Geen tijd meer om te kiften in België

Coronacoalitie De corona-uitbraak heeft het politiek gefragmenteerde België voor even verenigd. De fundamentele verschillen blijven.

De coalitie mag enkel corona-gerelateerd beleid maken. Belgen moeten onder andere aan social distancing doen.
De coalitie mag enkel corona-gerelateerd beleid maken. Belgen moeten onder andere aan social distancing doen. Foto Virginia Mayo/AP

Toen het coronavirus België bereikte, begin maart, had het land op zijn zachtst gezegd niet de best uitgeruste overheid om een crisis te bestrijden.

België zat al sinds december 2018 met een demissionaire minderheidsregering. Het begrotingstekort was opgelopen naar 12 miljard euro in 2020, terwijl de regering geen ingrijpende besluiten mag nemen om dat tegen te gaan. De weinig bekende Sophie Wilmès werd in alle haast aangetrokken om premier Charles Michel – die naar Europa vertrok – te vervangen, in afwachting van een nieuwe regering. De onderhandelingen daarover zaten, tien maanden na de verkiezingen, muurvast. Nieuwe verkiezingen leken de enige uitweg.

Hoe anders is het België van een maand later. Meer dan zesduizend mensen liggen in het ziekenhuis met een Covid-19-besmetting en het dodental ligt sinds dinsdag boven de tweeduizend. Maar de coronacrisis heeft één positief neveneffect gehad: de normaal zo verdeelde Belgische politiek verenigde zich in een nieuwe coronacoalitie, die lof krijgt voor haar duidelijke maatregelen.

Lees ook: België vreesde dat Nederland zijn corona-aanpak zou doorkruisen en gooide de grenzen dicht.

Lappendeken

De aanpak van de crisis begon niet bepaald veelbelovend. Sinds de jongste staatshervorming van België neemt niet de federale overheid beslissingen in kwesties als deze, maar doen regio’s, provincies en gemeenten dat. Het leidde tot een lappendeken aan maatregelen. Wallonië verbood alle bezoeken aan verzorgingshuizen, in Vlaanderen bleef een verbod uit. In Brussel werden concerten afgelast, terwijl ze in Antwerpen doorgingen.

Het rechtse Vlaanderen hield de economische impact voor ogen en beperkte de maatregelen liever; links Franstalig België keek naar Frankrijk, waar een totale lockdown al was ingegaan. De bestuurlijke en politieke verdeeldheid van het land leek bevestigd.

Tot half maart. De regering nam de regie terug door een federaal rampenplan af te kondigen. Een dag later bereikten partijen een historisch akkoord: welgeteld tien partijen werden het eens.

De demissionaire regering-Wilmès is sindsdien Wilmès II: een minderheidsregering met gedoogsteun vanuit de oppositie. Dankzij volmachten van het parlement heeft ze de slagkracht van een gewone regering, zolang ze zich beperkt tot de bestrijding van de coronacrisis.

Kroegen zijn gesloten, lessen opgeschort, alle winkels behalve apotheken en supermarkten zijn dicht. Belgen moeten thuisblijven, behalve voor het hoognodige. De grenzen zijn gesloten. De kleine minderheid die zich niet aan de regels houdt, wordt flink beboet en de staat heeft een reeks steunmaatregelen uitgewerkt. Sinds deze week buigt een commissie van tien experts zich over de vraag hoe België binnenkort ook weer uit zijn isolement kan raken.

Complimenten

De Nederlandse viroloog Ab Osterhaus noemde België onlangs een voorbeeld: „De maatregelen zijn bij jullie vanaf het begin sterker afgedwongen.” Ook de Financial Times roemt de Belgen: „In tegenstelling tot wat velen hadden voorspeld, heeft de Belgische regering laten zien dat een sterk gefragmenteerd land nog steeds een duidelijk en beslist antwoord kan geven op een nationale crisis.”

Premier Wilmès, oud-minister van Financiën, blijkt met haar kalme en empathische, maar gewichtige stijl een onverwacht baken voor de Belgen. En de dagelijkse persconferenties van het Nationaal Crisiscentrum zijn een voorbeeld voor landen waar de communicatie minder duidelijk is. Wetenschappers – niet politici – bespreken op die persconferenties de jongste opnames en sterfgevallen. Het is ook de plek waar onduidelijkheden uit de weg worden geruimd en geruchten tegengesproken.

Lees ook: Duitsland wordt regelmatig aangehaald als positieve uitzondering in de coronacrisis. Maar Duitse wetenschappers zijn er niet gerust op dat het land een grote ramp bespaard blijft.

Toch verschijnen nu de eerste barsten. Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) kreeg de laatste dagen veel kritiek. Onlangs bleek dat een lading mondmaskers onder haar leiding twee jaar geleden vernietigd werd, omdat die verkeerd bewaard was. Vanwege bezuinigingen werden ze niet vervangen.

En ook de hervonden eenheid is niet blijvend, waarschuwde politicoloog Dave Sinardet vorig weekeinde in De Standaard. De regeringen weten hun verschillen „alleen in zo’n geval van hoogste nood te overbruggen”. Oude vetes zijn nog niet verdwenen, werd al duidelijk tijdens de onderhandelingen voor de coronacoalitie. En een aantal gedoogpartijen heeft – nu de eerste paniek over de coronacrisis is gaan liggen – haar pijlen de laatste dagen weer op de regering gericht.

Die mag ondertussen enkel coronagerelateerd beleid maken, en dat voor de komende paar maanden. Ondertussen blijft België zoeken naar een volwaardige regering, en dat kan weleens heel moeilijk blijven. De sociaal-democratische PS, de grootste partij in Franstalig België, had net voor de crisis te verstaan gegeven dat ze er „genoeg van had” om nog langer met de rechts-conservatieve Vlaams-nationalisten van de N-VA om tafel te zitten. Volgens die laatsten was het tijd voor een „Vlaams front”.

Niets wijst erop dat hun fundamentele verschillen ‘na corona’ plotseling verdwenen zullen zijn. Het begrotingstekort dat de regering zal moeten aanpakken loopt ondertussen wel op: zeker 30 miljard euro dit jaar, zeggen de jongste schattingen.

Lees ook dit artikel over het sluiten van de grenzen met de Nederlandse buurlanden