Gingen wij mee?

Franca Treur

De tijd verstrijkt weer als vroeger, toen we de dagen namen zoals ze kwamen. Al voor de grondlegging der wereld was besloten of het een dag vol zonneschijn zou zijn of één met wolken, of we naar school moesten of naar de kerk. De dagen regen zich aaneen, evenals de seizoenen. Er waren geen grote teleurstellingen om dingen die plots niet door konden gaan, want we maakten nog geen plannen. Je kon je verheugen op de lente, op je verjaardag, of op kerst, feestelijkheden die nooit werden geannuleerd. Kwam er na schooltijd iemand spelen, dan besloten we op het moment zelf wat leuk was om te doen.

Aan mijn oudere neven en nichten zag ik hoe dat zou veranderen.

Ze woonden met z’n elven in een te klein huis, van het monteurssalaris van mijn oom. Maar de oudsten hadden allemaal een krantenwijk. Ik herinner me een muur van folders voor het keukenraam. Wie zelf geld verdient gaat dingen verzinnen die je met dat geld kunt doen.

Misschien was ik elf op die dag in de zomer dat we bij hen langs gingen. Ze hadden net een vierdehands speedboat gekocht en een stel waterski’s. Op de tegels in hun achtertuin lag de motor, uitgespreid op kranten. Onderdeel na onderdeel was ingevet met zwarte smeer. Hij moest alleen nog even worden teruggezet, en hopelijk deed ie het. Gingen wij mee om hem te proberen?

De middagzon gloeide. Hun zwembroeken waren stoer, hun huid gebruind, hun spel opwindend. Ze doken in het water, in plaats van dat ze sprongen. De boot hadden ze natuurlijk opgevoerd. We juichten om het witte schuim. En ze vroegen me wat ik allemaal in de vakantie ging doen. Ging doen? Ik? Weet ik veel.

Plannen maken leer je van mensen die net iets ouder zijn dan jij. Ze lopen op je voor, ze weten meer, ze hebben meer geld. Wat zij doen is je-van-het. Dus wil je óók een muziekinstallatie kopen, op vakantie gaan, een opleiding volgen, verliefd worden, een huis zoeken, verder weg op vakantie gaan, een kind krijgen. Een tweede huis / een sloep / een barbecue / een wekelijks groentepakket. Het kan als je geld hebt, want geld kun je bewaren. Je kunt het sparen. Voor je plan.

Nu heeft de corona alles gestopt. Misschien wilde je net op tienertoer, iemand in dienst nemen, een feest geven of leuke jurkjes dragen naar kantoor. Dat gaat nu niet. Wanneer kan het weer wel? Weten we niet. Kunnen we niet zeggen.

Er hangt een mist van verdampte plannen, er is geen zicht meer op de toekomst. Er is alleen een uitgerekt heden. Ofwel: onze tijdsbeleving is weer infantiel. Mensen kunnen er niet meer op rekenen dat er de komende tijd geld binnenkomt. Wie nog genoeg heeft, weet niet hoe het uit te geven. Waar heb je een mooie broek voor nodig als niemand hem mag zien? Wat als je op reis wil, maar er gaat geen vliegtuig?

Tijd is een afspraak met ons allemaal. Maar toen ik een paar maanden geleden een baby kreeg, voelde ik me buiten de tijd gezet. Niet alleen doordat ik ’s nachts steeds wakker was om te voeden. Ik was nooit meer te vroeg of te laat, ik ging nergens meer naar toe.

Ik leerde hoe traag de tijd gaat als je wacht tot een baby in slaap valt. Ik leerde hoe snel die gaat als hij slaapt. Van tevoren bedacht ik wat ik dan allemaal ging doen: douchen, aankleden, ontbijten, mailen, de was aanzetten, de kamer swifferen, m’n moeder bellen. En dan sliep hij maar tien minuten. Of ik wilde een artikel schrijven, stelde me erop in dat het niet zou gaan lukken, en dan sliep hij wel twee uur. Maar dan had ik de moed al opgegeven. Voor mijn gevoel was ik de enige die niets meer aan kon met de tijd, en krijg ik nu ineens gezelschap.