Italië redden, dat betekent Nederland redden

Europese solidariteit

Zwakke eurolanden als Italië straffen, midden in deze gezondheidscrisis, geldt inmiddels als onwenselijk. Maar hoe moet steun er dan uitzien?
Illustratie Roland Blokhuizen

Wel Duitse intensivecarebedden voor Nederlandse coronapatiënten, geen Nederlandse steun voor noodhulp aan zuidelijk Europa. Dat kan toch niet naast elkaar bestaan?

Het debat over de keiharde opstelling van Nederland – en Duitsland – in Brussel over noodhulp aan zuidelijk Europa liep de laatste dagen hoog op. Zowel internationaal als nationaal vielen er grote woorden, en minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) erkende deze week dat hij niet echt empathisch had gehandeld.

De deur staat weer op een kier dus, zeker na het debat van woensdagavond in de Tweede Kamer. Nederland is bereid om Italië te helpen met giften op het gebied van de volksgezondheid, maar niet om de economie te redden.

Italië is er van alle zuidelijke staten het minst in geslaagd om de jaren tussen de vorige crisis en deze te gebruiken om het land economisch op orde te krijgen. De staatsschuld stond nog voor het uitbreken van het coronavirus op 135 procent en bedraagt 2.300 miljard euro. Dat brengt een risico met zich mee voor de rest van Europa, zoals in 2012 bleek tijdens de eurocrisis die onder meer door Griekenland werd veroorzaakt.

Lees ook: ‘Walgelijk’ en ‘wreed’: hoe Nederland in de coronacrisis vijanden maakt in de EU

De zuidelijke lidstaten roepen om gezamenlijke Europese staatsleningen – een oude wens die altijd weer opduikt in een crisis. Daarbij is het onduidelijk welke concrete financiële hulpvraag Italië (of Spanje, Griekenland en Portugal) heeft. Van acute geldnood is bijvoorbeeld geen sprake en ook financiële markten zijn vooralsnog bereid om de landen tegen redelijke tarieven miljarden euro’s te lenen.

Maar dat is nu – de verwachting is dat het geld in die landen in de zeer nabije toekomst op is, terwijl er in het noorden nog vele honderden miljarden euro’s beschikbaar zijn om de schade van corona te dempen.

Daarom de vraag: hoe kan Europa een rol spelen in de financiële ondersteuning van de meest noodlijdende Europese landen? Straffen op het moment dat de hulp het hardst nodig is, is onverstandig, of op zijn minst niet-empathisch. Daar is iedereen het inmiddels weer over eens. Hoe dan wel?

1 Monetaire solidariteit tussen de lidstaten

In dit scenario zet elk land zijn eigen reddingspakket op via zijn nationale begroting. De Europese Centrale Bank (ECB) helpt met de opkoop van de staatsschulden die landen aangaan om hun economieën te redden. Ieder voor zich en de ECB voor ons allen. Dat is de facto hoe het nu geregeld is.

Probleem is dat de nationale reddingspakketten grenzen hebben. In Nederland kan het bedrag de komende drie maanden oplopen tot 65 miljard euro en nog veel verder als dat nodig is. In Italië – tweeënhalf keer zo groot als Nederland, gemeten in bruto binnenlands product, en veel zwaarder getroffen door het coronavirus – blijft de omvang van het steunpakket steken op 25 miljard euro. Bij dit bedrag botst Italië al op de hoge staatsschuld.

De ECB wil ruimhartig zijn en heeft haar mandaat de afgelopen weken verder opgerekt. In plaats van dit jaar 120 miljard euro aan nieuwe staatsobligaties op te kopen, zoals begin dit jaar nog gedacht werd, is dat bedrag verhoogd tot 1.110 miljard euro.

Daarbij is de regel losgelaten dat de ECB maximaal een derde van uitstaande obligatieleningen van een land mag opkopen. De ECB mag ook voor een groter bedrag aan obligaties van een land aankopen ten opzichte van het aandeel van dat land in het eigen vermogen van de centrale bank – de zogenoemde capital key.

Vanuit de ECB klinkt wel steeds luider het signaal dat hiermee de grens dan ook bereikt is. Pleidooien voor helikoptergeld (aan burgers) of andere vormen van monetaire financiering (rechtstreeks staatsschuld financieren) vinden geen gehoor.

2 Via het euronoodfonds, het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM)

Een erfenis uit de vorige crisis, die nu van pas komt. Het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), een soort financiële brandweer die acht jaar geleden is opgericht om landen in nood te helpen. Bedacht om rechtstreeks leningen uit te gooien naar landen en sectoren die dat nodig hebben.

Er zit 410 miljard euro in het fonds, dat ingezet kan worden in noodsituaties. De vraag is of de situatie in Zuid-Europa financieel gezien al als zodanig kwalificeert. Daarover ging het debat tussen de regeringsleiders vorige week deels.

Het mandaat van het ESM is sinds de crisis uitgebreid naar een breed areaal aan instrumenten. Het ESM kan met politieke goedkeuring meer geld aantrekken, schreef econoom Sweder van Wijnbergen onlangs in NRC. De reddingsboei via het ESM biedt volgens hem twee grote voordelen. Het biedt ook zwakkere landen de mogelijkheid in te grijpen, en het biedt de mogelijkheid om de budgettaire interventies goed af te stemmen met de aard van de problemen: gericht op liquiditeit voor bedrijven in coronaproblemen en op inkomensondersteuning.

Het probleem is dat de leningen bijdragen aan een groei van de schuld van het land dat ze nodig heeft en zo de staatsschuld van een land als Italië steeds onhoudbaarder zou kunnen maken.

3 Eurobonds 2.0: de zogenoemde ‘coronabonds’

Een idee uit de tijd van de Griekse crisis en ook nu steen des aanstoots in Europa: eurobonds. De gedachte destijds was dat de eurolanden gezamenlijk staatsleningen zouden uitgeven, tegen de gemiddelde rente van die eurolanden. Dat was gunstig voor probleemlanden als Griekenland, Spanje, Portugal en Italië. Wat minder gunstig is het voor de noordelijke lidstaten die solo tegen lagere rentes kunnen lenen.

Ook nu weer wordt over deze oplossing gesproken. Uit het voorstel van negen lidstaten dat vorige week op tafel kwam: laat de negentien eurolanden samen garantstaan voor nieuw uit te geven schulden, dat is goedkoper (voor Italië) dan zelf de kapitaalmarkt op te moeten voor geld.

De jongste variant van eurobonds is ‘coronabonds’ gedoopt. Die hebben als belangrijkste verschil met de eurobonds dat ze speciaal voor deze noodsituatie zijn bedacht en dat de uitgaven die ermee gedaan mogen worden ook gekoppeld kunnen worden aan bestrijding van de gevolgen van het virus.

Nederland is fel gekant tegen dit aangaan van gezamenlijke schulden. En dat terwijl er in werkelijkheid al voor ongeveer 800 miljard aan gezamenlijk schuld uitstaat, uitgegeven door Europese instellingen als de Commissie en de Europese Investeringsbank, zoals ESM-baas Klaus Regling deze week in de FT zei.

4 Een corona-hulpcocktail

Hoogleraar financiering Harald Benink (Tilburg University) pleit voor een mix van al deze maatregelen. Coronabonds, uitgegeven door het collectief van eurolanden, maar bedoeld om de zuidelijke landen te steunen. De coronabonds zouden uitgegeven kunnen worden door een speciaal fonds (zoals de Fransen nu voorstellen), dat mogelijk door de Europese Commissie beheerd wordt. Zo kan het fonds gekoppeld worden aan de komende meerjarenbegroting van de EU. De terugbetaling van de coronabonds kan gegarandeerd worden door de negentien lidstaten. Een substantieel deel van deze leningen kan worden aangekocht door de ECB. Als dat signaal van tevoren duidelijk wordt gegeven, kan de rente op de gemeenschappelijke obligaties laag blijven – lager dan het gewogen gemiddelde van de eurolanden in elk geval.

De politieke vraag in deze constructie is of het opgehaalde geld als een lening of als een donatie of een investering aan Italië en de andere landen wordt gedefinieerd. Het is dus een noodfonds, naar rato gefinancierd door de lidstaten van de euro, en in te zetten op de plek waar dat het hardst nodig is om de kosten van corona (zorg en/of werkloosheidsuitkeringen, bedrijfskredieten) te betalen.

Lees ook dit interview met oud-topambtenaar Thomas Wieser: ‘Dit is hét moment voor Europese solidariteit’

En na de crisis?

Wat er ook gebeurt: eerst moet de coronacrisis zelf worden opgelost, en daarna moet er een plan komen voor Italië. Via de betrokkenheid van een groot aantal Europese instanties kan na afloop van de crisis gewerkt worden aan het structureel verbeteren van de Italiaanse economie. Want daar hebben de noordelijke lidstaten natuurlijk wel een punt: een keer moet Italië economisch gezond worden.

Volgens Benink kunnen economische hervormingen van de Italianen na corona gekoppeld worden aan mogelijke investeringen uit Europa, mits ze daadwerkelijk hervormen. „Laten we afstappen van de negatieve polemiek van de Hanzeliga met straffen en boetes. We moeten Italië na de crisis uitnodigen een moderne versie van zichzelf te worden en het daarbij helpen. Voeren ze de juiste hervormingen door, dan steunt Europa ze financieel via investeringen. Daarmee neem je ook het risico op een nationalistische verkiezingsuitslag in Italië weg.”

Voor elk van de oplossingen (en voor vele alternatieven hierop) zijn argumenten voor en tegen te verzinnen. Uiteindelijk komt het aan op de politieke wil om gezamenlijk iets aan de crisis te doen. Dat hoeft niet eens uit solidariteit, empathie of altruïsme te zijn, het kan ook puur uit eigenbelang. Zoals voormalig DNB-president Nout Wellink het deze week zei: „Als Zuid-Europa valt, zijn wij ook niet rijk meer.”