? „Inmiddels zijn er andere thema’s bijgekomen. Zoals ouder worden.” Hij grinnikt. „En ‘herstel’, natuurlijk.”

Zal het volgende album opnieuw een vrouwennaam als titel krijgen?

„Ik denk het niet”, zegt Ray. „Deze keer hoop ik mijn eigen stem te vinden.”