Testen, testen, testen? Zo simpel is dat niet

Coronatest Nederland gaat breder testen na flinke kritiek. Heeft dat zin? Vier stellingen over het testbeleid.

Voor de test op Covid-19 wordt monsters genomen uit de neus- en keelholte.
Voor de test op Covid-19 wordt monsters genomen uit de neus- en keelholte. Foto Robin Utrecht

Uiterlijk half april gaat Nederland vier keer zo veel testen uitvoeren op het coronavirus. Dat meldde minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) eerder deze week. Labs die in gewone tijden op baarmoederhalskanker of hiv testen, gaan nu coronatests uitvoeren.

Kamerleden uitten woensdag harde kritiek op het eerdere, beperktere Nederlandse testbeleid. „Duitsland test veel meer dan Nederland. Zo voorkomen ze daar doden”, gooide D66-fractievoorzitter Rob Jetten in de groep. Het ligt iets ingewikkelder.

1 „Testen is heel, heel belangrijk. Ik kan dat niet genoeg benadrukken.” (Directeur-generaal van de WHO Tedros Adhanom Ghebreyesus, 30 maart)

Dat zegt de Wereldgezondheidsorganisatie keer op keer. Maar Tedros weet ook dat landen waar het virus overal onder de bevolking heerst, dat niet kunnen volhouden wegens tekorten aan mankracht en spullen. Daarvoor maakte de WHO een prioriteitenlijstje. De drie groepen die het belangrijkst zijn om getest te worden, zijn patiënten die opgenomen worden in het ziekenhuis; alle zorgpersoneel met symptomen; en de eerste zieken in een gesloten omgeving zoals een gevangenis of verzorgingshuis.

Op een van zijn vele persconferenties ging directeur-generaal Tedros met pandemie-chef Mike Ryan maandag uitgebreid in op testen in die knellende situatie. Ryan gaf een vuistregel voor wanneer je als land goed zit: als 10 procent van je tests positief is. Bij een veel groter percentage positieve uitslagen, „mis je waarschijnlijk veel gevallen”. Is het percentage juist veel lager, dan „loop je het gevaar dat je op de verkeerde plek zoekt” en moet je „goed uitkijken dat je dat testniveau kan handhaven”.

Als je naar die vuistregel kijkt, test Nederland nu te weinig. De afgelopen week was 30 procent van de coronatests positief, in de (weliswaar niet helemaal volledige) gegevens die het RIVM dagelijks publiceert. In Nederland werden vooral patiënten getest die met verdachte klachten in het ziekenhuis belanden, en zorgpersoneel dat hen daar behandelt.

2„Het Outbreak Management Team (...) adviseert vanaf 6 april een nieuw testbeleid te hanteren.” (Minister Hugo de Jonge, Kamerbrief 31 maart)

Het nieuwe testbeleid dat het ministerie dinsdag aankondigde, lijkt op het lijstje van de WHO. Ook zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis die contact hebben met patiënten en klachten krijgen, worden getest, en ook kwetsbare patiënten buiten het ziekenhuis.

Lees ook: Nederland komt met noodplan om aantal coronatesten fors uit te breiden

Het aantal tests wordt de komende weken daarvoor verviervoudigd. „Voor half april” gaan enkele grote laboratoria die toch al virologische tests deden, meedraaien met de corona-diagnostiek. Het zijn de laboratoria van bloedbank Sanquin, twee laboratoria die dierziekten opsporen in Lelystad en Deventer, en de labs die uitstrijkjes van vrouwen testen op het hpv-virus dat baarmoederhalskanker veroorzaakt. Dat onderzoek ligt toch stil nu er geen uitstrijkjes worden afgenomen.

Volgens de minister worden er nu dagelijks 4.000 coronatests uitgevoerd. Dat worden er over twee weken dus 17.500. Als die labs 24 uur per dag gaan werken, zou het aantal dagelijkse testen kunnen oplopen naar 29.000.

3„Tot nu toe hebben we [door veel te testen] de epidemie in het noorden nog steeds kunnen vertragen.” Arts-microbioloog Alex Friedrich van het Groningse ziekenhuis UMCG, 22 maart in de Groene Amsterdammer

Worden er minder mensen ziek als je breder test? Dat kan. In Groningen, Friesland en Drenthe, waar veel minder corona-infecties zijn dan in Brabant of de Randstad, testten laboratoria al sinds het begin van de uitbraak veel ruimer, vooral onder zorgpersoneel. „Zorginstellingen kunnen aanjagers van de epidemie worden”, legt Alex Friedrich, de arts-microbioloog van het academisch ziekenhuis UMCG uit. Zorgmedewerkers kunnen wel twintig of dertig anderen besmetten als er niet getest wordt. Uit de testresultaten van zijn ziekenhuispersoneel zag Friedrich dat die „stroomversnelling” niet heeft plaatsgevonden – en daar droeg het vele testen volgens hem aan bij.

Toch is Friedrich er niet van overtuigd dat het nieuwe testbeleid ook landelijk de epidemie zal inperken. „In de fase waarin wij zitten, heeft het nog veel zin en kun je de piek uitstellen. In Brabant was het op een bepaald moment niet meer zinvol.”

Zijn vakgenoot Jan Kluytmans, arts-microbioloog in het Amphia Ziekenhuis (vier vestigingen in het westelijke deel van Brabant) stopte halverwege maart met het uitgebreid testen van zorgpersoneel toen de epidemie wijd verspreid raakte. „Het kwam de patiëntdiagnostiek niet ten goede”, vertelt hij. Wel hanteert het ziekenhuis strengere regels dan landelijk voor ziek personeel: medewerkers met verdachte klachten (hoesten, spierpijn, benauwdheid) blijven thuis, ook zonder koorts. Stoppen met testen had geen invloed, zegt hij – cruciaal is dat je mensen met klachten isoleert. „Zoals we nu werken, zonder te testen, zien we geen verhoogde uitval van personeel, en er worden ook niet meer patiënten in ziekenhuis besmet.”

Een breder testbeleid zou wel andere praktische voordelen zou kunnen hebben. In zorginstellingen met een hoog ziekteverzuim kan personeel wellicht sneller weer aan het werk. Een positieve test kan een zwakkere of oudere patiënt ook voorbereiden op plotselinge verslechtering of een slechte afloop.

Het Amphia Ziekenhuis gaat straks wel volgens de landelijke testrichtlijn werken, zegt Kluytmans. „Maar de vraag is wat het gaat toevoegen.” Ook zijn Groningse vakgenoot Friedrich is niet uitgesproken. „Ik ben blij dat ons beleid nu ook landelijk toegepast kan worden. Of het ook overal móet worden toegepast, is nog maar de vraag.”

4„Iedereen testen met klachten leidt niet tot meer opnames (...).” (Kees Brinkman, internist-infectioloog van het Amsterdamse ziekenhuis OLVG, op twitter)

Ook in het nieuwe beleid wordt er niet onbegrensd getest. Maar waarom eigenlijk niet? „Intuïtief denk je misschien, hoe meer hoe beter”, zegt Jan Kluytmans. Maar dat ligt dus anders, betoogde de Amsterdamse infectieziektenkundige Kees Brinkman dit weekend op twitter. „Je adviseert om thuis uit te zieken, maar daar had je die test niet voor nodig.” Misschien worden die patiënten er ook onnodig angstig van, voegde hij toe.

Lees ook: Het geheim van de Zuid-Koreaanse aanpak: testen

Ook zullen dan meer besmette mensen ten onrechte negatief getest worden. Dat is een nadeel van de huidige coronavirustest: besmette patiënten met lichte klachten, of nog zonder klachten, worden wel eens gemist. (Een positieve test is overigens wél heel betrouwbaar.) „Als de test negatief is”, zei de Amerikaanse top-infectioloog Anthony Fauci laatst, „zit je misschien vroeg in de infectie en is de hoeveelheid virussen nog te laag”.

Daar komen praktische problemen nog bij. Om alle Nederlanders met milde coronaklachten te testen, zijn misschien wel 100.000 tests per dag nodig. Dan wordt het lastig om voldoende personeel te vinden dat goede monsters uit keel en neus af kan nemen. En dan moet alles nog op tijd naar een laboratorium, waar labmaterialen schaars zijn. Marion Koopmans, hoogleraar virologie aan het Rotterdamse ziekenhuis Erasmus MC, was daar donderdag in NRC stellig over. „Dat kun je niet herhaaldelijk doen bij je hele bevolking.”