Opinie

Het voordeel van de twijfel

Polarisering Niet de dreiging per se maakt saamhorig, maar het delen van het ongewisse. Bij gebrek aan duiding is iedereen even kwetsbaar. Maar waar twijfel taboe is, ontstaat polarisatie, schrijft .

Twee dagen na Emmanuel Macrons oorlogsverklaring aan het coronavirus ontving ik een woedende mail van een Franse vriend. Of we helemaal gek waren geworden in Nederland. Door onze aanpak, die hij betitelde als presque criminel, zouden er in zijn land miljoenen doden vallen. Na een onheilspellende rekensom besloot hij met het advies: binnenblijven jullie, loin du monde, om een potje te schrijven en travailler son piano. Ik antwoordde dat ik me niet geroepen voelde het beleid van de Nederlandse overheid te verdedigen en dat hij zijn adem beter voor zijn gezondheid kon bewaren.

Wat had me zo gestoord? Niet zijn alarmistische algebra, zelfs niet dat ongevraagde advies ter dagbesteding. Het was zijn dedain, de overtuiging dat hij het bij het enige rechte eind had. Waar de beste virologen nog twijfelden over de juiste aanpak, legde Rodolphe zijn gelijk als een wegblokkade tussen twee landen, twee vrienden, tussen goed en fout. Ik was een ‘jullie’ geworden, geen twijfel mogelijk.

De afgelopen weken hebben trendwatchers deugden gesignaleerd die door de malaise zouden opbloeien. Saamhorigheid, opofferingsgezindheid, dat werk. Ik hoop op het eerherstel van de twijfel: een deugd die bijna vier eeuwen sinds het Cogito ergo sum van Descartes is afgegleden naar een teken van zwakte. Wie twijfelt, zit al een tijdje fout. Ergens een nachtje over slapen moet je niet meer willen.

Bij politici past een zekere standvastigheid (ze hebben sinds kort wel de zin van het berouw ontdekt) maar in een wereld die zich laat leiden door marketing en imago wordt van wetenschappers dezelfde stelligheid verwacht. Dat dit een onmogelijke opgave is, zagen we aan het geschipper van het RIVM. De moderne wetenschap dankt haar bestaan nu eenmaal aan het houden van een slag om de arm, en het coronavirus laat zich nog niet uit elkaar googelen.

Doe in ieder geval iets!

Maakt niet uit, riep Michael Ryan van de WHO, doe in ieder geval iets! Zijn video ging viraal. Faalangst staat snel handelen in de weg, het is beter je te vergissen dan niks te doen. Si fallor, sum, schreef Augustinus nog eens twaalfhonderd jaar voor Descartes: de positieve kant aan je vergissen is dat je weet dat jij, die de vergissing beging, bestaat.

In gerobotiseerde tijden is dat weer actueel (wie het niet zeker weet is tenminste niet geprogrammeerd) maar niet hetzelfde als het populaire devies om zeker te zijn van jezelf. Aan dat mantra (geloof in jezelf, twijfel niet, je kunt het) is namelijk geen sceptisch denkproces voorafgegaan. De generatie die opgroeide met de affirmaties van Oprah en Chopra vindt haar wijsheid nu vrij van voetnoten op Quora en Brainyquote. Er is geen tijd voor voorbehoud. Wat in de zoekmachine bovenaan staat is waar, en wie de meeste volgers heeft, heeft gelijk.

Het binaire leven waar iets 0 of 1 is, ja of nee, goed of fout, wordt aangejaagd door de volkstribunalen op sociale media. De saamhorigheid waar de psychologen nu op hopen, was er altijd al, maar balde zich samen in eensgezinde groepjes op het schoolplein. Het is juist de twijfelende eenling die de laatste jaren steeds stiller is geworden.

Wat hebben politiehond Bumper, Frits Huffnagel en Trijntje Oosterhuis gemeen? Dat ze stof hapten nadat ze in het veld van de identiteitspolitiek op een mijn waren getrapt. Dat ze überhaupt een fout begingen, werd pas duidelijk nadat de verontwaardiging op sociale media was gemobiliseerd.

Morele dwang

De faux-pas wordt geboren door steeds hetzelfde patroon, met behulp van vier partijen: die van de excuuseiser; zijn grote achterban, die trouw is in het delen van de verontwaardiging; een groep van anonieme slachtoffers, al dan niet bewust van hun slachtofferrol; en tenslotte de persoon die de excuses moet maken en zo de faux-pas bestendigt. Morele dwang biedt geen tijd om na te denken, want het imago is in het geding. Volgens de communicatiestrategen van De Reputatiegroep, die elk jaar de Sorrylijst bijhoudt, is timing cruciaal. Wat correct is en wat incorrect, is snel vastgesteld: wie sorry zegt mag blijven, het gelijk ligt bij de gekwetste.

Nu kan activisten niet worden verweten dat ze geen twijfel kennen; op een spandoek passen nou eenmaal weinig woorden. Interessant is wel wat ze beweegt tot dit snelrecht. Twee psychologen van de universiteit van Yale toonden aan dat er een egoïstische component zit in dat luidkeels moraliseren. Veel van het gedrag van de proefpersonen in hun onderzoek was gericht op het versterken van de eigen positie binnen de groep, volgens de regel ‘als jullie zien dat ik iemand straf, weten jullie dat ik diens fouten niet zal begaan.’

Dat de activistische meningen vervolgens breed maatschappelijk worden geaccepteerd, heeft ook met imago te maken. Een sterke troef van social justice warriors is het persoonlijke relaas, dat wordt ingezet tegenover tot dusverre geaccepteerde waarheden. Persoonlijke getuigenissen geven een argument carte blanche: ‘Ik ben te vertrouwen, want ik heb dit meegemaakt’ tegenover ‘Jij kunt hier niet over spreken, want jij hebt dit niet meegemaakt.’ Wie het persoonlijke waagt te bevragen, toont weinig empathie, en niets zo schadelijk voor je positie als harteloosheid.

Scepsis is tolerantie

Maar in tegenstelling tot wat wordt gesuggereerd, is scepsis juist een teken van tolerantie. Wie breed definieert, is verdraagzaam. Twijfel verlangt de wijsheid en het vertrouwen dat een verhaal altijd twee kanten kent. Hoe oprecht zijn haastige excuses?

[Tekst gaat door onder de foto]

Illustratie Cyprian Koscielniak

Douglas Murray laat in zijn recente boek The Madness of Crowds; Gender, Race and Identity zien dat er wel degelijk twijfel bestaat over de beweringen van de zedenpredikers van nu, maar dat die niet wordt geuit uit angst het veld te moeten ruimen. „Iedereen voelt hoeveel struikeldraden er de laatste jaren over de cultuur zijn gespannen”, schrijft hij, „wat gisteren nog amper werd betwist, kan vandaag iemands leven verwoesten.”

De term ‘inclusitie’ is al gevallen.

Predikanten roepen zondaars er niet bij, maar bedienen zich van dezelfde wegblokkades waarmee mijn Franse vriend verdeling zaaide: stop, buig je hoofd en keer om. De hand wordt niet uitgestoken maar heft zich op, er valt nergens meer over te praten. Niet alleen de afkeer van politici die wikken en wegen, maar ook de gesmoorde scepsis ligt aan de wortel van de populistische stem. Polarisatie ontstaat juist daar, waar twijfel taboe is.

Onbesmet spiritueel denken

De geschiedenis kent meer tijden van betweten dan van niet zeker weten. De twintigste eeuw beleefde een paar ideologieën die geen twijfel tolereerden, maar ook aanhangers van New Age, die graag teruggrijpen op het zogenaamd onbesmette spirituele denken uit de oudheid, zijn in de praktijk wars van scepsis.

De sceptische school uit de eerste eeuw voor Christus, met als hoogtepunt het pyrronisme (dat zelfs de stelling dat niets zeker is, dogmatisch vond), ging aan langdurige stelligheid vooraf. Grote patriarchale religies verboden de gewone man zijn twijfel, die in de weg staat van zijn gehoorzaamheid: „Kleingelovige, waarom hebt u gewankeld?” (Mattheus 14:31). Het wapen tegen de twijfel was altijd het moralisme: how dare you het woord van God te betwijfelen?

De Zwarte Dood durfde dat wel. De plaag die een derde van de Europese bevolking wegvaagde, onschuldige zuigelingen en machtige koningen niet uitgezonderd, knaagde aan oude zekerheden. Overlevenden hadden alle redenen om te twijfelen aan de dogma’s van de kerk en de toegetakelde adel. De scepsis uit de pre-christelijke tijden herleefde en gaf zo de voorzet voor de Reformatie en de Verlichting.

Scherpere toneelstukken

In 1606 sloeg de pest opnieuw toe in Londen. De vraag is dezer dagen al vaker gesteld: schreef Shakespeare zijn beste stukken in thuisisolatie? Zeker is dat alle theaters werden gesloten. Aan de hoeveelheid, maar vooral de eigenzinnigheid van de werken die de schrijver dat jaar voltooide kun je afleiden dat hij zich bevrijd voelde van het oordelende publiek. Twee jaar later nam hij het Blackfriars-theater over, en zette hij scherpere stukken op het podium, voorstellingen die daarvoor nooit geaccepteerd zouden zijn.

Pandemieën hebben dus altijd aangezet tot nadenken; er is nu in ieder geval tijd voor. Eindelijk kunnen we stilstaan bij de vraagstukken die ons de laatste jaren in razend tempo als hete hangijzers werden opgediend. Was de misère werkelijk zo groot, rechtvaardigden ze die stelligheid? Ook de identiteitspolitiek, die gedijt bij het benadrukken van verschillen, moet gehoorzamen aan een virus dat geen onderscheid maakt.

Niet de dreiging per se maakt saamhorig, maar het delen van het ongewisse. Bij gebrek aan duiding is iedereen even kwetsbaar. Elk niet-weten biedt ruimte aan nieuw weten, dus ook aan deze onzekerheid zal een einde komen. Dan zal blijken hoe duurzaam de herleefde deugden zijn.

Als er een vaccin wordt gevonden, worden de beertjes weggehaald achter de ramen en verstomt het applaus voor de zorg. Maar wat blijft is het besef dat we nog regelmatig voor raadsels komen te staan. Hopelijk bieden we elkaar dan ook wat vaker het voordeel van die twijfel.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.