Reportage

In het coronahotel kun je de glimlach van de verpleegkundige niet zien

Coronacentra Voor patiënten met Covid-19 die niet naar het ziekenhuis kunnen of willen, zijn in Noord-Brabant speciale coronacentra opgezet. Ook de rest van het land krijgt die. „In de woonkamer staan bloemen en soms komt er een wijntje met een borrelhapje op tafel.”

‘Chillroom’ voor het personeel in de nieuwe corona-afdeling, in een voormalige vleugel van het ziekenhuis Amphia in Breda.
‘Chillroom’ voor het personeel in de nieuwe corona-afdeling, in een voormalige vleugel van het ziekenhuis Amphia in Breda. Foto John van Hamond

Stel dat je moeder met corona op sterven ligt. Mag je haar dan alleen bezoeken als je beschermende kleding draagt, en handschoenen en een bril en een mondkapje? En mag je haar dan niet aanraken?

„Daar gaan we op zo’n moment geen ruzie om maken”, zegt directeur Jef Mol van een coronacentrum in het Brabantse Boxtel. „We doen het maximale om besmettingen te voorkomen maar in de uren voordat iemand gaat sterven, laten we dat humaan verlopen. We hebben een kamer voor stervenden die niet klinisch overkomt, met vloerbedekking, een tafel, wat kaarsjes. We gaan op zulke intense momenten de familie niet verbieden om iemand aan te raken en te knuffelen. Er gaat niemand alleen dood. Mensen moeten de laatste fase van hun leven zo waardig mogelijk beleven. Wel geven wij de familie vervolgens het dringende advies om thuis in quarantaine te gaan.”

In verpleeghuizen en ‘coronahotels’ spelen zich dezer dagen vele persoonlijke drama’s af. Mensen met corona worden verpleegd door personeel dat zich in astronautenpak over hen heen buigt, en ze sterven zonder dat de gebruikelijke begeleiding van de familie goed mogelijk is. Door zorggroep Elde Maasduinen in Boxtel is drie weken geleden een corona-afdeling uit de grond gestampt, de eerste van inmiddels tientallen gespecialiseerde afdelingen in Brabant met gezamenlijk ongeveer negenhonderd plaatsen. Het centrum in Boxtel telt vijftien kamers en is bedoeld voor patiënten met dementie en Covid-19.

Teamcoach Elles de Boer: „Ik had verwacht dat deze mensen met soms zware dementie heftig zouden reageren op verpleegkundigen die er ineens uitzien als marsmannetjes. Maar het valt mee. Het is ook prettig om te zien dat deze mensen, die in het verpleeghuis door hun besmetting geïsoleerd op hun kamer hadden moeten blijven, hier vrij kunnen rondlopen. In de woonkamer staan veel bloemen en een enkele vaste vrijwilliger maakt muziek en soms komt er een wijntje met een borrelhapje op tafel.”

Het personeel is gerekruteerd uit elf zorginstellingen in de omgeving, en heeft zich vrijwillig aangemeld. „We kenden elkaar tot voor kort niet en toch zijn we een hecht team geworden. Iedereen wil ervoor gaan. We zijn thuis het gesprek aan gegaan, want we maken pittige dingen mee en dan moet je wel op steun kunnen rekenen. Er had zich een verpleegkundige in opleiding gemeld die van de vader van haar vriendje te horen kreeg dat ze niet langer welkom was. Ze is hier gestopt.”

Vooral het overlijden van mensen is „pittig” om mee te maken, zegt De Boer: „Normaliter kunnen we bij het laatste stukje leven warme zorg bieden. Nu niet. Er zijn mensen die hier opknappen maar er zijn er ook die na enkele dagen onder een wit laken worden gelegd en door de begrafenisondernemer worden weggehaald. Dat is voor ons niet draaglijk. We hebben een nieuw ritueel bedacht: we leggen een bloem op het lichaam en lezen een gedicht voor. Zodat er toch nog zoiets is als een menswaardig afscheid. We houden ook een wall of fame bij, met kaartjes en namen van de overledenen aan de muur.”

Lees ook: Sterven in het ziekenhuis is eenzaam

Speciale thuiszorgteams

Het aantal bedden op de intensive care-afdelingen in ziekenhuizen is beperkt, en veel patiënten zullen een IC-opname niet of alleen tegen een hoge prijs overleven. Veel ouderen deinzen ook zelf terug voor een ingrijpende behandeling in een ziekenhuis. En dus verwijzen huisartsen en ziekenhuizen veel patiënten met corona door naar de nieuwe coronacentra, die op last van minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) ook buiten Brabant worden opgezet – afhankelijk van de vraag.

Bestuursvoorzitter Jacqueline Joppe van zorggroep Elde Maasduinen: „Het gaat om mensen bij wie het thuis niet meer lukt, en ook om patiënten die in het ziekenhuis zijn uitbehandeld. Sommigen knappen weer op, anderen niet. Ze worden bij ons niet aan de beademing gelegd maar krijgen hier even goed zuurstof en alle zorg die ze nodig hebben. Maar ze moeten de ziekte helemaal zelf doormaken. Dat is een zware strijd.”

Naast deze centra voor mensen die zijn doorverwezen door huisarts of ziekenhuis, zijn er ook aparte afdelingen in verpleeghuizen waar het virus heeft toegeslagen; en er zijn coronapatiënten die thuis worden verpleegd, met steun van speciale thuiszorgteams. „We verwachten dat deze drie vormen van zorg zich vanuit Brabant als een olievlek over de rest van het land zullen verspreiden”, zegt Conny Helder, bestuurder van branchevereniging Actiz. Hospices, waar terminaal zieke mensen drie maanden lang kunnen verblijven, doen niet mee. „Er is geen reden om mensen met corona in een hospice te laten sterven. Die zijn bedoeld voor mensen die een lange stervensfase doormaken, en er zijn weinig plaatsen. En de palliatieve zorg kan óók elders worden verleend”, aldus Helder.

Planningbord met de gemoedstoestand van het personeel (links) en omkleedruimte (rechts) in nieuwe corona-afdeling in Breda.
Foto John van Hamond
Omkleedruimte in de nieuwe corona-afdeling in Breda.
Foto John van Hamond
Foto’s John van Hamond

In Breda is een coronahotel opgezet in een voormalige vleugel van ziekenhuis Amphia, door revalidatiekliniek De Marq en zorginstelling Thebe. Een ambulance rijdt tot aan de voordeur, een brancard schuift naar buiten met daarop de 90-jarige moeder van Fred van Aalten (65). „Ze heeft lichte klachten en de huisarts vermoedt dat ze corona heeft. Ze wil absoluut geen toeters en bellen in het ziekenhuis maar ze heeft zich ook niet verzet om hier naartoe te gaan.”

De ambulanceverplegers zweten in het plastic van hun pak. „Het is warm”, zegt de een van achter haar mondkapje. „Het is vermoeiend door die pakken”, zegt de ander, de lege brancard rollend over een vorige week inderhaast aangelegde helling. Ze gaan de ambulance ontsmetten. „En dan wachten op de volgende.”

Lees ook deze reportage over Van der Valkhotel dat een coronacentrum werd

Twintig van de veertig bedden zijn bezet. „Het zijn kwetsbare ouderen, maar het merendeel van de mensen knapt op”, zegt Carla Nieuwenhoff, specialist ouderengeneeskunde. Soms al na een week, en de patiënten willen vervolgens aansterken, met hulp van een fysiotherapeut, een diëtist en een psycholoog. Dat laatste is geen overbodige luxe, want het verblijf geldt als een ingrijpende gebeurtenis. Carla Nieuwenhoff: „Mensen hebben vragen en zorgen. Ze zeggen: ik ben negentig jaar, heb de Tweede Wereldoorlog meegemaakt en nu moet ik dit ook nog eens meemaken. Daarbij doelen ze nog meer op de isolatie dan op de ziekte zelf.”

Babette Zeegers, teamleider van het coronacentrum: „Ze komen in een heel andere wereld terecht. Zodra ze de sluisdeuren doorgaan, is het stil. Ze zien geen mimiek meer, ze zien een verpleegkundige niet lachen. Het is onrealistisch. Ze vragen zich af: waarom mag ik mijn partner niet meer zien, waarom kunnen we elkaar niet meer vasthouden?”

Hele dag televisie

We stappen in de lift, naar de derde verdieping. Babette Zeegers vertelt dat patiënten, ook de mensen zonder dementie, zich bij corona niet prettig voelen. „Je ligt de hele dag in bed en moet zo veel mogelijk op je kamer blijven. Je hebt de hele dag de televisie aan. En op de televisie gaat het alleen maar over corona. Over jou als patiënt. Dat is pittig.”

Het personeel zoekt manieren om, gekleed in zo’n vreemd pak, te bewerkstelligen dat de patiënt weet dat jij er voor hen bent. Carla Nieuwenhoff: „Belangrijk is nabijheid. Door regelmatig je gezicht en je ogen te laten zien. Door te verklaren wat er aan de hand is. Dat geeft rust.”

Normaliter kunnen we bij het laatste stukje leven warme zorg bieden. Nu niet

Elles de Boer teamcoach op corona-afdeling

We lopen de afdeling op. Langs de kleedkamer van het personeel, het washok voor de werkkleding, de douches voor iedereen die weer „volledig schoon” naar huis kan. Babette Zeegers: „Sommige mensen willen hier niet werken omdat hun thuisfront het niet prettig vindt. Anderen zeggen: ik wil hier werken omdat ik op deze afdeling zeker weet dat ik goed beschermd ben want elders kun je besmet worden door mensen die nog geen symptomen vertonen.”

Verder de gangen door, naar de loungeruimte voor de verpleegkundigen, van alle gemakken voorzien. „Zodat je niet acht uur achter elkaar in je pak aan het rennen bent.” Daar zitten de helden van de zorg, met uitzicht op het woord ‘respect’ dat in grote letters op het parkeerterrein is geschilderd. Vinden ze het werk zwaar? „Nee,” zegt iemand. „Je wordt goed opgevangen. We kunnen met elkaar goed praten over wat we meemaken.”

Genezen van corona: Ex-patiënten vertellen hun verhaal

Wat vinden ze thuis van hun werk? „Men is wat angstiger in het contact met mij”, zegt een ander. Werken in beschermende kleding „geeft een onpersoonlijk gevoel”, zegt een van hen. „Maar als je een praatje maakt, valt het wel weer mee. Ze begrijpen het wel.” Een ander: „Sommige patiënten herkennen je aan je schoenen. ‘Jij bent die collega met die flitsende schoenen’, hoorde ik gisteren.” Babette Zeegers: „Anderen worden weer herkend aan hun stem.” Tegen het raam staat een enorm bord waarop met stift is geschreven wie er aan het werk zijn, welke patiënten zijn opgenomen, of iemand positief is getest, welke klachten ze hebben. De meesten zijn aan het opknappen. „Die mogen lekker naar huis.”

Minder mensen die vallen

De capaciteit op de intensive care van ziekenhuizen mag krap zijn, voor het overige hebben de ziekenhuizen hun zorg goed op orde, stelt specialist ouderengeneeskunde Carla Nieuwenhoff. Ze vertelt dat bij een vorige griepepidemie, twee jaar geleden, zo veel mensen in het ziekenhuis belandden, dat ze „met de benen buiten lagen”. De ziekenhuizen hebben toen geleerd dat zodra zich een epidemie voordoet, je zo snel mogelijk andere afdelingen leeg moet maken.

Dat betekent helaas uitstel van behandeling van andere patiënten, zegt ze. Maar: „Er is ook iets wonderlijks aan de hand. In deze regio zijn ineens veel minder mensen met pijn op de borst, mensen die vallen of een herseninfarct krijgen. Dus iedereen werkt goed mee, dat is wel heel fijn.” Mensen besluiten minder vaak een beroerte te krijgen? „We hebben geen idee hoe het komt. Het is een raadsel. Het zou goed zijn dat eens uit te zoeken.”