‘Het idealisme is met de paplepel ingegoten’

Spitsuur Jonas Sweep (34) werkte lange tijd in vluchtelingen-kampen in Griekenland. Nu is hij kok in een veganistisch restaurant, maar door de corona-crisis zit hij thuis. „Ik verveel me, maar heb er redelijk vrede mee. Ik heb mijn boeken en mijn films.”

Foto’s David Galjaard

Jonas: „Ik vond koken altijd al heel leuk. Ik dacht dat ik te onhandig was om het professioneel te doen, dus durfde dat lang nooit echt aan. En als je een goed stel hersens hebt, moet je daar ook wat mee doen, is een beetje de houding in onze maatschappij. Dat had ik, dus ik ben natuurkunde gaan studeren. Tijdens mijn masterstage op een onderzoeksafdeling bleek wel dat ik er helemaal niet gelukkig van werd. Ik zat de hele dag op een kamertje met een stapel artikelen, de computer en mezelf. Ik kan veel meer genieten van iets leuks neerzetten voor anderen.

„Nu werk ik ongeveer drie dagen in de week in Utrecht als vegan kok in een restaurant bij een poppodium en oefenruimte. Ik kom er net van rond. Daarnaast verzorg ik op vrijdag een veganistisch buffet in een woon-werkgemeenschap in Berg en Dal bij Nijmegen, waar ik woon.”

Wifi op Lesbos

Jonas: „Ik heb na mijn master gewerkt bij een IT-adviesbureau in Utrecht. In 2015 barstte de vluchtelingencrisis los. Ik wilde helpen, en ben naar Griekenland gereisd. Dat heeft mijn leven op zijn kop gezet. Ik zat aan het strand, op Lesbos, waar bootjes aankwamen. Ik tilde mensen uit de bootjes, gaf een beetje eerste hulp. Dat maakte zo'n diepe indruk dat ik er mijn werk van wilde maken. Ik zegde mijn baan op en heb een stichting opgericht die wifi aanlegt in vluchtelingenkampen. In eerste instantie werd dat vergeten, mensen konden niet eens hun e-mail checken.

„Aan het eind van dat jaar ben ik gebleven om het voedselprogramma voor verschillende kampen te coördineren. Dat ging een half jaar goed, maar er werd tijdens de ramadan veel te veel van ons verwacht. Op een dag zat ik achter het stuur en begon ik opeens te huilen, gewoon omdat iemand iets vroeg. Ik zat er helemaal doorheen. Ik ben een tijdje gestopt, maar wel in Griekenland gebleven. Daarna ben ik een keuken gaan coördineren voor vluchtelingen die in Thessaloniki op straat leven. Verrek, ik kan eigenlijk best wel koken, zag ik. Ook in grote hoeveelheden. Dit zou ik ook professioneel kunnen.”

Psychologische hulp

Jonas: „Ik hou van mensen om me heen, en mensen helpen. Mijn moeder heeft mij het idealisme wel met de paplepel ingegoten. Wij woonden bijvoorbeeld niet op onszelf, maar in een klooster met dertig anderen. Toen ik in Griekenland in de keuken werkte, kreeg ik het bericht dat zij uitgezaaide longkanker had. Ik ben snel teruggekomen naar Nederland en bij haar komen wonen. Ik heb zo goed en zo kwaad als het ging voor haar gezorgd, werken ging daarnaast niet. Gelukkig had ze nog een hele lieve vriend – alleen had ik het niet gered. Afgelopen april is ze overleden.

„Toen ik in Griekenland zat, had ik een druk leven, sinds ik terug ben niet meer. Ik werk niet zo vaak. Dat past beter in mijn hoofd dan fulltime werken. Sinds afgelopen december woon ik weer in Nijmegen. Ik heb eerst daar gewerkt in mijn favoriete restaurant. Nu werk ik sinds tweeënhalve maand in Utrecht. Normaal gesproken ben ik maandag en dinsdag altijd vrij. Zaterdag en zondag, en woensdag of donderdag ga ik naar Utrecht. Vrijdag werk ik bij het buffet in Berg en Dal. Het overlijden van mijn moeder heeft een paar dingen getriggerd, daarom krijg ik psychologische hulp. Dat vormt een belangrijk deel van mijn afspraken in mijn vrije tijd. De afgelopen maand was ik daar twee uur per week mee bezig.

„Als ik opsta kan het best weleens twaalf uur zijn. Dan ga ik rustig ontbijten, koffie drinken, wat klusjes in huis doen. En dan neem ik rond half drie de trein naar mijn werk. Tussen vijf en negen uur zijn we open, van negen tot tien uur poetsen we. Daarna borrelen we na. Voor mij is dat een heel belangrijk onderdeel.”

Slechte films kijken

Jonas: „Als ik vrij ben, spreek ik heel veel met mensen af. Of ik sprák veel met mensen af. Nu het restaurant dicht is, en afspreken niet meer kan, zit ik thuis. In mijn vrije tijd ga ik normaal gesproken het liefst met iemand naar de kroeg, en met mijn studievrienden ga ik ook nog weleens een weekendje weg. Lekker slechte films kijken. Dan hebben we het een beetje over hoe het met elkaar gaat, meestal maar een kwartiertje ofzo. Bij elkaar zijn is al genoeg. Ik ga ook graag lunchen met mensen. Vooralsnog gaat het thuiszitten wel. Ik verveel me, maar heb er redelijk vrede mee. Ik heb mijn boeken en mijn films. Gek genoeg heb ik geen zin om lekker voor mezelf te koken. En ik ben ook niet zo goed in mijn kamer opruimen en dat soort dingen.

„Ik heb nooit een koksopleiding gehad. Ik was eigenlijk van plan om terug te gaan naar Griekenland, daar een opleiding te volgen, en kok te worden. Maar dat betaalt fulltime maar zo’n vijfhonderd euro. Ik weet niet hoe die Grieken dat doen. Ik zou ooit wel weer terug willen, maar ik zie het niet heel snel gebeuren. Ik vond het heerlijk om in Griekenland te wonen. De uitgaanscultuur is fijn. Mensen leven veel meer buiten en het lijkt alsof iedereen daar een stuk zachter met elkaar omgaat. Het drama en temperament trekt me ook. Ik mis het soms wel. Als ik op straat loop en Grieks hoor, gaat mijn hart sneller kloppen.”