Analyse

Lauwe reacties op Nederlandse ‘gift’

Nederland en EU Voor Nederland is corona ook een diplomatieke nachtmerrie. Een pr-offensief moet het tij keren. Maar is dat wel genoeg?

Minister van Financiën Wopke Hoekstra (links) had zich „niet empatisch genoeg” opgesteld. Premier Rutte heeft deze vrijdag een videogesprek met de premiers van Spanje en Italië.
Minister van Financiën Wopke Hoekstra (links) had zich „niet empatisch genoeg” opgesteld. Premier Rutte heeft deze vrijdag een videogesprek met de premiers van Spanje en Italië. Foto Bart Maat/EPA

Een Nederlandse minister van Financiën die nederigheid toont? Dat heeft Europa nog niet vaak meegemaakt. Wopke Hoekstra schreef dinsdag dan ook geschiedenis met zijn internationale mea culpa. De CDA’er erkende dat hij zich „niet empathisch genoeg” had opgesteld in de discussie over Europese steun aan andere landen tijdens de coronacrisis.

De volgende dag ging ook premier Mark Rutte (VVD) door het stof, met het voorstel om een Europees ‘coronafonds’ op te richten waaraan Nederland „substantieel” wil bijdragen. Er mag „geen twijfel over bestaan” dat Nederland solidair is met landen als Spanje en Italië, waar het coronavirus keihard toeslaat. Vrijdag brengt hij die boodschap ook over aan de premiers van die twee landen, in een videogesprek.

Dat Nederland bleef hameren op het belang van begrotingsdiscipline en strenge voorwaarden voor noodhulp stuitte in grote delen van Europa op ergernis, ongeloof en woede, niet alleen van zuidelijke lidstaten, maar ook van Nederlandse economen, oppositiepartijen en partners uit de eigen coalitie. „Walgelijk”, noemde de Portugese premier António Costa het zelfs. Behalve een gezondheidscrisis werd corona zo ook een diplomatieke nachtmerrie, met Nederland als boeman.

De huidige damage control vindt plaats vlak voor wat een zware week belooft te worden voor Hoekstra. Dinsdag vergaderen de ministers van Financiën uit de eurolanden over de EU-noodhulp. Alle ogen zullen op Hoekstra gericht zijn, maar bewegingsruimte heeft hij nauwelijks. Flink wat collega-ministers zullen hem maar al te graag zien struikelen. Zijn lastige positie laat zien dat Nederland de intensiteit van de emoties in grote delen van Europa heeft onderschat.

De kwestie toont ook hoe Nederland schuifelt en struikelt in zijn nieuwe rol binnen Europa na Brexit. Harde standpunten innemen in de schaduw van de Britten kan niet meer. De Duitsers zijn minder zichtbaar op het Europese toneel. En dus staat Nederland zelf in de schijnwerpers. En daar valt de Hollandse ‘directheid’ opeens op.

Liefdadigheid

Rutte benadrukte woensdag dat geld uit het coronafonds niet hoeft te worden terugbetaald. „Het is een gift.” De eerste reacties zijn lauw. „Het is moeilijk een recessie het hoofd te bieden met giften”, aldus de Italiaanse minister van Europese Zaken donderdag. In Brussel hoor je nog fellere geluiden: „Zuid-Europa zit niet te wachten op liefdadigheid. Het wil een gezamenlijk Europees antwoord op de economische crisis”, zegt een diplomaat.

Het fonds is wat Rutte betreft bedoeld voor het dekken van medische kosten op de korte termijn. Dit komt niet in de buurt, luidt de kritiek, van de structurele hulp die Europa nodig heeft om de verwachte extreme economische schade te beperken. Als het om dat soort hulp gaat, is Nederland terughoudend.

Lees ook: het interview met de Italiaanse Europa-minister Enzo Amendola

Ook Tweede Kamerlid Henk Nijboer (PvdA) is kritisch. Hij noemt het coronafonds „een aflaat” om van het Europese „pr-probleem” van het kabinet af te komen. „Ze kunnen er [in Italië] net allemaal een ijsje van kopen. De grootste financiële schade zit straks in de economische ontwrichting. Dáár moeten we solidair willen zijn.”

Bovendien denkt Nijboer dat de zwaarst getroffen landen niet op dit fonds zitten te wachten. „Zij willen een lening, geen gift, geen doekje voor het bloeden. Wie weet accepteren ze het niet eens. Dan hebben we een tweede diplomatiek fiasco.”

Rutte ging woensdag door het stof, maar wilde niet van ‘excuses’ spreken. En een woordvoerder van Hoekstra weerspreekt dat het fonds een reactie is op alle kritiek. Hij wijst erop dat de minister vorige week dinsdag al heeft gezegd dat er geld moet naar „arme regio’s”; een dag vóór de felle kritiek van Costa. Maar het was ook een dag na de beruchte EU-vergadering waar Hoekstra irritatie wekte met zijn constatering dat Nederland wel financiële buffers heeft – en andere landen niet.

Zichtbaar gebaar

Door de storm van protest ontstond bij het kabinet wel het besef dat de Nederlandse solidariteit concreter moet worden gemaakt. „Er was geloof ik wel de behoefte aan een zichtbaar gebaar”, zegt Kamerlid Joost Sneller van coalitiepartij D66.

Vorige week vrijdag, na de mislukte top van regeringsleiders, opperden Nederlandse ambtenaren in Brussel al de oprichting van een nieuw noodfonds. Dinsdag diende Hoekstra’s hoogste ambtenaar op eurogebied, thesaurier-generaal Christiaan Rebergen, bij zijn EU-collega’s een beknopt conceptvoorstel in voor een ‘COVID-19 Emergency Fund’.

Het fonds moet een omvang krijgen van 10 miljard tot 20 miljard euro. Volgens de vaste verdeelsleutel, gewogen naar de omvang van de nationale economieën, zou Nederland hier tussen de 600 miljoen en 1,2 miljard euro aan bijdragen.

Als financieel woordvoerder van zijn fractie was Sneller niet van tevoren op de hoogte gesteld van het ‘coronafonds’. De D66’er zegt de geste wel te kunnen waarderen. Ook zijn partij was kritisch over Hoekstra. Dinsdag gaat de Kamer nog in debat met de minister, voordat die met zijn Europese collega’s gaat praten.

Lees ook: hoe de steun aan zwakke EU-landen eruit zou kunnen zien

Hogere versnelling

Is het genoeg? Terwijl Nederland zijn zoenoffer presenteerde, schakelden andere landen alweer in een hogere versnelling. Een „positief gebaar”, noemde de Franse minister van Financiën Bruno Le Maire het Nederlandse voorstel donderdag. Om er direct eigen plannen tegenover te stellen: een nieuw fonds, gericht op de industrie, dat zelf obligaties kan uitgeven waarvoor lidstaten garant staan. Duitsland toont zich inmiddels bereid om minder strenge voorwaarden te stellen aan economische noodhulp. Een voorstel van de Europese Commissie om met steun van lidstaten geld te lenen voor werkloosheidsuitkeringen wint ook aan steun.