Recensie

Iedereen heeft geheimen in het nieuwste boek van Sandro Veronesi

Recensie In zijn nieuwe roman liegen de personages erop los. Het verhaal dendert voort. De humor van de schrijver is scherper, zijn melancholie donkerder.

Foto Don Smith

Dat Sandro Veronesi zich veel kan veroorloven is geen nieuws, en telkens maakt hij het bonter. Zo is de titel van zijn nieuwste boek, De kolibrie, pedant onbeduidend. De overeenkomst tussen dat vogeltje en zijn hoofdpersoon wordt toegelicht, maar inhoudelijke consequenties ontbreken. Veronesi vond het gewoon een mooie titel. Zijn personages kunnen wat geen vogel lukt: ze redeneren, liegen, verzinnen uitvluchten, in dialogen als nuchtere duels, niet op de vuist maar op de floret. Niet op de kaak gericht, maar op het hart.

Het boek begint met de beschrijving van een onopvallende wijk in Rome. Veronesi zoomt in op de deur van de hoofdpersoon, die opengaat, en belooft: ‘Buiten staat het lot echter te wachten’. Waarop hij nog wat bijzaken aanstipt. Eindelijk gaat er iemand een spreekkamer binnen: ‘Nu gaat het gebeuren’. Maar nee, eerst komt er een mini-essay over in onbruik geraakte hifi-apparatuur. Intussen dringt zich een onopvallend mannetje op aan de hoofdpersoon dokter Marco Carrera. Deze is oogarts geworden door de film Dr Zhivago, ‘maar dat had hij nog nooit aan iemand verteld’. Hij is ook een gokker, wat aanleiding zal geven voor dampende casinopassages.

De eerste drie pagina’s zijn een trechter. Alles wat erin gaat, stroomt samen in die ene typische Veronesi-zin, pathetisch, over de top en onweerstaanbaar: ‘Laat ons voor hem bidden, en voor alle schepen op zee.’ En de lezer? Die wil als de bliksem verder, slaat de bladzijde om – en wordt beloond met een voortdenderende roman, Veronesi’s specialiteit. Hij wordt ouder. Zijn melancholie is donkerder, zijn humor scherper. En zijn kenmerkende uitweidingen heeft hij niet altijd in de hand, en dat weet hij, hij waarschuwt zijn lezers zelfs dat wat volgt iets is ‘voor wie het interesseert’. Hola Veronesi, een roman is geen keuzemenu!

De kolibrie uit de titel verwijst naar Marco Carrera, maar ook al is die vergelijking aardig, hij draagt niet veel bij. Belangrijker is dat hij gesecondeerd wordt door een psychoanalyticus als ziener en een verlopen gokvriend als orakel. En dat zijn geboortejaar 1959 is, het jaar dat voor het eerst in de geschiedenis het aantal vliegtuigpassagiers het aantal bootpassagiers overtrof. Hij onderschat dat feit, schrijft Veronesi. Waarom laat hij in het midden, maar verderop gaat diens leven fataal op de helling door een voorgenomen vliegreis. Hij verdedigt zich met een geheim. Zo heeft hij controle. Denkt hij. Maar iederéén heeft geheimen, zijn ouders, zijn vrouw, zijn oude liefde, zijn asociale zus en zijn kille broer. En al die geheimen zijn verstrengeld, met hem als brandpunt en dat gaat pijn doen.

Lees ook het interview met Sandro Veronesi: ‘De mensen die zich nu op vrijheid beroepen, zijn de vijand van de waarheid’

Al met al ontspint zich een sociale thriller die zich slingert van het fatale effect van slechte huwelijken op kinderen via schuldgevoelens over een verdrinkingsdood naar een geliefde die dubbel spel speelt. Hij komt uit bij de ontroerende intimiteit tussen een vader met een jonge dochter en het inzicht dat kinderen hun ouders kunnen redden door ze te tonen wat het leven waard is. Klinkt dit bekend? Dan las u Veronesi’s bestseller Kalme chaos (2005). Er zijn in De kolibrie veel echo’s van dat boek, soms lijkt het bijna een alternatieve versie, met dit verschil dat Kalme chaos achteloze diepgang had en De kolibrie nadrukkelijk een ideeënroman wil zijn. Het boek mondt uit in een utopie met de geboorte van ‘de nieuwe mens’: ‘Kijk pappa, […]. De man van de toekomst is een meisje’. Van dat kleine meisje wordt voornamelijk beschreven hoe mooi ze is. Verder ligt ze meestal te slapen, de schrijver wist blijkbaar niet wat hij met die nieuwe mens aan moest.

Alles wat er gebeurt, vloeit voort uit het verleden. Wat is geweest ligt opgeslagen in wat er nu is. Wanordelijk, bij stukjes en beetjes en verborgen in bijzaken. Vandaar de opsommingen, de zijsporen, de filosofische terzijdes en encyclopedische wetenswaardigheden. Vandaar het afzien van chronologie, ten gunste van een structuur die kriskras tijden en gebeurtenissen met elkaar verbindt. Alleen zo valt een levensloop te bevatten.

Aan het sterfbed van de oude Marco Carrera staat Rodrigo, een jonge man, met een uitzonderlijke geschiedenis, die Veronesi in een halve pagina zo knetterend samenvat dat het lijkt of hij op de valreep een nieuw boek baart. Elk leven is bijzonder, niemand is doorsnee, en de literatuur laat dat zien. ‘Nu is het Rodrigo’s beurt’, schrijft hij, en hij fluistert de bede uit hoofdstuk 1: ‘Laat ons voor hem bidden, en voor alle schepen op zee.’