Noodsteun voor ondernemers? Niet voor deze ‘grensgevallen’

Ondernemers Wie onderneemt in Nederland, maar woont over de grens, komt niet in aanmerking voor steun. De overheid belooft beterschap.

Controle bij de grensovergang Maastricht. Nederlandse ondernemers die over de grens wonen, komen niet in aanmerking voor de huidige steunregelingen.
Controle bij de grensovergang Maastricht. Nederlandse ondernemers die over de grens wonen, komen niet in aanmerking voor de huidige steunregelingen. Foto Chris Keulen

De coronacrisis bezorgt Rob Verhoeven buik- en hoofdpijn. De Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (TOZO) heeft zijn klachten niet verminderd. Integendeel zelfs.

De 54-jarige ex-beroepsbrandweerman werkt in normale tijden als freelance-instructeur voor diverse veiligheidsondernemingen in Nederland, maar woont zelf in het Belgische Meerle, zo’n twintig kilometer onder de vestigingsplaats van zijn bedrijf, Breda.

Dat gegeven maakt dat de ondernemer niet in aanmerking komt voor de TOZO. „Wij hebben te eten. Maar als dit lang duurt, sneuvelen straks de potjes die eigenlijk voor ons pensioen zijn bedoeld.”

Eén keer gas geven

Barbara Kremer (50) herkent het probleem van Verhoeven. Zij woont in het Duitse Wielen. „Als je hier één keer gas geeft, ben je de grens met Nederland al over. Mijn kinderen gaan daar ook nog naar school. En we kijken ook gewoon Nederlandse tv. We zijn geëmigreerd, en toch ook weer niet.”

De overheden van Nederland en Duitsland claimen weliswaar dat er één Europa bestaat, maar in de praktijk valt dat vaak tegen, zo is Kremers ervaring. „Na veertien jaar WW-premie afdragen als werkende in Nederland, werd ik ontslagen. Toch bleek ik te vallen onder de Duitse WW, die lager is en maar één jaar duurt.”

Op 1 maart begon Kremer de tweedehandswinkel Tic & Tac in Hardenberg, de dichtstbijzijnde Nederlandse plaats bij Wielen.

Niemand weet de oplossing, iedereen geeft je gelijk en belooft het aan te kaarten of uit te zoeken

Erik van Zitteren ondernemers

„Ik heb daar twee weken mogen proeven van het ondernemerschap. In de derde week kwamen mensen alleen maar kijken tijdens wandelingetjes: ‘O, wat een leuke spulletjes hebben jullie. Het lijkt wel een museum. Succes, hè! Doei!’ Van verkoop was geen sprake meer. Dat probeer ik nu via een webshop en op Marktplaats. Maar dat levert weinig op met een nog nauwelijks bekende winkel.”

In eerste instantie dacht Kremer al buiten de TOZO te vallen, omdat januari als de bepalende startdatum zou worden aangehouden. „Toen dat maart werd, was ik blij. Maar nu blijkt de grens spelbreker.”

‘Gedwongen ondernemer’

Erik van Zitteren (64) woont in Maasmechelen in Belgisch Limburg, net over de grens ten westen van Sittard-Geleen, en heeft met zijn dochter Elise (33) een bedrijf in het Zuid-Limburgse Puth.

„De minister van Economische Zaken in Nederland noemde dat laatst ‘een eigen keuze’, maar ik ben gedwongen ondernemer. Ik werkte bij een foto-afwerkcentrale, waar ik er in 2005 uit moest. Toen ben ik voor hetzelfde werk onder eigen vlag gaan doen. Omdat de vraag minder werd, ben ik me gaan toeleggen op het maken van schoolfoto’s. Met succes.”

Van Zitterens handel ligt nu helemaal stil. Voor steun via de TOZO komt hij niet in aanmerking.

„In België en Duitsland is bij dit soort regelingen de vestigingsplaats van het bedrijf leidend. In Nederland zit je woonplaats in de weg. Ik heb met tal van instanties gebeld: de gemeente Beekdalen (waar Puth onder valt), de Kamer van Koophandel, de ministeries van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Niemand weet de oplossing, iedereen geeft je gelijk en belooft het aan te kaarten of uit te zoeken. Maar of er echt wat gebeurt, hoor je nooit.”

„Ook wij krijgen veel vragen”, zegt Pascalle Pechholt, adviseur van het Grensinformatiepunt in Maastricht en Mönchengladbach. „Er is veel onduidelijk. De buurlanden hebben hun regelingen onderling niet afgestemd.”

Onderzoek kabinet

Staatssecretaris Tamara van Ark (VVD, Sociale Zaken en Werkgelegenheid) schreef afgelopen vrijdag aan de Tweede Kamer dat het ministerie zich bewust is van het bestaan van „grensgevallen”: „Het kabinet vindt het belangrijk dat er voor alle ondernemers goede ondersteuning is. Daarom onderzoekt het kabinet met spoed de mogelijkheden om deze ondernemers te ondersteunen.”

Een woordvoerder van Van Arks ministerie zegt dat sinds eind vorige week alleen nog maar „de kaders van de TOZO-regeling” bekend zijn.

„Het formaliseren van de regeling duurt iets langer, want het is een besluit dat langs de Raad van State moet. Dat duurt naar verwachting nog enkele weken. TOZO-aanvragen kunnen tot en met 31 mei gedaan worden, met terugwerkende kracht vanaf 1 maart.”

Wat doet de overheid eigenlijk voor bedrijven? Lees ook het vragenstuk over de coronarecessie

‘Een maand red ik nog‘

Het spoedonderzoek van het kabinet stelt de in Belgisch Limburg wonende schoolfotograaf Erik van Zitteren nog niet helemaal gerust. „Normaal gesproken is het voorjaar goed voor de helft van mijn jaaromzet. Eén maand red ik het nu wel. In een tweede maand kan ik zakelijk gezien mijn rekeningen nog wel betalen.”

In een derde maand lukt hem dat ook privé niet meer. „Dan koers ik op een faillissement af. Terwijl Rutte op tv toch beloofde: ‘Wij laten geen enkele ondernemer in de kou staan. Nou, ik heb het echt nog niet warm. En straks moeten we achteraan aansluiten, als alle andere ondernemers al steun hebben aangevraagd.”