Pijp

is visser en doet verslag vanaf de waterkant. Deel 30: Zeelt aan de haak
Dagboek van een visser

Deze week moest ik vissers uit het hele land teleurstellen. Ze mailden me of ik misschien nog een paar boerka’s op voorraad had liggen, want er waren ‘godsamme nergens meer mondkapjes!’. Sorry mannen, ik ben allang gestopt met de productie.

Het bracht mij wel op het idee om Rutte een brandbrief te sturen, of hij misschien niet het boerkaverbod wil terugdraaien. Nood breekt wet. De Chinezen leveren toch alleen maar troep. Een degelijke, handgeweven Afghaanse boerka houdt gegarandeerd ieder Covid-mormel buiten de deur, lees: neus en mond. De bijbehorende handschoentjes zijn helemaal ideaal, kunnen we eindelijk weer knuffelen en handen schudden.

Intussen zijn dit gouden tijden voor de hengelaar. Terwijl Nederland Sportland voor apegapen op de bank ligt en Henk & Ingrid achter hun Netflixschermen verpieteren tot bescheten garnalen, trekt de struise visserman erop uit. Een heerlijk, eerlijk ambacht in een wereld die goddank (en niet alleen bij BNNVARA) gestopt is met dóórrrrdraaien.

Want wist u dat, terwijl Covid-19 om ons heen woekert, bij mij om de hoek de Maas nog nooit zo schoon is geweest? Ik kon ze gewoon tellen, de voorns, barbelen, baarzen, wat niet al! Tegen mijn visprincipes in verstopte ik me gauw tussen het riet, beetje mais en deeg op de haak, en wat denkt u? Een moddervette zeelt! Na de zoen een liefdevolle klap. Ontweiden, ontschubben, slijmslaag afspoelen en thuis aan de kook in een court-bouillon van azijn, witte wijn, laurier, wortel en ui. Serveren met krieltjes en avocado.

Terwijl ik gelukzalig m’n vingers aflikte hoorde ik op de radio een activist fulmineren tegen het neoliberalisme. Zeevervuiling, verstoorde ecosystemen, overbevissing, de overboord gekieperde tonnen bijvangsten, alles kwam voorbij. Het neoliberalisme zei niets terug. Was ik op de radio geweest, had ik niet gefulmineerd, maar had ik heel kalm een stukje voorgelezen van John Lane. Dat verhaaltje over die verontwaardigde grootindustrieel, toen hij een visser met een pijp in de mond naast zijn bootje zag liggen.

‘Zeg, waarom ben jij niet aan het vissen?’, vroeg de grootindustrieel.

‘Omdat ik genoeg vis heb voor vandaag.’

‘Waarom vang je niet meer?’

‘Wat moet ik ermee?’

‘Je kan veel meer geld verdienen! Met dat geld koop je een motorboot en vaar je naar diepere wateren en vang je kisten met vis. Zo verdien je groot geld en koop je grote visnetten en vang je nóg meer vis en heb je nóg meer geld. Zo veel geld dat je twee boten kan kopen en misschien zelfs een hele vloot. Dan word je zo rijk als ik.’

‘En dan?’

‘Dan ga je lekker achterover zitten en van het leven genieten natuurlijk!’

‘Wat dacht je dat ik nu aan het doen was?’