Verdachte door het lint, rechtbank dicht vanwege besmettingsgevaar

Rechtspraak De rechtbank van Rotterdam stopt met het fysiek vervoeren van verdachten naar zittingen vanwege besmettingsgevaar. Woensdag ging een verdachte ‘door het lint’.

Het gerechtsgebouw in Rotterdam.
Het gerechtsgebouw in Rotterdam. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

In de rechtbank van Rotterdam is een verdachte woensdag „door het lint gegaan” waardoor „in ieder geval de parketpolitie aan besmettingsgevaar” van het coronavirus is blootgesteld.

Op grond van dit, zoals de rechtbank het noemt, „vervelende incident” hebben de rechters en het Openbaar Ministerie in Rotterdam afgesproken dat met onmiddellijke ingang „verdachten niet meer fysiek zullen worden aangevoerd naar de rechtbank”. De maatregel is in een e-mail aan betrokken partijen bekendgemaakt.

Met geweld afgevoerd

Uitgangspunt bij de Nederlandse gerechten is dat sinds 17 maart alleen urgente rechtszaken worden behandeld. Dat zijn zaken die niet kunnen wachten „omdat dat raakt aan de rechten van rechtzoekenden en verdachten”, aldus de Raad voor de rechtspraak. De fysieke aanwezigheid van personen op zitting wordt zo veel mogelijk beperkt als er bijvoorbeeld moet worden geoordeeld over de verlenging van de gevangenhouding. Zaken worden schriftelijk of via telehoren afgedaan. Alleen als dit niet kan en een verdachte per se aanwezig wil zijn, worden verdachten uit de penitentiaire inrichting naar de rechtbank vervoerd. In Rotterdam wordt daar nu dus mee gestopt.

Lees ook: Rechtbanken voor onbepaalde tijd gesloten

Volgens een woordvoerder van de rechtbank deed een verdachte „vervelend tegen de voorzitter” en moest hij „met geweld worden afgevoerd”. Volgens de politie heeft een agent door het verzet van de verdachte „letsel aan de schouder opgelopen”. De verdachte „praatte ook met consumptie”. De rechtbank wil nu alleen nog maar telehoren omdat dit prima gaat, „dus de noodzaak voor een verdachte om aanwezig te zijn, is er eigenlijk niet”.

‘Schadelijk voor vertrouwen in rechtsstaat’

Binnen de rechterlijke macht en vanuit de advocatuur gaan steeds meer stemmen op om wel meer rechtszaken te gaan behandelen. Fred Hammerstein, voormalig vice-president van de Hoge Raad, zegt dat het schadelijk is voor het vertrouwen in de rechtsstaat „dat een naar eigen zeggen ‘vitale’ rechterlijke organisatie nagenoeg plat komt te liggen” uit angst voor het coronavirus. In een column op de website voor het Centrum voor Postacademisch Juridisch Onderwijs schrijft Hammerstein het vreemd te vinden dat werknemers van de supermarkt, de politie en brandweer op hun post blijven en magistraten niet. „Hebben rechters niet een bijzondere verantwoordelijkheid in deze maatschappij en in deze tijd? Zijn ze meer kwetsbaar dan gemiddeld?”

Hammerstein is bovendien bang dat de nu al overbelaste en trage rechtspraak nog grotere achterstanden opbouwt in deze crisis, die nog lang kan aanhouden. „Al die tijd kunnen geen zittingen plaatsvinden. Het is best mogelijk dat er nog lopende zaken worden afgedaan, maar het lijkt me voorspelbaar dat er een flinke achterstand zal ontstaan en een lange periode van rechtsonzekerheid.”

Vrijdagmiddag zal de Raad voor de rechtspraak nieuwe criteria bekendmaken voor de behandeling van rechtszaken. De verwachting is dat rechtszaken voortaan wel door zullen gaan als die via een beeldverbinding te realiseren zijn.