Opinie

Vergeet niet dat de buren meeluisteren

Luuk van Middelaar

Gemoederen kalmeren, vertrouwen scheppen, niemands eer krenken, wederzijds begrip kweken – het zijn de psychologische smeermiddelen achter elk groot akkoord. De setting telt. Bij een minister thuis is een coalitieruzie sneller uitgepraat dan in de Trêveszaal of voor de parlementstribune.

In Europa is het niet anders. EU-toppenvoorzitter Herman Van Rompuy, voor wie ik destijds werkte, was een meester in het discrete handwerk. Toen in 2010 een storm in de eurozone dreigde, bracht hij pal voor de top drie hoofdrolspelers in een kamertje samen. De Griek Papandreou was in nood, de Fransman Sarkozy wilde actie, de Duitse Merkel wilde geen blanco cheque uitschrijven.

Een impasse dreigde. Laat ze praten; waar zit de pijn, kunnen we helpen thuis gezichtsverlies te voorkomen? Ze kwamen tot een verklaring, waar de 24 andere leiders opgelucht mee instemden.

Flash forward naar de coronadiplomatie: deze methode van akkoorden bereiken staat nu buiten spel. In een videoconferentie zijn geen lichamen, schouderklopjes, geen levende stemmen of blikken van verstandhouding. De ronde tafel die allen samenbrengt en zo de Europese lotsgemeenschap tastbaar maakt, ontbreekt.

Leiders staren naar schermpjes en horen enkel de echo van hun nationale bubbel. Een stap zetten is lastig, want over hun schouder kijken tal van adviseurs mee – met medialekken tot gevolg.

Er is wél een Europese publieke ruimte; applaus of pek-en-veren snapt iedereen

Terwijl leiders zich voor hun video-calls afzonderen, verzamelt zich daarbuiten een Europawijd publiek. Merkwaardig is het wel. De coronacrisis brengt een zeldzaam krachtig nationaal gevoel: samen tellen we elke dag de nationale doden; horen we redes van premiers, koningen en presidenten; zit elk land voor het eigen avondjournaal. Maar tegelijk kijken we allemaal intens naar onze buren – hun lockdown-gedrag, IC-beleid en sterftelijst. En naar hun leiders.

Je zag dit samenspel voor het eerst tijdens de eurocrisis. Ministers en regeringsleiders ontdekten dat ze niet alleen op het nationale podium voor eigen kiezers acteerden, maar ook op een nieuw Europees podium. In 2010 werd Angela Merkel met nazi-snor afgebeeld in Zuid-Europese kranten; ze is dat niet vergeten.

Een achteloos uitgesproken zinnetje kon derden onbedoeld krenken en de spreker jaren achtervolgen (Dijsselbloems „Schnapps und Frauen). Slimme spelers benutten deze openbaarheid strategisch: om het Griekse lot te verzachten wendden Syriza-premier Tsipras en zijn praatgrage minister Varoufakis zich in 2015 over het hoofd van collega-regeerders rechtstreeks tot het Europese publiek – overigens vergeefs.

Daarom was het zo dom wat Wopke Hoekstra vorige week flikte – een botte uithaal naar de tegenstander in de hoop op applaus van het Hollandse thuispubliek. Hij oogstte een striemend fluitconcert van de Europese tribunes en moest afdruipen. Vergeten dat de buren meeluisteren. Miskend dat elk land onder coronahoogspanning staat.

In persoverzichten zag ik dat de nasleep van zijn pijnlijke blunder deze week nieuws was tot in Ierland en Portugal. Italiaanse burgemeesters die Nederland via de Duitse FAZ tot de orde roepen, premier Conte in De Telegraaf („Onze vriendschap blijft maar Mark, help ons nou”) en het bezorgde trio Brinkhorst/Bot/Trojan in La Stampa.

Je leest wel eens dat er geen Europese publieke ruimte zou bestaan omdat we niet één taal spreken. Onzin. Applaus, goal of – in dit geval – pek-en-veren begrijpt iedereen. Helaas voor hem wordt deze episode niet vergeten. Zo schaadde de minister behalve het landsbelang ook zijn eigen aspiraties als CDA-lijsttrekker. Zijn partij ambieert de premier te leveren: dat betekent niet alleen chef in Den Haag, maar ook lid van de toptafel in Brussel.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht (Leiden).

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.