Grote vragen, snel denken, ongekende keuzes: nieuw etatisme in coronatijd

Haagse Invloeden Deze week: waarom de VVD-premier nu steun aan ‘een sterke staat’ uitspreekt. Ofwel: berichten uit de wereld van de coronabesluitvorming.

Buiten al het coronanieuws om – de doden, de patiënten, de IC-bedden – gebeuren er de onwaarschijnlijkste dingen in politiek-bestuurlijke kringen. Dit is geen tijd voor behoudzuchtige geesten. Dit zijn geen dagen voor aarzelende denkers. Dit is een periode voor politici met een lenig brein zonder angst voor grote vragen.

Je hoort wekelijks een paar dingen waarvan je denkt: een jaar geleden zou je het niet geloofd hebben.

Om een voorbeeld te noemen: politici en ambtenaren denken na of KLM c.q. Air France-KLM genationaliseerd moet worden. Volgens prognoses die circuleren moet de beslissing uiterlijk volgende maand vallen.

Anders dreigt een faillissement – dan is Nederland (en Schiphol) zijn luchtvaartmaatschappij voor altijd kwijt. Onderliggend thema: moet het land tijdens deze crisis zijn economische infrastructuur beschermen?

Of het ook op nationalisatie uitloopt, staat niet vast. Er gaan alternatieven rond. Ik hoorde over een variant waarbij een bank de aandelen van de onderneming opkoopt, KLM de bedrijfsactiviteiten van de bank terugleaset, en de overheid zodanige fiscale voordelen verleent dat de onderneming nog jaren kan voortbestaan.

Lees ook: Nu blijkt welke ministers de moed hebben voorop te gaan in crisistijd

Zo’n sale-and-lease-back-constructie, in de jaren negentig toegestaan voor de redding van Philips en Fokker, leidde destijds nog tot een parlementair onderzoek. Maar je weet nu al: mocht dit de uitkomst voor (Air France-)KLM worden, dan moet je maar afwachten hoeveel belangstelling er gezien het pandemienieuws voor zal zijn.

Dit is de grootste paradox van deze crisis: de overheid nationaliseert, centraliseert en spendeert op een wijze die zich in geen tientallen jaren heeft voorgedaan. En we hébben het er amper over.

In Tweede Kamerfracties sluimert er wel iets van ongemak over. In een telefoontje met een thuiswerkend Kamerlid viel deze week het woord ‘fractievoorzittersdemocratie’: terwijl bewindslieden doorrazen – Rutte, De Jonge, Koolmees, Hoekstra – heeft de Tweede Kamer maar één wekelijks fractievoorzittersdebat om al die enorme keuzes te bespreken.

Dit debat concentreert zich steeds op de coronabestrijding zelf. Niet op al die andere beslissingen. En als het op beslissen aankomt, hebben bewindslieden vaak helemaal geen tijd voor vooroverleg.

Zo creëerde het kabinet de laatste weken realiteiten die we nog jaren gaan meedragen.

Staatssteun voor bedrijven, waar we in de jaren tachtig mee ophielden, is helemaal terug. Nationalisaties zijn geen taboe meer. De overheid leende in enkele weken tientallen miljarden: de begrotingsregels van Financiën, die decennialang heilig waren, zijn foetsie. Overal in de Europese Unie sluiten landen grenzen, op de grond en in de lucht, en niemand klaagt – ook de EU niet. De zorg, traditioneel beheerd door middenveld, verzekeraars en private sector, is in Den Haag op onderdelen gecentraliseerd (inkoop mondkapjes, testmateriaal en tests), gemilitariseerd (spreiding patiënten) of zelfs genationaliseerd (aanschaf beademingsapparatuur).

Intussen proberen telecombedrijven departementen apps voor virusbestrijding te verkopen. Voor zover ik kon nagaan is er (nog) geen koop gesloten – maar ook op het privacygevoelige terrein van ‘telecomtracking’ liggen de komende weken vragen met vergaande gevolgen voor.

„Besluiten waar je vroeger jaren over deed, neem je nu in enkele weken, soms uren”, zei een adviseur deze week.

Dus toen de premier, zoals bekend van de VVD, deze week zijn voorkeur voor „een sterke staat” uitsprak, zul je genoeg mensen hebben gehad die dachten: die zag ik niet aankomen. Maar in de binnenkamer was de laatste weken juist hij, begreep ik, een drijvende kracht achter staatsingrijpen.

Lees ook:Maar Rob Jetten: doe jij in deze crisis niet precies wat je anderen verwijt?

Je hoorde over twee groepen bewindslieden. Aan de ene kant degenen die geen behoefte aan ideologische praatjes hierover hebben. ‘In gelul kan je niet wonen’ – die houding. Maar je hebt er ook die, ondanks alle druk en drukte, willen overdenken in welke kleine revolutie ze aan het werk zijn.

Je kon het merken in contact met hun vertrouwelingen. Corona dwingt de politiek, zei een intimus van een prominente minister, tot onmiddellijke resultaten. De technocratische benadering uit de tijd van de liberale overwinning heeft daarom afgedaan: het idee dat de overheid voorwaarden moet scheppen, ruimte geven, nudgen.

Dus de terugtredende overheid, de overheid van vrijhandelsverdragen en lagere belastingen: dat was de politiek van vóór corona. De politiek van corona is: de staat bepaalt de uitkomst. Punt. „Rutte en zijn mensen zeggen: ‘Allemaal opzij, nu komen wij.’”

Een partijgenoot van Rutte wees erop dat overal ter wereld juist rechtse leiders leunen op de staat. „Hoe rechtser de regering, hoe meer staatssteun ze uitdeelt.”

Evengoed dwingt coronabestrijding, zei een regeringsadviseur, tot nieuwe herverdeling: de zwakste schakel bepaalt het lot van de allersterksten. Dat is in het binnenland zo, dat is tussen landen zo. Zoals de Verenigde Staten zullen ervaren dat mensen zonder ziektekostenverzekering het gevecht tegen het virus bemoeilijken, zo zal ook in dit land het inzicht rijpen dat het bijstaan van mensen aan de onderkant betere bescherming tegen het virus biedt. Nog meer reden voor nieuw etatisme.

Ook daarom was het wel opmerkelijk hoe Haagse ministers, vooral Hoekstra (Financiën, CDA), in mindere mate Rutte, zich vergaloppeerden in Europees overleg over financiële steun aan zwaar getroffen Zuid-Europese landen.

Zij wezen dit af door zich te beroepen op eerdere afspraken inzake schuldsanering. Maar je hoefde geen aanhanger van eurobonds of ongeclausuleerde aanwending van het Europese noodfonds ESM te zijn om in te zien dat de noodsituatie in Spanje en Noord-Italië zich even niet leende voor Hollandse boekhoudkundige verhandelingen.

Het had er alles van dat Hoekstra en Rutte met hun strenge uitspraken vooral een binnenlands publiek wilden bereiken. Dat hebben ze geweten: het is lang geleden, begreep ik van diplomaten, dat Nederland binnen de EU zo hard is aangepakt, ook door niet-Zuid-Europese lidstaten.

Je kreeg daarbij de indruk dat Hoekstra ook goodwill in het CDA verspeelde. Wat dit betreft werkt vicepremier De Jonge (Volksgezondheid), zijn concurrent om het partijleiderschap, in deze crisis iets effectiever aan zijn eigen reputatie.

Maar wat aan dit alles toch het meest opviel was de blindheid voor het feit dat de oplossing voor de coronacrisis óók binnen de EU afhankelijk is van de zwakste schakel: in Nederland kan het gewone leven evengoed pas terugkeren wanneer alle EU-landen coronavrij zijn. Dus landen in nood nu moraliserend toespreken is alleen een Nederlands belang als je een Nexit wil.

Ook in de coalitie was er stilletjes scherpe kritiek. „We laten in Den Haag werkelijk álle gewoonten en regels varen, en dan verwachten we dat Brussel doet alsof er na het Verdrag van Maastricht uit 1992 niets meer is voorgevallen”, smaalde een adviseur.

Bovendien hoorde je achteraf dat collega-bewindslieden, in onderraden op dinsdagochtend, voorafgaand aan het Europese overleg expliciet hadden gewaarschuwd tegen Hollandse botheid.

Niet in de laatste plaats omdat de werkgeverslobby daar al vooraf beducht voor was, aangezien de belangen van talrijke bedrijven die exporteren naar Spanje en Noord-Italië op het spel stonden.

Want coronacrisis of niet, nieuw etatisme of niet: Nederland blijft een handelsland.

Zoals we ook een handelsland bleven toen premier Den Uyl in de jaren zeventig nieuw etatisme propageerde. Tijden kunnen veranderen, of nooit meer terugkeren, maar die werkelijkheid zal altijd blijven bestaan.