Opinie

Vlug

Marcel van Roosmalen

Ik stond voor de Zaanbrug, die nog gewoon open- en dichtgaat. Door het water gleed een boot, erop drie bergen grint. Waarheen? Waarvoor? Nog niet zo lang geleden had ik geen tijd voor dit soort overpeinzingen, maar schijnbaar vindt het brein altijd een zwart gat om in te vallen. Er was in de kop van Noord-Holland natuurlijk vraag naar extra grint, in ons dorp kropen ze ook allemaal door hun voortuin.

Naast me een zwarte bestelbus.

De chauffeur had een mondkapje op.

Ik moet hem met een vragende blik hebben aangekeken, want het raampje ging naar beneden. ‘Ik verscheurde je foto’ van wijlen Koos Alberts dwarrelde naar buiten, dan heb je me. Ik bezocht hem ooit met fotograaf Martijn van de Griendt, er belde een fan aan die als verrassing een schaal rauw vlees kwam brengen.

„Wil je wat vragen?”

Ik begon over zijn mondkapje, waarom zou je zo’n ding opdoen als je toch maar alleen in je auto zit?

Dat moest van de baas, zei hij en de baas had nadrukkelijk gezegd dat het ook moest als je alleen in de auto zit.

„Want het schijnt dat je jezelf ook kunt besmetten.”

Koos Alberts was nu toe aan zijn mooiste zin: ‘In mijn hart moet ik huilen, maar ik doe nonchalant.’

„Dat geldt natuurlijk alleen als je het al gehad hebt”, zei hij erachteraan.

Ik: „Heb je het al gehad?”

Hij spreidde de armen: „Als ik een glazen bol had, zou ik het je kunnen zeggen.” De brug ging naar beneden, de slagboom omhoog, hij stak een duim op en reed weg.

Nog voordat ik weer op de fiets kon stappen opeens mijn moeder. Ze hadden haar tweehonderd kilometer verderop een telefoon in de handen gedrukt.

„Wie is dat? Ben jij dat jongen? Ik ben dikwijls verdrietig, ik begrijp hun niet en zij begrijpen mij niet, ik hoop echt dat het niet lang meer duurt, kom je me halen?”

Daarna een verzorgster, de nieuwe telefoon met de extra grote toetsen was dan toch aangekomen, ze hadden me per ongeluk gebeld.

Mijn moeder op de achtergrond: „Ik snap niets.”

De verbinding werd verbroken.

iPhone weer in de jaszak, naar de overkant van het water, in mijn hoofd nog steeds ‘Ik verscheurde je foto’.

Eerste zin: ‘Jij komt nooit meer terug, voorbij, het ging allemaal zo vlug.’

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.