Irene van der Spoel: „Docenten en ouders werken zich over de kop. Ze zijn aan het sprinten, terwijl ze een marathon moeten lopen.”

Foto Dieuwertje Bravenboer

Interview

Online-onderwijsexpert: ‘Het is ontzettend belangrijk dat ouders zeggen: kom op, we gaan aan de slag’

Thuisonderwijs Scholen blijven nog ruim een maand langer dicht. Wat betekent dat voor scholieren, hun ouders en docenten? „Het niveauverschil tussen kinderen neemt toe. Dat is heel erg, maar we kunnen het repareren.”

Haar website is ontploft, lacht Irene van der Spoel. En als ze niet slaapt is ze alleen nog maar aan het werk. „Pittig, maar ik kan tenminste iets bijdragen. Ik zou er niet aan moeten denken om nu machteloos thuis te zitten. Dat lijkt me veel zwaarder.”

Van der Spoel (23), docent aan de lerarenopleiding van de Hogeschool Utrecht, is deze weken een spin in het web van het online onderwijs. Ze schoof aan bij een groep onderwijsexperts die het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap adviseren, hielp scholen in het basis- en voortgezet onderwijs bij het opzetten van hun online onderwijs en wordt dagelijks om advies gevraagd door tientallen docenten.

Naast haar studies, ze deed de lerarenopleiding Engels en biologie, zette Van der Spoel een eigen website op, Today’s Teaching Tools. Daarin maakte ze, al ver voor de coronacrisis, lesmaterialen voor digitaal onderwijs. In het weekend voordat de scholen dichtgingen, zette ze een gratis spoedcursus online onderwijs klaar op haar website. Die is inmiddels 130.000 keer bekeken – de internationale versie 300.000 keer.

Een van haar adviezen aan docenten: ga niet allemaal zelf het wiel uitvinden. Deel ervaringen, instructievideo’s en lesmethodes met collega’s. Dat is beter voor scholieren en hun ouders, denk ze. „Er worden deze weken zoveel verschillende lesmethodes aangeboden op zoveel verschillende kanalen. Leerlingen, en hun ouders, zien door de bomen het bos niet meer.”

Hoe houden docenten en ouders het behapbaar voor kinderen?

„Mijn belangrijkste tip is: hou het klein. Werk met heel korte instructies. En maak echt contact. Zorg dat je elkaar even ziet, via Google Hangouts of Microsoft Teams. Zeker voor jonge leerlingen is het belangrijk dat ze hun juf of meester regelmatig even zien.”

Tips van ervaren thuisonderwijzers: ‘Stop als hun oogjes afdwalen’

Is online onderwijs net zo goed als gewoon onderwijs?

„Het kan een prima vervanger zijn, daar is veel onderzoek naar gedaan. Maar dan moet het wel plaatsvinden in ideale omstandigheden en een hele onderwijscyclus omvatten. Zo’n cyclus begint met de vraag wat leerlingen precies moeten kunnen en eindigt met een test óf ze dat ook echt kunnen. Dat ontbreekt nu: scholen hebben middenin een bestaande onderwijscyclus in een paar dagen tijd hun hele onderwijs om moeten zetten naar een digitale variant. Dat is extreem kort. We hebben bovendien te maken met een crisissituatie die stressvol is voor iedereen: ouders werken thuis, er is spanning en onzekerheid over hoelang het allemaal nog duurt, mensen worden misschien ziek… Dat zijn geen ideale omstandigheden.”

Docenten zien hun leerlingen nu niet of nauwelijks, maakt dat een groot verschil?

„Ja, want onderwijs ís interactie. Docenten maken online ook wel contact met hun leerlingen, maar dat is anders. Je ziet niet hoe leerlingen erbij zitten, je kunt de sfeer in een klas niet proeven. Je mist een blik, een knipoog. Toen ik zelf nog les gaf op een mavo merkte ik het onmiddellijk als ik iets niet goed had uitgelegd: ik zag het aan de gezichten, aan de onrust in de klas. Online zie je dat niet.”

Hoe kun je dat gemis ondervangen?

„Door zoveel mogelijk met kleine groepjes te werken. Online, weten we uit ervaring, heb je het dan over maximaal zes deelnemers. Dat is te behappen. Zijn het er acht, dan zit je al met te veel mensen door elkaar heen te praten.”

Een docent met 24 leerlingen moet dan vier keer dezelfde les geven?

„Nee, dat hoeft niet. Je neemt gewoon één keer de instructies op en gaat daarna je leerlingen coachen in kleinere groepjes. Door veel korte toetsjes af te nemen, kun je inzicht krijgen in wie de stof snapt en wie niet. Op basis daarvan kun je weer aparte groepjes maken: een groepje dat extra uitleg nodig heeft, een groepje dat juist wat extra lesstof kan gebruiken, et cetera.”

Docenten worstelen met de toetsing van hun leerlingen: hoe doe je dat online?

„We zijn gewend aan een vaste manier van toetsen: een papier voor je neus en niet spieken. Maar er zijn genoeg varianten te bedenken. Je kunt bijvoorbeeld vragen stellen die inzicht vergen, zodat spieken geen optie is. Of je laat leerlingen iets maken: een portfolio of een online presentatie. Daarmee kun je ook prima zien of iemand de stof begrijpt.

„Bij kennistoetsen in het hoger onderwijs wordt geëxperimenteerd met toetsen in een afgesloten omgeving: de computer van de student wordt dan als het ware overgenomen door de docent, zodat de student niet kan googelen naar antwoorden. Een extra camera kan zien of er bijvoorbeeld niet iemand anders in de ruimte zit of dat er stiekem op de telefoon wordt gekeken. Maar die techniek is én heel duur én niet waterdicht. Wat beter werkt is toetsen in verschillende varianten geven: maak verschillende sets vragen en zet de antwoorden in verschillende volgordes.

„Ik hoop dat docenten in deze periode niet al te rigide omgaan met toetsen. Normaal zijn cijfers leidend, laten we nu wat meer naar de leerlingen zelf kijken. En laten we vooral de nuchterheid bewaren: we lopen in deze periode misschien iets meer risico op fraude. Tja.”

We weten sinds dinsdag dat deze situatie in ieder geval nog een maand langer gaat duren. Wat betekent het voor leerlingen dat ze bijna twee maanden niet naar school kunnen?

„We moeten het niet groter maken dan het is: het is geen onoverkomelijk probleem. Leerlingen zijn heel flexibel. Deze periode biedt ze ook de kans om andere dingen te leren: ze kunnen thuis meehelpen in de tuin, met schoonmaken. Leren vindt niet alleen op school plaats. Er moeten wel keuzes worden gemaakt door scholen: wat vinden we de komende weken belangrijk en wat niet? Scholen, ook hogescholen en universiteiten, moeten zich realiseren dat niet alles haalbaar is in deze situatie. Dat hóeft ook helemaal niet. Veel kan straks gewoon worden ingehaald. En wat als je een vak overslaat? Ik geloof niet dat dat voor grote problemen zal zorgen. Iedereen zit in hetzelfde schuitje en loopt dezelfde achterstand op.”

Toch is dat schuitje niet voor iedereen gelijk. Het ene kind wordt thuis gestimuleerd door zijn ouders om aan de slag te gaan, het andere kind hangt de hele dag voor de tv.

„Dat is een belangrijk punt. Motivatie is vaak een struikelblok bij online onderwijs. Het is ontzettend belangrijk dat ouders zeggen: kom op, we gaan aan de slag. Kinderen met ouders die kunnen helpen, zijn nu enorm in het voordeel.”

Directeur gemengde school: ‘Na twee weken zijn de verschillen uitvergroot’

Er zijn dus kinderen die de komende weken minder leren dan hun klasgenootjes.

„Ja, die lopen een achterstand op. We kunnen er niet omheen dat deze situatie de ongelijkheid vergroot. Het niveauverschil tussen kinderen neemt toe. Dat is heel erg, maar we kunnen het repareren.”

Hoe dan?

„Scholen moeten straks, na de crisis, in kaart gaan brengen wie welke leerstof mist en gericht bijspijkeren. Voor de komende weken is het allerbelangrijkste dat docenten ieder kind proberen te bereiken. Dat lukt helaas niet altijd. Ik hoor van collega’s dat ze met sommige leerlingen echt geen contact krijgen. Daar krijg ik een knoop van in mijn maag. Er zijn kinderen die thuis niet de mogelijkheden hebben om aan te haken bij online onderwijs. Soms omdat er maar één computer is die ze moeten delen met drie broertjes. Soms omdat de situatie thuis onveilig is, met ouders die niet goed voor ze zorgen.”

Er zijn al scholen die zeggen: we halen die kinderen toch naar de klas, ook al mag dat officieel niet.

„Doe dat alsjeblieft! Geef scholen de kans om die kinderen te helpen en biedt ze een veilige plek.”

Aan de andere kant zien we ouders die overbelast dreigen te raken, omdat ze complete dagdelen bezig zijn met de begeleiding van hun kinderen en dat moeten combineren met hun eigen werk.

„We vragen veel van ouders. Ik heb zelf geen kinderen, maar ken de verhalen van collega’s op de Hogeschool Utrecht. Zij helpen overdag hun kinderen met de taken voor school en werken ’s avonds of ’s ochtends heel vroeg om hun eigen werk af te krijgen. Dat hou je geen maanden vol.”

Er zijn blijkbaar scholen die kinderen overladen met werk.

„Dat hoor ik veel, maar ik denk dat het vaak meer lijkt dan het is. De structuur ontbreekt, alles is anders. Ouders zijn het bovendien niet gewend om les te geven aan hun kinderen. Ik raad scholen daarom aan om heel kritisch te kijken naar wat ze de komende weken écht noodzakelijk achten. Kijk goed naar de leerdoelen: wat moet er per se gebeuren en wat kan wel een maandje wachten? En: hou het eenvoudig en overzichtelijk. Bied de stof in hapklare brokjes aan. We moeten elkaar niet gek maken, want we moeten het nog even volhouden op deze manier. Docenten en ouders werken zich over de kop. Ze zijn aan het sprinten, terwijl ze een marathon moeten lopen. Daar maak ik me zorgen over.”

Wat raad je ouders aan?

„Zeg het gewoon tegen de leerkracht als de hoeveelheid schoolwerk je te veel wordt. Doe dat wel op een aardige manier. Voor docenten is deze situatie ook nieuw en moeilijk. Probeer structuur in je dagen te houden. Plan genoeg ruimte om even naar buiten te gaan en het hoofd weer leeg te maken. Dit is voor iedereen een zware periode. Realiseer je dat we allemaal, ook als alles straks weer opstart, tijd nodig zullen hebben om dit te verwerken.”

En dan is het al bijna zomervakantie…

Lachend: „Zit je wéér met de kinderen thuis.”