Recensie

Recensie Boeken

Arrogant, kinderloos of oud? Als ‘heks’ vreesde je voor je leven

Heksen Over heksenjachten bestaan veel misverstanden. De Franse schrijfster Mona Chollet plaatst ze in de eeuwenlange geschiedenis van het demoniseren van vrouwen.

Vrouw met heksenteugel in het 17de-eeuwse Engeland. Tekening uit The Strand Magazine, 1894
Vrouw met heksenteugel in het 17de-eeuwse Engeland. Tekening uit The Strand Magazine, 1894 Foto Universal History Archive/Universal Images Group via Getty Images

Wat is een heks? Een oude vrouw met een haakneus die zich tegoed doet aan kindervlees? Of een heldin met superkracht? In haar jeugd maakte de Franse schrijfster Mona Chollet kennis met ‘Wapper Zachtweer’, een personage uit het Zweedse jeugdboek De kinderen van de glasblazer. Deze heks, die kwaadaardige tegenstanders in het stof liet bijten, prikkelde haar kinderfantasie. ‘Vrouw-zijn kon betekenen dat je een extra kracht had’. Toen Chollet zich op latere leeftijd in het onderwerp ging verdiepen, ontdekte ze waar de term ‘heks’ eigenlijk voor stond: ‘Een leugenachtige aantijging die de foltering en de dood van tienduizenden vrouwen veroorzaakt heeft.’

In Heksen. Eerherstel voor de vrouwelijke rebel, eind vorig jaar vertaald vanuit het Frans, onderzoekt Chollet (1973) de rol die de heks in de loop van de eeuwen heeft gespeeld. Zo beschrijft ze hoe de heksenvervolgingen, die voornamelijk in de zestiende en zeventiende eeuw plaatshadden, deel uitmaakten van een wrede oorlog tegen vrouwen. Vrouwen die te onafhankelijk waren, kinderloos of simpelweg te oud, moesten vechten tegen negatieve stereotypen en het met hun leven bekopen. Dat waren geen incidenten. Zo werden tijdens de vervolgingen zo’n 50.000 tot 100.000 mensen geëxecuteerd. Van de beschuldigden was 80 procent vrouw, en van degenen die daadwerkelijk schuldig werden bevonden, 85 procent vrouw.

Het nachtelijke vliegen

Deze heksenjachten, stelt Chollet, zijn door historici vaak met de nodige afstand beschreven. Ze nemen een vreemde plek in het collectieve geheugen in, mede door de buitenissige beschuldigingen waar de heksenprocessen op berustten. ‘Het nachtelijk vliegen om naar de sabbat te gaan, het pact met de duivel […] hebben er kennelijk voor gezorgd dat ze zijn losgekoppeld van hun historische context’. Reden, aldus Chollet, dat er veel misverstanden over de heksenjachten bestaan en feiten onbekend zijn. Zo worden de jachten vaak geassocieerd met de Middeleeuwen, terwijl de meesten plaatsvonden tijdens de Renaissance, beginnend rond 1440 en toenemend vanaf 1560.

Vooral oudere vrouwen moesten het ontgelden. Chollet haalt hier de Amerikaanse historicus John Demos aan die claimt dat met name ‘arrogantie’ ten opzichte van echtgenoten het primaire motief was om vrouwen van middelbare leeftijd in New England van hekserij te beschuldigen. Het feit dat vrouwen het lef hadden om terug te praten, kon al de dood tot gevolg hebben. In het zestiende-eeuwse Engeland en Schotland werd die ongehoorzaamheid dan ook bestraft met een scold’s bridle, of heksenmasker: een metalen constructie met pieken die om het hoofd werd geplaatst en waarbij, met de minste of geringste beweging, de tong werd doorboord. De demonisering van vrouwen had bovendien veel overeenkomsten met het antisemitisme. ‘Men sprak van een heksensabbat of heksensynagoge, men verdacht hen, evenals de Joden, van samenzwering om het Christendom te vernietigen en ook zij werden met een haakneus afgebeeld.’

Chollet wijst op De Heksenhamer (Malleus maleficarum, 1487), een geschrift van twee inquisiteurs dat ongeveer vijftienmaal werd herdrukt en waarvan door Europa dertigduizend exemplaren werden verspreid tijdens de grote jachten. Een werk dat ze vergelijkt met Mein Kampf van Adolf Hitler, mede omdat het boek een collectief waanbeeld van een deel van de mensheid in stand houdt. Zo wordt erin beschreven dat een heks een mannelijk geslachtsdeel kon laten verdwijnen. Deze zouden deel uitmaken van haar verzameling die ze verborgen hield in kisten en vogelnesten ‘waar ze wanhopig spartelen.’

Door de eeuwen heen is de vrouwelijke natuur weggezet als hysterisch en irrationeel

Monddood

Allemaal gruwelijke praktijken uit een ver verleden. Althans, dat zou je denken. De gedachtesprong die Chollet in Heksen maakt, is dat dit ‘monddood’ verklaren van vrouwen nog steeds doorwerkt. In het tweede deel betoogt ze dat in de wijze waarop in de westerse samenleving wordt gereageerd op vrouwelijke ambitie en onafhankelijkheid, zelfgekozen kinderloosheid en ouderdom, de misogynie van weleer nog steeds voelbaar is: nog steeds wordt de vrouw niet voor vol aangezien. Ze haalt er tal van voorbeelden bij: van Hollywood-actrices die, vanwege ouderdomsverschijnselen, na hun dertigste niet meer aan de bak komen tot het zwartmaken van vrouwen die een gezinsleven weigeren. Hoe dit een directe lijn zou hebben met de heksenvervolgingen, weet Chollet echter niet hard te maken.

Wel laat ze op overtuigende wijze zien hoe in de laatste jaren het idee van de heks opeens weer aantrekkelijk is geworden. Niet alleen staat de ‘moderne heks’ voor aardse wijsheid en vitale kracht maar wordt ze nu, meer dan ooit, gezien als het ultieme feministische symbool. ‘Tegenwoordig zijn er overal heksen’, schrijft Chollet. Ze wijst op de Amerikaanse WITCH-groepen – zwartgeklede vrouwen die meedoen aan de Black Lives Matter-beweging of protesteren tegen witte overmacht of die Donald Trump ‘beheksen’. Inmiddels staat de heks symbool voor ‘queer’ en ‘anarchisme’.

Lees ook: Vrouwenactivisten zijn slechte moeders of heksen

En daarmee komt Chollet tevens tot de kern van haar betoog. Eeuwenlang is de vrouwelijke natuur weggezet als hysterisch en irrationeel. Het is ‘de heks’ die daar, door de eeuwen heen, een ander wereldbeeld tegenover zet. Op basis van ecofeministische theorieën concludeert Chollet dat de onderwerping van de vrouw samenging met de onderwerping van de natuur. Met de komst van het kapitalisme werd de ‘directe organische ervaring van de wereld’ vervangen door een mechanische visie die veronderstelt dat er een ‘zekere en coherente’ visie van de wereld bestaat. Het gevolg? Een wereld die wordt waargenomen als dood, de materie als passief en waar een ‘hypermasculien kennismodel’ de overhand heeft.

Dat mag misschien vergezocht klinken, maar in deze barre tijden – waar de rampzalige gevolgen door de uitputting van de aarde steeds zichtbaarder worden – is het zo vreemd nog niet om hierop terug te grijpen. Wellicht is die heks zo’n slecht wezen nog niet.