Aangerand in de Parijse metro en moord in aristocratisch Londen: deze zes boeken verschenen recent

Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook nog zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken. Deze week over de dagboeken van Paul Haenen, een moord in aristocratisch Londen en een geweldig voorleesboek vol kannibalen en duivels.

1. Jessica Felllowes: De Mitford-moorden

De Engelse schrijfster en journalist Jessica Fellowes, een nichtje van Downton Abbey-auteur Julian Fellowes, schrijft met De Mitford-moorden een aantrekkelijke serie over de ooit spraakmakende Britse Mitford-zusjes. Het idee voor een detective-achtige serie over de adellijke familie Mitford werd bedacht door de redactie van uitgeverij Sphere die vervolgens Fellowes vroeg het te schrijven. De serie is gebaseerd op waargebeurde verhalen en elk deel is gewijd aan één zusje. Fellowes begon met de oudste en misschien wel de bekendste, de schrijfster Nancy Mitford. Nu valt de eer aan Pamela, die voor haar achttiende verjaardag een groot feest mag geven op Asthall Manor, het landhuis in Oxfordshire waar de familie Mitford sinds 1916 ook werkelijk woonde. Het zijn echter vooral de oudere vrienden van Nancy, de scandaleuze Bright Young Things uit Londen en Oxford, die zij heeft uitgenodigd. Het feest loopt geheel uit de hand en aan het einde van de avond blijkt de flamboyante Adrian Curtis te zijn vermoord. Dit zijn de gegevens voor de detective waarin kindermeisje Louisa Cannon samen met Pamela de dader wil ontmaskeren. De zin die de onzekere Pamela Mitford (1907-1994) typeert, zowel die van het boek als de echte, is deze: ‘Dat weet ik ook niet, maar ik weet wel dat ik me pas weer goed zal voelen als ik in het zadel zit.’

Jessica Felllowes: De Mitford-moorden. Oorspr. titel Bright Young Dead. Vertaling Alexandra van Raab van Canstein. Volt, 344 blz, € 22,50

2. Lex Paleaux: Winterwater

Het ook ‘op basis van feiten’ geschreven Winterwater van de Haarlemse schrijver Lex Paleaux is als ‘een hand op de schouder’ voor jongens die zich in hun jeugd miskend voelden. Lex is de jongste in een gezin met drie zonen in Friesland; hij wordt continu gepest en krijgt alle klappen die er in het gezin worden uitgedeeld. Op school wil hij bewijzen dat God niet bestaat door achter in de klas op zijn stoel te gaan staan, zich achterover te laten vallen en achteraf te zeggen: zie je wel dat God mij niet beschermt – anders had hij mij wel opgevangen. Op bijna elke bladzijde zijn het verdriet en de angst voelbaar. Als hij ook nog eens verkracht wordt door een automobilist die hem op de fiets staande houdt (‘Kun je een beetje kaartlezen’?) zijn die angst en het verdriet te groot. Hij doet drie pogingen om het te vertellen: aan de dokter (‘Die pijn gaat vanzelf over’), aan zijn vader en aan zijn moeder. Het komt bij niemand aan en dus vat hij zijn geschaafde gezicht en gekneusde billen samen tot een val van de fiets. Wat volgt zijn maanden, jaren gevuld met agressie en onrust. En dan komt die ene brief, de brief die ‘aan de ouders van Lex Paleaux’ is gericht. Dit alarmerende boek is geschreven ‘Voor de onzichtbare, onhoorbare, maar onmisbare’. Dat is een duidelijke opdracht: voor de ouder die zich geen raad weet met de opvoeding van de kinderen of voor de vriend die zijn hand op een schouder legt.

Lex Paleaux: Winterwater. In de Knipscheer, 224 blz. € 19,50

3. Paul Haenen: Ik heb bekend. Dagboeken 1958-1965

Dan schetsen de prachtig uitgegeven dagboeken (een selectie uit 5000 pagina’s) van Paul Haenen (1946) een andere jongen, ook de jongste van drie zonen. Ik heb bekend begint op 9 december 1958 (aangegeven met zo’n herkenbare stempel die veel kinderen hadden op die leeftijd) wanneer Haenen twaalf jaar oud is. Ook hij voelt zich geregeld eenzaam, onzeker of in de steek gelaten, omdat hij niet weet met wie hij over zijn gevoelens voor mannen kan praten. Ook niet met zijn vader nadat hij in Parijs achtervolgd en in de metro aangerand wordt. Toch blijft zijn motto ‘Het leven is heerlijk’ en zo is ook de openhartige stijl van zijn dagboeken die toegespitst zijn op de vraag wanneer te ‘bekennen’ dat hij op mannen valt. Daarnaast was hij onbewust bezig met zijn carrière: ‘Eigenlijk maak ik in m’n dagboeken een begin met het werk dat ik later zou gaan doen: interviewen, schrijven en optreden.’

Paul Haenen: Ik heb bekend. Dagboeken 1958-1965. Selectie en redactie Ivo van Woerden. Podium, 296 blz. € 29,99

4. Marita de Sterck: Demonen. Volksverhalen

De bundel Demonen van de Vlaamse (kinderboeken-) schrijfster en antropoloog Marita de Sterck bevat achtenveertig korte internationale volksverhalen over demonen, kannibalen, duivels, geesten, weerwolven en andere monsters. De verhalen gaan over onze angst voor het kwaad en het relativeren daarvan: zij houden ons misschien een spiegel voor en bevatten meestal een mooie moraal. De Sterck verzamelde de overleveringen voor een deel uit klassieke werken, een deel heeft ze van horen zeggen: een mooi palet uit meer dan dertig landen. De meeste (vier) verhalen komen uit Brazilië en België; uit Nederland het onbekende verhaal over ‘De witte wieven van de Lochemse berg’. Geweldig voorleesboek.

Marita de Sterck: Demonen. Volksverhalen. Met prenten van Jonas Thys. Polis, 320 blz. € 24,50

5. Steve Vogel: Verraad in Berlijn

Het spannende en ongelooflijke verhaal over één van de allergrootste spionage-operaties ooit in de Koude Oorlog. Al was de vrede in 1945 getekend, er heerste wederzijds wantrouwen over een nieuwe aanval. In Verraad in Berlijn van de Duits-Amerikaanse schrijver en journalist Steve Vogel zijn we deelgenoot van de allereerste CIA-besprekingen in Washington in 1951 over het graven van een tunnel om in te breken in de communicatie tussen Moskou en zijn militaire hoofdkwartieren in Duitsland, Oostenrijk, Polen en Hongarije. Iedereen krijgt in het uiterste geheim een taak – een tunnel graven in de nacht, onzichtbaar apparatuur versjouwen en alles tot op de millimeter in kaart brengen.

De Britse geheim agent George Blake (Nederlandse moeder) speelt een hoofdrol in dit zeer geheime spionage-plan maar niemand wist dat zijn communistische idealen steeds groter waren geworden. Al in de inleiding vertelt hij: ‘Ik zag het communisme als een poging het koninkrijk Gods in deze wereld op te bouwen. De communisten probeerden met hun daden voor elkaar te krijgen wat de kerk door middel van gebed en gebod had willen bereiken.’ Maar werd hij daarmee de mol in Berlijn?

Vogel deed jarenlang archiefonderzoek voor zijn verhaal en sprak daarnaast niet alleen met de in Moskou woonachtige 97-jarige Blake die zich elk moment van de operatie als de dag van gisteren lijkt te kunnen herinneren en veelvuldig wordt geciteerd in het boek. Vogel sprak ook met Blakes ex-vrouw Gilian en vele andere personen die in deze operatie een rol hebben gespeeld. Het commentaar van alle betrokkenen maakt het verhaal nog spannender.

Steve Vogel: Verraad in Berlijn. Oorspr. titel: Betrayal in Berlin. Vertaling Petra van der Eerden. HarperCollins, 425 blz. € 24,99

6. Luc Corluy: Al-Andalus 711-1492. Acht eeuwen godsdienststrijd in Spanje

Het indrukwekkende Al-Andalus 711-1492. Acht eeuwen godsdienststrijd in Spanje van de Vlaamse socioloog, filosoof en econoom Luc Corluy beoogt een tweeledig doel. Ten eerste wilde Corluy de geschiedenis van Al-Andalus, Arabisch-Spanje, een waardige plaats geven in de West-Europese geschiedenis. Daarnaast legt hij een schakel tussen de islam, het christendom en het jodendom door te achterhalen hoe die verschillende godsdiensten met elkaar samenleefden. Vreedzaam en tolerant, zoals sommigen dachten, of juist rivaliserend en oorlogszuchtig? Corluy verdiepte zich in de politiek-militaire, culturele, religieuze en historische context van het schiereiland maar ‘plunderde’ ook ‘schaamteloos’ uit andere publicaties om maatschappelijke en socio-economische gegevens boven water te krijgen. Niet zomaar een historisch naslagwerk maar ook een maatschappelijk relevante studie naar het Spanje van toen.

Luc Corluy: Al-Andalus 711-1492. Acht eeuwen godsdienststrijd in Spanje. Sterck & De Vreese, 470 blz. € 29,90