Troostrijk ovenschoteltje van appel en beschuit

Janneke kookt Het smaakt als een soort warme, sloffe appeltaart.

Foto Merlijn Doomernik

Palingsoep uit Hamburg. Ingrediënten: 1 blik palingsoep. 125 gram gerookte paling. Twee theelepels boter. Twee eetlepels cognac. Bereidingswijze: De soep met water verdunnen en verwarmen. De gerookte paling in blokjes snijden en in de flambeerpan met de boter verwarmen. De cognac erbij gieten, aansteken en brandend op de soep gieten.

Ik dronk koffie bij een vriend. Hij had een paar dagen eerder zijn moeder begraven. Tijdens het opruimen van haar huis had hij een klein, met plastic ringband bijeengehouden bundeltje gevonden, dat hij me nu liet zien: ‘Linkshandig Kookboek voor snelle en plezierige goedkope en luxe repas á deux’.

Het boekje was samengesteld door zijn moeder. Behalve de palingsoep uit Hamburg stond er nog veel meer moois in. Huiselijke retrorecepten als chili con carne, nasi goreng, eenvoudige jachtschotel en visstamp. Snelle uiensoep. Biefstuk met roquefort. Hachee. Oosterse karbonade. Spitskool met snijworst en gebakken banaan. Zuurkool met druiven en saucijsjes. Rijstsalade. Roerei. Een ovenschoteltje van appel en beschuit.

Mijn vriend zou later die zondag voordragen op een poëziemiddag in een cafeetje. Het was in het weekeinde voordat alle cafés werden gesloten. Hij had nog geen enkel woord op papier gezet, vandaar dat hij mij na deze kop koffie, zo verontschuldigde hij zich, weer de deur uit zou duwen. Maar één ding had hij al wel besloten. Hij zou dat recept voor palingsoep voorlezen aan zijn publiek. Palingsoep als gedicht. Palingsoep als troost. Palingsoep als ode aan zijn moeder.

We omhelsden elkaar ten afscheid. Het was in het weekeinde voordat omhelzingen ongewenst werden. Terwijl ik naar huis liep, dacht ik na over dat lieve, linkshandige kookboekje. Het voorbije leven dat lag besloten in die recepten. Ik heb de moeder van mijn vriend nooit gekend, maar nu zag ik haar voor me, een jonge vrouw nog, in het warme oranje licht dat om een of andere reden over al mijn werkelijke en gefantaseerde herinneringen aan de jaren zeventig van de vorige eeuw strijkt.

De moeder van mijn vriend dekt de tafel. Ze steekt kaarsen aan, neuriet zachtjes terwijl ze de wijnglazen vast volschenkt. De kinderen liggen al in bed. Dit wordt een repas à deux. Ze verheugt zich op hetgeen waarmee ze haar man straks zal verrassen. Palingsoep. Ze zal het precies zo klaarmaken zoals in dat ene restaurantje in Hamburg, hun eerste reisje samen, weet je nog wel? Ze zal het niet eens hoeven uitspreken. Hij zal het proeven. Al bij de eerste hap zal hij haar aankijken en glimlachen, en ze zullen allebei weten hoe het was geweest.

Lees ook: Kneden, rijzen, bakken, zo bak je je eigen brood

Bijna thuisgekomen besloot ik nog even een supermarkt in te lopen voor een kilo goudrenetten en een rol beschuit. Het was in het weekeinde voordat de schappen werden leeggeroofd. Ik had onderweg een hevig verlangen ontwikkeld naar dat appel-beschuitschoteltje. Die zondagavond maakte ik het en het smaakte als een soort warme, sloffe appeltaart. Net zo troostrijk als ik had gehoopt.

Zomaar een gedachte tot besluit: misschien zouden we elkaar vaker recepten moeten voorlezen als waren het gedichten.

Ovenschoteltje van appel en beschuit

Voor 4 personen:

1 kilo goudrenetten
½ pak beschuit;
1 citroen;
suiker naar smaak;
kaneel naar smaak;
een klontje boter.

Schil de appels en snijd ze in plakken, pers er de citroen over uit. Roer de suiker met de kaneel. (100 - 125 g suiker en 2 – 3 tl kaneel, JV.) Smeer de bodem van een vuurvaste schaal in met de boter

Leg laag o m laag stukken beschuit en appel, strooi iedere keer de kaneelsuiker over de appel. Zorg dat de laatste laag een appellaag met suiker is.

Giet voorzichtig langs de zijkant een glaasje water erbij. Ongeveer 3 kwartier in de oven. (Ik zou die op 180 graden zetten, JV.) Kan koud en warm gegeten worden. (Ik zou warm doen, en dan koude, lobbig geklopte slagroom erbij, JV.)