Reportage

Er is in de Zuid-Afrikaanse townships niet eens water en zeep

Zuid-Afrika lockdown Zuid-Afrika handelt snel tegen het COVID-19 virus en neemt strengere maatregelen dan Nederland. Maar hoe handhaaf je een lockdown in de overvolle townships? „Mensen zullen als vliegen sterven.”

Zuid-Afrikaanse hulpverlener in township Kayelitsha bij Kaapstad laat zien wat social distancing betekent.
Zuid-Afrikaanse hulpverlener in township Kayelitsha bij Kaapstad laat zien wat social distancing betekent. Foto EPA/NIC BOTHMA

Lulekwa Jali zet de megafoon tegen de sjaal die ze om haar mond en hals heeft geknoopt. Ze schraapt haar keel. Door haar autoraam ziet ze wat haar de afgelopen dagen wanhopig maakt. Gehurkte mannen die haar lachend aankijken, zittend op de stoeprand, arm aan arm, knus op elkaar. Moeders die in teiltjes hun jonge kinderen in het sop zetten. Tieners rennend achter een voetbal.

„Ga naar binnen. Dit is geen grap. Het coronavirus doodt”, roept Jali door de megafoon, die provisorisch op het dak van haar Volkswagen is vastgemaakt. Ze schudt haar hoofd. „Ze willen het maar niet begrijpen. Mensen zullen als vliegen doodgaan hier.”

Hier is Khayelitsha, de grootste township van Kaapstad. Zuid-Afrika’s etterende wond, een creatie uit de tijd van de apartheid toen tienduizenden zwarten en kleurlingen hier werden gedumpt om op afstand te blijven van de welvarende minderheid aan de andere kant van de Tafelberg. In deze tijd van een zich wereldwijd verspreidend virus onderstrepen townships als Khayelitsha de ongelijkheid die al lang vóór het virus bestond.

Sinds de regering van president Cyril Ramaphosa negen dagen geleden een landelijke lockdown afkondigde voor heel Zuid-Afrika zijn de verschillen verscherpt, in een land waar de ongelijkheid toch al tot de grootste ter wereld behoort. In het centrum van de stenen stad aan de rand van Atlantische Oceaan zijn de straten uitgestorven. Op drukke verkeersaders als Nelson Mandela Boulevard is het getsjilp van vogels en het ruisen van de zee weer te horen. Ook al is het aantal geregistreerde besmettingen in Zuid-Afrika (1.426 op 3 april) en het aantal doden (5) veel lager dan in het noorden van de wereld, de maatregelen die de regering afkondigde gaan veel verder dan die in Nederland of de Verenigde Staten. Alle vliegvelden zijn gesloten voor passagiers. De landsgrenzen zitten dicht. Alcohol en sigaretten zijn verbannen. Zelfs joggen en de hond uitlaten zijn verboden.

Lees ook: Townships zijn een tikkende tijdbom

Maar hoe houd je afstand in een wijk waar vanaf vroeg in de ochtend de zon al staat te branden op golfplaten daken, en huizen tegen het middaguur veranderen in bakovens? „Geef ons zeep”, roept een vrouw door het open raam als het gemeenteraadslid Jali langs rijdt. In dit deel van Khayelitsha komt al weken geen water uit de kraan. „Hoe moeten de mensen hun handen wassen, als ze niet eens water hebben”, zegt Jali moedeloos. „Weet je wat de regering zou moeten doen? Deze hele wijk met de grond gelijk maken en opnieuw beginnen.”

Oude reflexen

De angst voor een opstand in de townships tegen de strenge maatregelen, heeft oude reflexen los gemaakt bij de autoriteiten. De eerste wegversperring die in Kaapstad verscheen, was op Philip Kgosana-drive die het centrum met de buitenwijken verbindt. De soldaten en politieagenten controleerden alleen inkomend verkeer, van de arme naar de rijke wijken, terwijl het virus in de afgelopen weken in tegenovergestelde richting bewoog.

Inmiddels controleren de agenten beide kanten op. Op dag drie kwamen de eerste berichten naar buiten over politioneel misbruik. Burgers die door soldaten werden gedwongen om push-ups te doen, omdat ze zich niet aan de lockdown hielden. Politieagenten die burgers met stokken te lijf gingen in hun eigen voortuin. Een verslaggever van de Mail and Guardian filmde een agent in burger die met een zweep mensen van straat sloeg in Johannesburg. De agent ging zelfs flatgebouwen binnen voor een afranseling. Covid-19 doet oude gewoontes binnen het veiligheidsapparaat herleven. Inmiddels lopen er drie moordonderzoeken naar agenten en zijn meerdere agenten geschorst.


Foto Mike Hutchings/Reuters

Rodger Bosch/AFP

Foto Mike Hutchings/Reuters
De angst voor een opstand in de townships tegen de strenge maatregelen, heeft oude reflexen los gemaakt bij de autoriteiten. Sfeerfoto’s van township Kayelitsha, de grootste township van Kaapstad.

„Als er een uitbraak komt in Khayelitsha, moeten we voorkomen dat die overslaat naar andere wijken”, zegt de provinciale minister van Volksgezondheid in de West-Kaap, Nomafrench Mbombo. Ze is arts en ze is bezorgd over de nonchalance die ze in de overvolle buitenwijken van de stad ziet. Het afsluiten van hele wijken, zoals ook in de onrustige jaren van apartheid gebeurde, is voor haar een laatste redmiddel. In Khayelitsha zijn nu twee besmettingen geregistreerd. Ook in andere townships waart het virus al rond. Het hoge aantal besmettingen met andere virussen zoals tuberculose en hiv maken de townships extra kwetsbaar.

De regering is deze week begonnen met grootschalig testen om vat te krijgen op het virus. In een week tijd zijn 47.000 Zuid-Afrikanen getest. Bijna zeventig mobiele klinieken zijn nu uitgerust om in het hele land testen gaan uitvoeren. Er zijn tienduizend testers aangesteld die binnenkort dertigduizend testen per dag moeten gaan doen. Die aanpak wordt internationaal geprezen en aangemoedigd door experts in eigen land.

„Een lockdown zoals we nu zien is heel drastisch en zou eigenlijk alleen een laatste redmiddel moeten zijn, als al het andere is mislukt. We hebben niet genoeg data om te kunnen verifiëren of deze maatregelen wel het effect hebben waar we op hopen”, zegt de Duitse econoom Co-Pierre Georg. Hij is verbonden aan de Universiteit van Kaapstad en maakt modellen over de gevolgen van Covid-19 virus. „We moeten representatief gaan testen onder de bevolking om er zeker van te zijn dat we data hebben die ons precies vertellen waar het virus is. Dus niet alleen degenen die al ziek zijn, maar ook de mensen die geen symptomen hebben.”

Nu de landelijke lockdown de tiende dag ingaat, lijken sommige ministers in de regering van Ramaphosa te twijfelen aan de drastische aanpak. De minister van Transport, Fikilele Mbalula, hield woensdag een persconferentie waarbij hij ten overstaan van zijn ambtenaren en politieagenten – die dicht op elkaar gepakt stonden – de strenge regels voor de machtige taxi-industrie aanzienlijk verslapte. Mochten taxi’s tot donderdag slechts met 50 procent van het aantal passagiers rijden, zodat ze onderling afstand konden houden, nu mogen ze voor 70 procent volladen, mits de passagiers maskers dragen. Ook de kleine winkels in de townships mogen weer open. Om de economische schade te beperken en om te voorkomen dat lange rijen voor shopping malls ontstaan, zoals de afgelopen dagen gebeurde.

Economische instorting

De angst voor het virus concurreert in Zuid-Afrika met de angst voor complete economische instorting. De Zuid-Afrikaanse munt was nog nooit in de geschiedenis zo zwak. Kredietwaardigheids-agentschappen als Moody’s gaven Zuid-Afrika nog een extra duw door de economie als „schroot” te beoordelen. Andere Afrikaanse landen als Senegal hebben het Internationaal Monetair Fonds al om hulp gevraagd om de klappen te helpen opvangen. Dat soort leningen komen nooit zonder voorwaarden.

„Ik ben bang voor mezelf. En ik ben bang voor de anderen”, zegt Precious Thquwi. Ze woont al sinds 1989 in Khayelitsha, in een huis van golfplaten dat ze met vijf kinderen deelt. Ze blijft van de straat, zoals haar is gevraagd. Ze houdt afstand, ook al is dat eigenlijk onmogelijk. Ze gaat niet naar de stad om geld te verdienen met de schoonmaak van andermans huis. Ze doet wat de regering van haar wil. „Maar mogen wij dan ook wat zeep en handschoenen”, vraagt ze. Ze heeft haar hoofd gebogen, hopend op compassie. „Is dat te veel gevraagd?”