Corona: garantie op groot sociaal ongemak

Social distancing Deze crisis is een sociaal experiment. Wat doe je als iemand in de winkel door het gangpad banjert?

Op straat ontstaan nieuwe ‘verkeersregels’, zoals hier op de markt in Delft, waar vakken onderlinge afstand afdwingen.
Op straat ontstaan nieuwe ‘verkeersregels’, zoals hier op de markt in Delft, waar vakken onderlinge afstand afdwingen.

Femke (25) uit Arnhem zat al weken in zelfisolatie, toen ze een appje kreeg van haar huisgenoot. Die had al die tijd bij haar vriend in Amsterdam gebivakkeerd. „Vanaf vrijdag zijn we thuis en zaterdag komen er wat mensen langs, just to let you know”, schreef ze, gevolgd door een smiley met blosjes op de wangen. „Ik was woedend”, zegt Femke aan de telefoon. Zelf ontvangt ze geen bezoek, en buiten loopt ze met een grote boog om mensen heen. Femke stuurde daarom een venijnig berichtje terug, waarop haar huisgenoot direct de huur opzegde. „Ze vond mij een aansteller, maar ík ben juist de verantwoordelijke in dit verhaal.”

De coronacrisis, die al drie weken het leven in Nederland bepaalt, is een sociaal experiment. Waar mensen normaal gesproken zelf mogen uitmaken hoeveel risico’s ze nemen, is het riskante gedrag van de een nu een rechtstreekse bedreiging voor de ander. Dit leidt tot lastige situaties. Wat zeg je tegen supermarktgangers die zonder afstand door de gangpaden banjeren? En hoe gedraag je je in de speeltuin, waar andere ouders andere afwegingen maken?

Dat laatste in het bijzonder is een moeilijk dilemma, aangezien over kinderen de berichten tegenstrijdig zijn. Suzan Doodeman (33) uit Amsterdam laat haar kinderen in de speeltuin doen wat ze willen, „want kinderen mogen gewoon met elkaar spelen”. Maar toen haar tweejarige dochter tussen andere kinderen door kroop, zag ze in haar ooghoek een moeder opspringen. „Die riep dat ze het niet oké vond, omdat mijn dochter ‘een heel nieuwe bron van infectie’ kon zijn. Toen ik haar ertussenuit plukte, kalmeerde die moeder. Ze zei: ‘Sorry, maar ik werk met ouderen.’”

Lees ook: Mag ik nog met vier vrienden afspreken?

In de buurt van Nous Simonis (49), de Amersfoortse wijk Boldershof, spreken mensen elkaar ook aan op ongewenst gedrag. Haar buurman van in de tachtig ging erop af toen hij zag dat kleine en grote kinderen wel érg weinig afstand hielden bij het spelen. Hij sprak ook de ouders aan. „Die reageerden positief”, zegt Simonis, die vanwege de longziekte COPD binnen blijft en de situatie gadesloeg vanaf haar balkon. „Ze zeiden dat ze erop gingen letten. Dat is het voordeel, als je mensen in de buurt kent.”

‘Ik voelde me verketterd’

Voor anderen is het niet zo makkelijk om de juiste toon te vinden, ondervond Sanne (33) uit Utrecht tijdens het winkelen in de Etos. Ze stond handcrème uit te proberen, bij gebrek aan tester met een gewoon potje, en werd toen ‘betrapt’ door een andere klant. „Die zei: overal hangen bordjes over de regels nu met corona, maar jij denkt dat die niet voor jou gelden?” Nadat de vrouw melding had gedaan bij de kassa, sprak ze ook nog andere klanten aan om te vertellen wat er was gebeurd. „Toen werd ik woest, ik voelde me echt verketterd. Ik zei: ‘Ik ben er niet van gediend dat u in de hele winkel loopt te kleppen over wat ik doe.’”

De social distancing-maatregelen leiden tot boeiende situaties, zegt antropoloog Marie Lindegaard. Zij doet onderzoek naar het gedrag van omstanders bij conflicten in de openbare ruimte. Normaal gesproken zijn zij bij het zien van gevaarlijke situaties, zoals een vechtpartij, zeker bereid om in te grijpen, zegt ze. Het fascinerende aan de corona-crisis is dat het gevaar nu anders van aard is dan bij een opstootje: „Het gevaar is minder acuut. Bovendien is niet duidelijk wie gevaarlijk is: het kan iedereen zijn. Komen mensen dan wel in actie? Als ze een groepje van vijf mensen zien staan, zeggen ze er iets van?”

Voor de politie en de gemeente Amsterdam begint Lindegaard nu met een onderzoek naar hoe mensen in de openbare ruimte omgaan met de social distancing-maatregelen. Hiervoor gaat ze beelden van 55 Amsterdamse bewakingscamera’s analyseren. Een eerste indruk heeft ze al, want ze liep een paar dagen mee met de mensen die voor de gemeente via schermen de situatie in de gaten houden. Mensen gedragen zich opvallend braaf, zegt ze: op de schermen zag ze lege straten en weinig groepjes mensen. Zelf merkt Lindegaard dat mensen elkaar op straat „op een vriendelijke manier op de vingers tikken” – subtiel, met kleine gebaren en hoofdbewegingen.

Nynke Schaaf (43) uit Rotterdam zegt er soms iets van als mensen op straat niet uit de weg gaan. Of ze laat simpelweg merken dat ze er is, door gedag te zeggen. Soms gaan mensen dan opzij, soms niet. Als alleenstaande moeder met twee kleine kinderen voelt ze zich kwetsbaar. „Op straat geldt het recht van de sterkste”, zegt ze. „Vaak schik ik in, wijk ik uit naar het fietspad of zelfs naar de weg. Niet fijn!”

Lopen, het nieuwe rijden

In de Facebook-groep ‘CoronaVirus Nederland’ praat Myrne Stol (36) uit Den Haag met anderen over manieren waarop je in de openbare ruimte met elkaar kunt omgaan. „We zouden wel een soort verkeersregels kunnen gebruiken.” Ze vergelijkt de huidige situatie voor voetgangers met die van automobilisten. „Autorijden moet je leren: als je het niet kunt, ontstaan er gevaarlijke situaties. Rondwandelen is nu op een bepaalde manier levensgevaarlijk.”

Lees ook: Socioloog: dit kan de burger niet nog drie maanden volhouden

Wie zich druk maakt om andermans gedrag, vindt soms de gemeente aan zijn zijde. Sommige hebben een kliklijn geopend, zoals Kampen en Purmerend. Andere sturen welzijnswerkers de straat op om de bevolking uit elkaar te drijven.

In Amsterdam-Zuidoost reed afgelopen week de ‘Social Distance Bus’ rond, waaruit in verschillende talen een oproep tot het houden van anderhalve meter afstand galmde. Mensen waren welwillend, vertelt Patricia Winklaar, coach en sociaal werker bij welzijnsorganisatie Swazoom. Toen zij dinsdag in het busje reed, vertelden mensen op straat haar waar het druk was. Als het er ergens uitzag „als een theekransje”, ging ze daar staan. Dan was het snel afgelopen met de drukte. Het is vaak geen kwade wil, benadrukt Winklaar: „Niet alle mensen weten hoe lang anderhalve meter is.”