Opinie

Ook filosofen vormen een ‘cruciale beroepsgroep'

Crisis Filosofen vormen een ‘cruciale beroepsgroep’, schrijft . Zij zijn geoefend in twijfelen en het stellen van existentiële vragen.
Rust op de Dam in Amsterdam door het Coronavirus. Foto Olivier Middendorp
Rust op de Dam in Amsterdam door het Coronavirus.

Foto Olivier Middendorp

Het is ongelooflijk hoeveel ik nog moet lezen en kijken tijdens deze crisis. Eerst De pest van Albert Camus. Ik kan aanhaken bij de ‘quarantaine-boekenclub’ van VPRO’s Mondo, in allerijl bedacht door een creatieve redactie. Als De pest uit is, kan ik door met de aanbevolen ‘rampliteratuur’ van NRC, want ook zij kwam op het voortreffelijke idee om samen boeken te gaan lezen. Dan kan ik door met talloze Netflixseries-rampen-tips. Daarna alle corona-dagboeken.

Toen mijn werkgever Human me tijdens de eerste week van de lockdown aanspoorde om initiatieven te ontplooiien voor haar filosofische website Brainwash, lukte me dat niet. Ik kon hartstochtelijk proberen te doen of ik als filosoof hard nodig was, maar zo voelde dat niet. Vitaal waren zij die konden zorgen, schoonmaken en eten en medicijnen konden produceren. Maar filosofen?

Tot mijn ontsteltenis las ik dat de VSNU, de lobby van de samenwerkende universiteiten, bedongen had dat academici ook tot de ‘cruciale beroepsgroepen’ werden gerekend en dat ze daarom gebruik zouden mogen maken van opvang. Virologen, microbiologen, epidemiologen en medische wetenschappers, ja, maar de rest? God verhoede dat een filosoof de plek van een verpleegkundige of politieagent bezet hield om thuis een cruciaal artikel over Heidegger te schrijven! Steeds als ik een filosoof een doorwrocht betoog zag houden over De pest (Alain de Botton, Tim Fransen), dan voelde ik plaatsvervangende existentieschaamte.

„De manier waarop veel Nederlanders in sneltreinvaart alle stadia van rouw hebben doorlopen is voer voor psychologen”, las ik in een uitstekend opiniestuk van Karel Smouter (filosoof!) in NRC. Als ik met gemengde gevoelens reageerde op die boekenclubs of op de VSNU, dan was er tenminste nog een spoortje van boosheid (?), een vitale emotie. Maar dat was maar een snippertje. De stadia ‘verdriet’ en ‘acceptatie’ hadden razendsnel plaatsgevonden – de ontkenningfase had ik zelfs overgeslagen. Door het harde besef dat een boekenclub noch filosofie levens kunnen redden in deze tijd, hooguit helpen de tijd door te komen.

Cultuur houdt ons overeind

Halverwege quantaineweek 2 veranderde er iets wezenlijks. Het hamsteren haperde, in de eerste nood van levensbehoud was voorzien. Bovendien hoorde ik Paul Witteman op televisie zeggen dat hij tijdelijk stopte met zijn programma Podium Witteman omdat hij geen musici uit het buitenland kon halen, hij zich kwetsbaar voelde, en het tamelijk zinloos nu voelde, allemaal.

Ik schrok. Wist hij dan niet dat mijn lieve oude moeder iedere week keek, dat hij het lichtpuntje van haar week was? Dat ze me iedere zondag na de uitzending belt, om te vragen of ik het wel heb gezien? Ik brulde tegen het scherm: „Nodig Nederlandse topmusici uit, maak er wat van, Paul! Juist nu! Houd je jonge fans binnen, Paul, voor de buis, je kijkers, want voor je het weet gaan ze met zijn allen naar buiten, het bos in – met een kluitje op elkaar. Je bent van levensbelang!”

De onderste laag van de piramide van Maslow, de eerste levensbehoeften, is onlosmakelijk verbonden met de bovenste, de existentiële behoeften aan cultuur en zingeving. Want de filosofische vragen stapelen zich nu in rap tempo op. Ik noem er een paar. Is ieder mensenleven evenveel waard als er een tekort is aan beademingsapparatuur? Hoe ga je om met angst? Leidt oorlogsretoriek in de bestrijding van het virus tot het hamsteren van wapens, met andere woorden: wat is de relatie tussen taal en werkelijkheid?

Lees ook: Ondanks alle chaos en rumoer is er wel degelijk vooruitgang in de filosofie

Al eeuwenlang twijfel

Nee, ik ga geen blijf-binnen-boekenclub beginnen voor de Brainwash-site, daar is reeds in voorzien. Maar als filosoof werk ik door. Want filosofie is van levensbelang in deze tijd, nu we de grote existentiële vragen en onzekerheden die deze crisis oproept het hoofd moeten bieden. Lang leve de filosofie, waar al eeuwenlang geoefend is met dat wat moeilijk te dragen is en nu alom als antwoord op vele vragen klinkt: we weten het niet zeker. Die fundamentele onzekerheid is de kern van onze existentie, en van het filosofische denken.

En verder: ik hoop zo ontzettend dat Paul Witteman zich alsnog bedenkt. Voor mijn lieve moeder, want ze is alleen en ze kan geen boeken meer lezen. Lang leve ook alle cultuur van afleiding, troost, vitaliteit en houvast in tijden van coronacrisis!

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.