Vrij zijn is...een boeketje smeden

Vrij Hoe blijft Nederland ontspannen?

Foto Folkert Koelewijn

Dirk de Jong (31, zzp’er in de bouw) is een man van weinig woorden. Liever hamert hij in zijn werkplaats op het ijzer, terwijl achter hem het vuur flakkert. Hij is net terug van zijn werk als kraanmachinist in Amsterdam. Vanwege het coronavirus wordt er niet gecarpoold, de wegen zijn rustig. Als hij na zijn werk thuiskomt in Kootwijkerbroek is het even eten en dan naar de schuur.

Wat zal hij vandaag eens maken? Een stuk gereedschap, een hekwerk of een deurscharnier? Of een stalen roos voor een van de boeketten die hij de afgelopen jaren smeedde voor vrienden en familie? Op ware grootte, zes bloemen, de stelen bij elkaar gesmeed, ijzerdraadje erom, klaar. Maar iets anders kan ook: „Pas was mijn broertje jarig, toen maakte ik een pijl en boog.”

Voor de fotograaf houdt hij het overzichtelijk. Vandaag maakt hij een flesopener. Men neme een smeedijzeren staaf. Die gaat tussen een tang geklemd in het vuur. Als hij heet genoeg is, kan er gehamerd worden. De Jong houdt de gloeiende staaf met blote handen aan het koele uiteinde vast. Hij hamert er een gat in, smeedt er om de rand van het aambeeld een krul aan. Hopla.

Hij lacht. „Zelf dacht ik er ook zo makkelijk over. De eerste keer leek nergens op.”

Aangestoken door een oud-collega begon hij twee jaar geleden smeedcursussen te volgen. „Ik had nog nooit een opleiding afgemaakt.”

De oud-collega noemt hij zijn ‘leermeester’. Hij belt hem voor advies, of ze werken samen.

Smeden is de oudste vorm van metaalbewerking. Tot halverwege de vorige eeuw had elke plaats een smederij, voor hekken, hoefijzers, gereedschappen. Het Nederlands Gilde van Kunstsmeden wil dit ambacht levend houden. De Jong volgde er cursussen en bezocht evenementen, zoals de smedendagen op de Bataviawerf in Lelystad. „Dat zal dit jaar ook wel niet doorgaan.”

In zijn schuur richtte hij een smederij in. Een stalen bak met kolen erin en een waaier eronder voor de luchttoevoer, een aambeeld, hamers, beitels en tangen. Veel van zijn gereedschap maakte hij zelf. IJzersterk. Dat zit zo: voorwerpen die gesmeed zijn, zijn steviger dan voorwerpen die worden gegoten. Dat komt door de kristalstructuur. Bij het smeden worden de microkristallen gericht in de richting waarheen het object wordt gehamerd.

De zonen van De Jong (3 en 6) vinden het machtig. „De oudste gooit al een stukje ijzer in het vuur. Ik heb een hamertje voor hem gemaakt.”

In de vensterbank van de schuur staat een smeedijzeren schip. Het zeil is van koper. „Aan zulke dingen begin je en dan zie je wel waar het eindigt.” En als er iets misgaat, warm maken en weer terugslaan. „Veel leuker dan tv-kijken.”