Analyse

‘Noord tegen zuid’ gaat in de EU niet meer op: zelfs Merkel is zuidelijker

Analyse politieke verhoudingen Het Europese politieke spel is anders nu de crisis draait om leven en dood en de Britten zijn uitgespeeld. Parijs en Berlijn hadden dat op tijd door. Den Haag niet. Over het belang van het leren van een nieuw woord: empathie.

De Italiaanse premier Giuseppe Conte neemt deel aan een video-vergadering van de G20 tijdens de coronacrisis.
De Italiaanse premier Giuseppe Conte neemt deel aan een video-vergadering van de G20 tijdens de coronacrisis. Foto AFP

Begrijp je niet dat wij in een noodsituatie zitten?” vroeg de Spaanse premier Pedro Sánchez vorige week tijdens de Europese videotop aan de Duitse bondskanselier Angela Merkel.

„Pedro, hoe kun je nou zeggen dat ik het niet begrijp?” antwoordde Merkel scherp.

„Ik wil dat je de urgentie van het moment begrijpt.”

„Pedro, we zitten zelf aan onze limiet. We hebben al veel compromissen moeten sluiten.”

Deze pijnlijke woordenwisseling over de coronacrisis, vol onbegrip en verwijt, werd opgetekend door de Spaanse krant El País. Vanuit de hermetisch afgesloten vergaderzaal in Brussel lekt er normaliter weinig uit van Europese toppen. Nu regeringsleiders per videolink vanuit hun eigen kantoor vergaderen, wordt er weer ouderwets naar de pers gelekt. Nationale delegaties kunnen flarden filmen of opnemen, en doorspelen aan derden. De woordenwisseling tussen Sánchez en Merkel ging deze week heel Europa door. Fascinerend materiaal, dat prompt werd opgedist als bewijs van het feit dat de oude tegenstelling tussen noord en zuid – hét fundamentele probleem tijdens de eurocrisis van 2010-2012 – terug is van weggeweest. Zelfs oud-Commissievoorzitter Jacques Delors (94) verklaarde: „De microbe is terug.

Zo lijkt het inderdaad. Maar het klopt niet. Noord tegen zuid is niet terug. Dat is een van de redenen dat premier Rutte en minister Hoekstra deze week zo’n blauwtje liepen in Europa.

Deze crisis is fundamenteel anders dan die van tien jaar geleden. Daardoor wordt het politieke spel ook anders gespeeld. In Parijs en Berlijn hadden ze dat beter door dan in Den Haag.

Wat is er nu anders? Drie dingen. Ten eerste de aard van de crisis: destijds ging het om de euro, om geld – nu om leven en dood. Het tweede verschil is de omvang: net als in 2010 wordt elk land geraakt, maar harder en op een meer symmetrische manier – rijke én arme landen worden getroffen. Het derde verschil is Brexit: omdat de Britten vertrokken zijn, loopt de besluitvorming in de EU, en zelfs de eurozone, sneller en over andere sporen.

Om deze drie redenen, waarover dadelijk meer, klopt het plaatje niet meer dat we nog van vorige keer kennen: noord tegen zuid, twee grote blokken met grofweg de Alpen als scheidslijn. Noord, dat waren de calvinisten die vonden dat eurolanden hun eigen broek moesten ophouden en alleen als het niet anders kon onder strenge voorwaarden hulp mochten krijgen. Zuid, dat waren de katholieken die betoogden dat één munt een stevige politieke back-up moet hebben, wat betekent dat je in goede tijden samen floreert en in slechte tijden solidair bent met elkaar. Deze argumenten worden nu weer gebruikt. Met dit verschil, dat het groepje noorderlingen is geslonken en het ‘zuiden’ veel groter is dan toen. Zoals Thomas Wieser, oud-coördinator van de eurogroepwerkgroep, dinsdag in deze krant betoogde: de Alpen liggen nu „iets onder Rotterdam”.

Landen als België, Ierland en Slovenië zitten ineens in het ‘zuidelijke’ kamp, en, cruciaal: ook Frankrijk, dat in 2010 begrip toonde voor landen in moeilijkheden, maar toch bewust afstand van hen hield uit angst dat Frankrijk zelf op financiële markten als ‘zwak’ te boek zou komen te staan. Tijdens de eurocrisis bleef president Sarkozy dichtbij de Duitsers, ondanks hun meningsverschillen. Hij wilde beleggers tonen dat Frankrijk door het machtige Duitsland was gedekt – zodat zij Frankrijk met rust zouden laten. Tijdens de video-top vorige week gebeurde exact het omgekeerde: president Macron betuigde pontificaal steun aan Spanje en Italië, die vroegen om grootscheepse solidariteit in de vorm van euro- of coronabonds en een Europese werkloosheidsverzekering.

Het stille noorden

De enigen die namens het noorden spraken, waren Nederland en Duitsland. Finland en Oostenrijk steunden hen maar mengden zich niet in het debat. Rutte en Merkel trokken de kar. Ook de Baltische staten, deel van het door Nederland geleide Hanzeclubje dat strikte begrotingsdiscipline voorstaat, hielden zich ditmaal stil. Hetzelfde deden niet-eurolanden Zweden en Denemarken, die bij de onderhandelingen over de Europese begroting in februari al een voorproefje hadden gekregen van het isolement waar je in kunt raken als je Nederland volgt tot het bittere einde. De Zweedse premier zat op die begrotingstop op het laatst gegeneerd naar zijn schoenen te kijken. Het kan financieel voordelig zijn bij Rutte op de bagagedrager te springen, maar dat heeft ook een prijs: je moet accepteren dat de rest van Europa over je heenvalt.

Sommige regeringsleiders willen zo’n offer wél brengen als het om de Europese meerjarenbegroting gaat – een banaal gevecht om centen. Ook de bankencrisis en eurocrisis draaiden vooral om geld. Natuurlijk, in sommige landen verloren burgers hun pensioen, huis en baan. Maar het ging niet primair om mensenlevens.

Er is maar één situatie waarin samenlevingen de rangen sluiten, schreef Thomas Hobbes zo’n vierhonderd jaar geleden in Leviathan: angst voor de dood. Wie dan over geld en procentjes blijft zeuren, wordt gezien als lijkenpikker.

Dit verklaart de woede over de uitspraken van Wopke Hoekstra, zelfs in Nederland. In Brussel loeide de onvrede tegen hem al maanden aan. Hoekstra, vertelden betrokkenen vorig jaar al, leest zijn collega’s constant de les. Over alles – van Europese belastingen tot een budget voor de eurozone. Hij wil maar één ding: gelijk krijgen. Hij is confronterend en weinig collegiaal. Zijn verzoek aan de Commissie om uit te zoeken waarom sommige landen buffers hebben om de coronaschade te betalen en andere niet, was de druppel die de emmer liet overlopen.

De voorzitter van de Spaanse bankenvereniging, José María Roldán, richtte zich op LinkedIn tot Hoekstra. Hij zat al zestien dagen klem in zijn huis. In Madrid worden doodskisten over straat gedragen. „Wij begraven de ouderen die dit land hebben gemaakt tot wat het is. (…) Ik hoop dat [Hoekstra] als christendemocraat deze lelijke opmerkingen over Spanje niet heeft gemaakt, terwijl wij hier het allerergste beleven dat we ooit hebben meegemaakt.”

Bij de eurocrisis ging het om schuld en boete. Landen van de ‘Club Med’ waren, vanuit noordelijke optiek, zondaars. Nu is er maar één zondaar: een virus dat allen zonder onderscheid aanvalt. Wie dan op nationale begrotingen blijft hameren, heeft een bord voor zijn kop.

Nivellerende pandemie

Zelfs Nederlanders hebben het niet meer over de ‘Club Med’. In plaats daarvan hebben velen een nieuw woord geleerd: empathie.

Dit virus treft arme en rijke landen. En arme en rijke mensen. Zeker, er zijn mensen die voor hun quarantaine per privé-jet naar een tropisch eiland zijn gevlogen. Vergelijk dat met arbeiders in een wasserij voor ziekenhuizen. Zij krijgen lakens binnen vol bloed en uitwerpselen, waarop coronapatiënten de laatste adem uitbliezen. „Onze chefs werken thuis,” klaagde een van hen tegen Le Monde. „Wij staan in de vuurlinie.”

Toch zijn pandemieën sociale nivelleerders. Als je ziek wordt en in het ziekenhuis belandt, maakt het weinig uit of je miljoenen hebt of niet. Het virus maakt evenmin onderscheid tussen Nederlanders en Italianen. Het sterftecijfer onder Nederlanders is hoger dan dat in menig Zuid-Europees land.

Vandaar dat Merkel, die tijdens de eurocrisis snoeihard kon zijn, ditmaal voorzichtiger opereert. Destijds blokkeerde ze geregeld ‘zuidelijke’ ideeën om de euro te schragen omdat ze geen transfer-unie wilde – geen permanente geld-overdracht van rijke naar arme lidstaten. Ook uit angst dat Duitse economen naar het Grondwettelijke Hof zouden lopen om het Europese noodfonds of obligatieaankopen van de Europese Centrale Bank onderuit te halen, zei Merkel vaak nee. „Die argumenten,” zegt een Europese diplomaat, „hoor je in Berlijn ditmaal minder. Merkel is zuidelijker, nu.”

Dat verklaart wellicht voor een deel waarom niet de Duitsers tijdens de huidige debatten over solidariteit de noordelijke kar trekken, maar de Nederlanders. De Duitsers voelden aan dat de sfeer ditmaal anders is – als zelfs Bild oproept tot solidariteit met Italië, weet je hoe laat het is. De laatste tijd vindt Berlijn het niet erg om zich achter de rug van de Nederlanders te verschuilen.

Maar er is nog een derde verklaring: Brexit. De Britten zijn vertrokken. En de Fransen stappen in het gat, om hun invloed in Europa te vergroten. Je ziet dat op alle terreinen, zelfs op het gebied van de euro – terwijl het Verenigd Koninkrijk geen euroland was.

Mensen vergeten het soms, maar tijdens de Griekse crisis in mei 2010 waren het de Britten die de eerste oplossing blokkeerden – het plan om de Europese begroting in te zetten voor noodleningen. Londen weigerde principieel om Brits belastinggeld te spenderen aan de redding van eurolanden. Daarom moesten eurolanden een speciaal euro-noodfonds oprichten en duurde alles zo lang.

Brexit heeft gevolgen voor de Frans-Duitse as, voor de relatie noord-zuid én de positie van Nederland. Tien jaar geleden lag Frankrijk in de touwen. Duitsland nam alle initiatief. Nu is het andersom. Macron bedacht, ook vóór corona, almaar Europese plannetjes – over defensie, databescherming, de euro – waar Merkel amper op reageerde. Zij was afgelopen tijd vooral bezig haar opvolger te zoeken. Parijs steeds afwijzen wilde Merkel niet – dan denkt iedereen meteen dat het slecht gaat met Europa. Dus kwam het de Duitsers goed uit dat Nederland zijn Hanzegroepje van radicale noorderlingen formeerde, dat militant deed over financiële en monetaire zaken. Zo kon Merkel tegen Macron zeggen: sorry Emmanuel, ik wil wel met je in zee, maar dat noordelijke clubje is tegen.

Dit is op financieel-economisch terrein tegenwoordig vaak de nieuwe rolverdeling. De Nederlanders worden weleens omschreven als ‘de nieuwe Britten’ (op andere terreinen vinden Den Haag en Parijs elkaar juist, na Brexit). Die vergelijking klopt niet, want Nederland heeft niet het Britse gewicht, en het staat anders in Europa. Wat je wel ziet, ook op de EU-top vorige week: Frankrijk is feller, en Nederland is ook feller. Van tevoren tekende Parijs met negen andere eurolanden een brief voor eurobonds. Macron intervenieerde veelvuldig tijdens die top. Doordat Macron partij koos, verhardde de Nederlandse positie. Italië en Spanje dreigden de top op te blazen. Het was Merkel die hen zover kreeg om toch een gemeenschappelijke verklaring te tekenen. Nederland hield het bekende wij-hebben-gelijk-vingertje in de lucht.

Dat wreekte zich. Door positie te kiezen en het ‘zuiden’ groot te maken, speelde Macron een zwarte piet uit. En Hoekstra kreeg hem.

Haagse intriges

Merkel, zeggen ingewijden, voelt dat de emoties rauwer zijn dan in 2010. Italianen verbranden Europese vlaggen. Spanjaarden, doorgaans zeer Europa-gezind, zijn des duivels. Duitsland heeft ruimte voor empathie. Het heeft een gematigde minister van Financiën. Dat was destijds wel anders. Houwdegen Wolfgang Schäuble krijste soms tegen zijn Griekse of Cypriotische collega’s.

In Nederland is die ruimte er minder. Dat heeft weinig met Europa te maken en alles met Haagse politieke intriges. Hoekstra wil zich profileren voor het CDA-leiderschap door koppen te snellen in Brussel. Staatssecretaris Vijlbrief (D66), de best ingevoerde Nederlander op eurogebied, slaagt er (nog) niet in om de opdracht van zijn partij – Hoekstra kalmeren – uit te voeren. Rutte op zijn beurt voelt de adem van radicaal-rechts in zijn nek. Hetzelfde geldt voor minister Blok, zijn partijgenoot. Het enige in Europa dat hem sinds de Griekse crisis werkelijk bezighoudt, is de vraag wanneer Italië inzakt. Vroeger gaf Buitenlandse Zaken tegenwicht, als Financiën in Europa te hard doordraafde. Men streek dingen glad, masseerde oneffenheden weg. Dat gebeurt nu minder. Als je diplomaten vraagt waarom, wijzen sommigen fijntjes naar de nieuwe directeur-generaal Europese Samenwerking op het ministerie. Een controversiële benoeming. Zij komt van Financiën.

In dit Europa landt het grote, treurige coronadrama. Een Europa met diepe trauma’s uit 2010, waarin iedereen een ietwat andere rol speelt dan toen. De verhoudingen op het continent zijn veranderd. Het politieke spel ook. Bij een humanitaire ravage van deze omvang lopen dingen dan makkelijk uit de klauwen.

De ‘nieuwe’ rol van Nederland doet denken aan de Finnen, tien jaar geleden. Bij elk eurodispuut waren de radicaal-rechtse Ware Finnen the last men standing. Ze eisten zelfs eens een Grieks eiland als onderpand. „Ze moesten altijd een gouden muntje hebben”, herinnert een betrokkene zich.

Nederland krijgt nu geen muntje. Integendeel, Rutte en Hoekstra moesten diep door het stof, en boden haastig een miljardenfonds aan voor getroffen landen.

Intussen werpt Frankrijk zich – o ironie – op als ‘bemiddelaar’, met voorstellen voor nog grotere Europese coronafondsen. Parijs wil dit met Berlijn uitwerken en „binnen twee weken beslissen”. Wat hier ook uitkomt, één ding is zeker: alleen vanwege deze fascinerende politieke salto’s kijken velen al uit naar de gelekte transcripts van de volgende Europese video-top.