Hulp in je eigen taal

Covid-19 beïnvloedt het dagelijks leven. Bij de coronahelpdesk kunnen statushouders in het Arabisch of Tigrinya vragen stellen.

Een vrijwilliger van de hulplijn beantwoordt vragen van nieuwkomers over het coronavirus. Foto Samuel Tekeste
Een vrijwilliger van de hulplijn beantwoordt vragen van nieuwkomers over het coronavirus. Foto Samuel Tekeste

Dat het zó storm zou lopen, had Amy Weldeselase niet verwacht. Vorige week begon ze bij de telefonische hulplijn voor nieuwkomers. Elke werkdag tussen twee en vier zitten zestien vrijwilligers klaar. Ze spreken Arabisch en de Eritrese taal Tigrinya en beantwoorden vragen rond corona. De eerste middag waren de lijnen al bezet, vertelt Weldeselase. „Het nummer was nog maar net bekend, bovendien hebben nieuwkomers vaak weinig beltegoed.”

De Eritrese Amsterdammer Amy Weldeselase (39), die werkt als tolk en begeleider in de verloskundige zorg, zou dit vrijwilligerswerk twee middagen per week doen. Ze besloot er al snel vijf van te maken: „Wat mensen me vertellen, raakt me.” Er belde bijvoorbeeld een oudere Eritrese vrouw uit Den Haag, die in paniek was. „Ze had koorts, spierpijn, was benauwd. De huisartsenpraktijk belde niet terug. ‘Ik heb niemand die boodschappen kan doen of om mee te praten’, zei ze. Ons team nam contact op met haar huisarts. We bellen haar nu elke dag om te checken hoe het gaat.”

De helpdesk is een gezamenlijk initiatief van zes organisaties van oud-vluchtelingen die zich inzetten voor nieuwkomers. Samuel Tekeste van Stichting Nieuwlander, een van de initiatiefnemers, merkt op dat vluchtelingen beperkt toegang hebben tot betrouwbare informatie over corona. „Onder nieuwkomers zijn er veel die de Nederlandse taal nog onvoldoende beheersen. Daarbij is een groot deel laaggeletterd tot analfabeet. Wij willen dat ook zij de juiste informatie krijgen.Dit vergroot de kans dat ze zich aan de coronamaatregelen houden, waardoor het virus zich minder snel verspreidt.” De dienstverlening is gratis. Er wordt gezocht naar donateurs om de kosten te dekken. Kan een vrijwilliger aan de telefoon niet direct antwoord geven, of is er acute zorg nodig, dan belt het team terug. De helpdesk kan de hulp inroepen van de GGD, Pharos en VluchtelingenWerk Nederland.

Weldeselase vertelt over een man die zich grote zorgen maakte over zijn moeder. Ze was op hoge leeftijd en erg ziek. „Hij durfde niet tegen haar te zeggen dat hij denkt dat ze corona heeft. Ze spreekt nauwelijks Nederlands en is niet op de hoogte van wat zich afspeelt. Haar gezondheidssituatie klonk alarmerend: ze kon niet meer lopen van de pijn. Ik heb de zoon gezegd dat hij ook in isolatie moet, en dat wij contact opnemen met de GGD.”

Sommige vragen gaan over de gevolgen van de crisismaatregelen. Veel nieuwkomers bellen met zorgen over hun inkomen: ze hebben een flexcontract of zitten in de bijstand. Weldeselase sprak ook een moeder die niet wist hoe ze haar vijfjarige dochter kan uitleggen waarom ze niet meer met haar buurmeisje mag spelen. „Ze had geen idee hoe ze haar kon bezighouden. Ik heb haar wat tips gegeven. Wat ze ook wilde weten: begint de school nou 6 april of niet? Binnenkort belt ze terug om te horen wat er bekend is.”