Opinie

Geef ongezonde patiënt niet de schuld

In elke crisis worden zondebokken aangewezen, schrijft Maar de één heeft niet minder recht op zorg dan de ander op basis van ‘verkeerde’ keuzes in het verleden.
Behandeling van een Covid-19 patiënt in Barcelona.
Behandeling van een Covid-19 patiënt in Barcelona. Felipe Dana/AP

Tot hier en niet verder. Dat is de titel van een afscheidscollege dat ik vermoedelijk vanwege corona niet kan houden. Veel verder dan de titel was ik nog niet. Een virus trekt zich er niks van aan. Mensen vaak ook niet, maar dat staat nu wel in een ander daglicht. Als je op college zogenaamde ‘reddingsbootethiek’ besprak (hoeveel drenkelingen laat je toe op een reddingsboot) kreeg je regelmatig het commentaar: moet dat nu, zulke abstracte hersengymnastiek? Hoe zijn we ingehaald door de brute werkelijkheid.

Ik ben al een poos geïntrigeerd door ethiek en hufterigheid. Zelden ben ik, nu we in een soort apocalyptische verbijstering zijn gedonderd, zo op mijn wenken bediend. Maar je wilt helemaal niet op je wenken bediend worden omdat het zo treurig, zelfs tragisch is.

Ik denk aan twee voorbeelden: degenen die zondebokken zoeken en aan de schandpaal willen nagelen, en degenen die profiteren van angstige burgers. (Geen uitputtende opsomming: denk aan mensen die zich niet aan de regels houden, werkgevers die het hun personeel niet mogelijk maken zich aan de regels te houden, hamsteraars.) Nu we God niet meer de schuld kunnen geven, en in het reine moeten komen met het idee van een noodlot dat we hebben geprobeerd uit te bannen (zie Geert Maks artikel Na de ramp heeft Europa wonderen nodig in deze krant, 27/3), wordt er gretig naar het individu gewezen: eigen schuld, dikke bult. Ook dat is niet exclusief voor deze crisis, voor sommigen is medemensen veroordelen hun favoriete hobby, maar het komt wel veel harder aan. Schuld ondermijnt solidariteit, bijvoorbeeld met mensen met (morbide) obesitas, waaraan veel IC-coronapatiënten lijden. ‘Hoppa: overboord, uit de reddingsboot! Hadjemaar niet zo dik moeten zijn.’ Solidariteit is mooi, maar alleen met gelijkgestemde mensen met dezelfde leefstijl en morele opvattingen. Dat was ook bij de hiv/aids-epidemie het geval. Elke crisis heeft haar eigen zondebokken.

Een veel te simplistische opvatting over gezond gedrag en leefstijl. En trieste en soms verwoestende stigmatisering van wie de pech heeft zondebok te zijn. Ik pleit voor mildheid en grote behoedzaamheid jegens mensen met een ongezonde leefstijl of ongezonde of riskante gewoontes. Het is een ingewikkeld samenspel van psychologische, sociaal-economische en (epi-)genetische factoren, en patronen in je jeugd. Het is niet zo dat mensen denken: ‘Weet je wat: ik ga morbide obees worden’. En ik ben het eens met Remko Kuipers en Martijn van Winkelhof die in deze krant de overheid opriepen te investeren in het stimuleren, propageren en faciliteren van een gezonde leefstijl (Covid-19 toont ook het nut van een gezonde levensstijl, 1/4).

Was het maar zo eenvoudig

Maar het moet niet nu een selectiecriterium zijn. Ik denk niet dat je kunt zeggen dat mensen ‘geen interesse hebben getoond in een gezonde leefstijl’. Was het maar zo eenvoudig. Aan een gezonde leefstijl staat soms van alles in de weg: verdriet, verslaving, verveling, stress, te hard werken, onzekerheid en gebrek aan zelfvertrouwen. We nemen risico’s. Soms terecht. Soms een beetje dom. Soms heel dom.

Maar, zo luidt het tegenargument, dat kan allemaal wel wezen, mildheid is ethisch vast heel mooi, maar die topfitte mensen die zich nooit te buiten gaan ongezonde gewoonten: hebben die niet meer recht op schaarse zorg? (Zo lijkt columnist Bert Wagendorp in de Volkskrant van 1 april te suggereren.) ‘Verdient’ de een het meer dan de ander? Nee, denk ik, niet als het gaat om beloning of straf voor je leven tot dan toe. Zou blijken dat de succeskansen van de behandeling (veel) te klein zijn, dan is de toekomst het criterium, niet het verleden. Dat geldt voor morbide obesitas, leeftijd, en wat er verder nog ontdekt wordt aan succes- en risicofactoren.

Wie zorg nodig heeft en daar baat bij heeft, moeten we proberen dat te geven. Vinden we dat mensen die zo nodig in het laatste weekend van voor social distancing een feest voor 99 personen bezochten, ook geen IC-plek ‘verdienen’? Toch ook een beetje dom. Een oordeel is sneller geveld dan onderbouwd. Liever mild dan meedogenloos.

Hufters maken misbruik van angst

Een tweede voorbeeld van hufterigheid zijn mensen die graag aan de paniek van anderen willen verdienen en precies ‘weten’ wat je moet doen om het gevaar af te wenden.

Lees ook: spits maatregelen toe op bevolkingsgroepen

Waarom vind ik dat hufterig? Omdat ze misbruik maken van de angst en de gewilligheid van mensen die zich, uiteraard figuurlijk, in de armen van deze zelfbenoemde welzijns- en gezondheidsgoeroes storten en allerlei zinloze producten slikken en smeren. Maar wat doet dat ertoe als het onschuldig is, zolang het de broodnodige geruststelling biedt? Misschien is het fysiek niet schadelijk, maar gevaarlijk, omdat het de illusie van controle geeft die niet echt bestaat. Fake security dus. Je waant je beschermd. Maar zijn die naïeve mensen die dat dan allemaal doen niet de sukkels? Ook hier: eigen schuld, dikke bult? Ja, een beetje. Maar ik heb meer compassie met sukkels dan met hufters.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.