Opinie

Je weet vaak niet wat je hebt, tot het weg is

Clarice Gargard

Alleen zijn gaat me in principe prima af. Ik prefereer het vaak zelfs en het is niet het einde van de wereld, vertelde ik mezelf aan het begin van deze quasi-quarantaine. Maar na een paar weken begint het toch te knagen. Ik werk thuis en koop oranje gerbera’s – die mooi kleuren bij mijn poes en bank – om het huis, en mezelf, op te vrolijken. Daardoor is het overdag alsof de zon even op bezoek is.

Buiten is een hindernisparcours. Andere mensen zijn obstakels die je zo goed mogelijk moet zien te ontwijken, zonder in paniek te raken. Soms houd ik instinctief mijn adem in als iemand te dichtbij komt. Bij de Turk staan klanten buiten, totdat ze naar binnen mogen. Op anderhalf meter afstand staren we glazig voor ons uit.

Op dag vijftien of zestien daalt het in hoe erg het leven veranderd is. Ik ben wekenlang niet in de buurt van anderen geweest. En als ik series kijk, schrik ik wanneer personages te dicht bij elkaar staan. „Pas op!”, denk ik. Waar ik een seconde later dan weer om moet lachen.

Tot woensdag waren er officieel 1.173 doden in Nederland en 13.640 geïnfecteerden. Wereldwijd gaat het tot nu toe om zeker 43.000 doden. Ouderen, zieken, mensen zonder onderdak of toegang tot medische zorg, maar ook jonge mensen. Ziekenhuizen, steden en landen staan onder immense druk. We verliezen niet alleen elkaar, maar ook het contact dat we hadden.

Door corona verliezen we niet alleen elkaar, maar ook onze manier van contact maken

Ik maak me zorgen over vrienden en familie in Nederland, Liberia en de Verenigde Staten. Maar ook de Italiaanse jeugdliefde, of de Burkinese filmfestivaldirecteur die ooit eens zo breed glimlachend tegenover mij zat. Het is zoals Kwame Anthony Appiah, de Brits-Ghanese filosoof en schrijver het zegt in Cosmopolitanism, Ethics in a World of Strangers: we maken niet enkel deel uit van de gemeenschappen van mensen wier identiteit en woonplaats we delen, maar de gemeenschap van mensen over de hele wereld die ons op een bepaalde manier geraakt hebben.

De nachtmerrie dat een dierbare, ver of nabij, komt te overlijden zonder dat je contact kunt maken, komt opeens dichtbij. Een angst waar ik overigens zeer bekend mee ben. Als kind vreesde ik altijd dat mijn vader zou overlijden. Hij was in Liberia tijdens de burgeroorlogen. Terwijl wij in Nederland beelden van moordende en plunderende soldaten en rebellen bekeken, maakte hij het mee. Het bezorgde me slapeloze nachten. Het gevoel van machteloosheid omdat je je geliefden niet kunt beschermen is een van de meest traumatiserende dingen die je kunt ervaren.

Desondanks kan deze tijd je ook opnieuw doen stilstaan bij het belang van onze gemeenschappen. Iets dat je in het drukke dagelijks bestaan wellicht vergeet. Je weet immers vaak niet wat je hebt, tot het weg is.

Afgelopen week maakte ik een nachtelijke wandeling door mijn Amsterdamse buurt en liep naar de speeltuin om op de schommel te zitten. De halve maan hing laag en vlak erboven (ik zou bijna zeggen: anderhalve meter) straalde de planeet Venus.

Het was donker en er was bijna niemand op straat. Totdat ineens een onbekende man voorbijliep. Hij had een capuchon op. Ik twijfelde even of ik wel veilig was. Normaal zou ik snel doorlopen. Maar de man stond stil en zwaaide. Ik zwaaide terug. We leren ook altijd weer op nieuwe manieren contact maken.

Clarice Gargard is programmamaker en freelance journalist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.